Libië-Ghadames
 
Libië is een land, vrijwel geheel bestaande uit woestijn, wat ongeveer zo groot is als heel west Europa, maar met maar 7 miljoen inwoners, waarvan 2 miljoen gastarbeiders zijn. Deze 7 miljoen mensen wonen vooral in de kuststrook, waarbij het binnenland zeer dun bevolkt is met enkele grote (vroegere karavaan) steden. Libië is het land van Moeammar al-Khadaffi, die in een staatsgreep op 1 september 1969 de door de Engelsen aangestelde koning afzette. Internationaal Heeft Ghadaffi veel kritiek gekregen door zijn steun aan terroristische bewegingen, met name gebaseerd op de Islam, welk in ieder geval deels verklaarbaar is door zijn behoefte om een duidelijke steun te geven aan de Islam, daarmee radicalere groepen in zijn land de wind uit de zeilen te nemen. De eerste 2 jaren heeft een schrikbewind geheerst met vele schendingen van de mensenrechten en vele slachtoffers welke met name ook onder studenten zijn gevallen, soms in publieke gruwelijke terechtstellingen. De laatste jaren heeft hij het isolement van het land enigszins opgeheven en zijn buitenlanders toenemend welkom. Hij heeft zijn land georganiseerd volgens een geheel eigen politiek systeem, waarbij hij van vele ideologieën heeft geleend, en vervolgens deze ideologie heeft opgeschreven in een zg groen boekje. Zijn politieke systeem is gebaseerd op de islam met een socialistisch sausje, waarbij hij de positie van de vrouw verbetert, scholing voorop stelt, en de Sharia een modern jasje geeft; zo wordt de hand van een dief niet meer afgehakt, is polygamie alleen toegestaan in uitzonderingsgevallen en met toestemming van de vrouw; uitgesproken is de voorkeur voor monogamie. Officieel heeft Khadaffi ook maar een echtgenote, maar publiekelijk wordt daar anders over gedacht. Het valt overigens wel op dat als je spreekt met de Libiërs, de waardering in het land voor zijn acties en ideeën groot is. Dit zal mede ook het gevolg zijn van de duidelijke wijze waarop Khadaffi de inkomsten uit de olie industrie ten goede laat komen aan de bevolking; gezondheidszorg en scholing zijn (nagenoeg) gratis, brood wordt gesubsidieerd, water is een project apart, maar er wordt veel geld en moeite gestoken in het beschikbaar maken van goed water in het gehele land. Infrastructuur wordt ter hand genomen met redelijk goede asfaltwegen en ook een spoorlijn van Benghazi naar Tripoli, met een aftakking naar Sebha. Wat opvalt is het grote aantal buitenlanders (Niger, Mali, Egypte, China, Korea) waarbij deze mensen met name het productiewerk doen. Ook Libiërs zelf geven aan dat de Libiër niet bereid is om erg hard te werken, reden waarom buitenlanders worden toegelaten al dan niet officieel voor alle zware werkzaamheden. Maar ook de gezondheidszorg is een tak die voornamelijk wordt uitgevoerd door buitenlanders, hoewel er de laatste tijd wel meer Libiërs worden opgeleid tot arts blijft het vinden van verpleegkundigen een groot probleem. Van oudsher worden vaak Bulgaarse verpleegkundigen ingezet. Ik sprak met een Lybier wiens zuster verpleegkundige was, die aangaf dat, zoals velen in Libië, zij alleen bereid was te werken van 8 tot 2 uur 's middags, waarna zij zich weer om het huishouden moest bekommeren. Onder de Libische bevolking heeft de gezondheidszorg een slechte naam: diegenen die het zich kunnen permitteren gaan naar het buitenland (Tunesië, Egypte of Italië) voor hun medische behandeling.
 
 
Great Man Made River
 
In Libië is een zeer ambitieus, internationaal omstreden maar binnenlands zeer gewaardeerd project gestart, waarbij water vanuit de woestijn (gevonden in grote ondergrondse meren) wordt getransporteerd naar de grote steden aan de kust, daar voor de drinkwatervoorziening zorgt, en daarnaast wordt gebruikt voor het bevloeien van uitgebreide gebieden in de woestijn om daar intensieve landbouw van de grond te krijgen; rijdend door de woestijn is het dan ook regelmatig een bijzonder gezicht om ineens bij een plaats grote groene cirkels aan te treffen, of pas gemaaide cirkelvormige velden. De bevloeiing gebeurd namelijk met behulp van sproeiers gemonteerd op stellages die ronddraaien rond een centraal punt. Er lijkt veel gras voor hooiproductie geproduceerd te worden. Tijdens onze reis door Libië zien we veel volgeladen vrachtwagens met hooi, blijkbaar is er net geoogst, hetgeen ook blijkt uit de vele pasgemaaide cirkels die we bij de dorpjes en steden zien. Er is berekend dat de waterhoeveelheid voldoende zou moeten zijn voor 50 jaar. De oases en waterpunten in de woestijn worden echter ook voor een groot gedeelte van water voorzien vanuit dit bekken met zoet water, zodat de depletie van dit grote reservoir grote consequenties kan hebben voor het leven in de woestijn.
 
 
Olie
 
Op veel plaatsen in Libië vind je tekenen van activiteiten van boor- en mijnbedrijven, waarbij helaas ook veel schade aan landschap en het culturele erfgoed is opgetreden. Met name de oliebedrijven hebben door booractiviteiten een deel van de waterhuishouding van laaggelegen gebieden verstoort, doordat bijvoorbeeld de rotslaag die een waterbekken afdichtte werd doorbroken. Tevens traden scheuren op in rotswanden met duizenden jaren oude rotstekeningen. Op een aantal plaatsen zijn om die redenen de booractiviteiten dan ook gestopt. Met name op de hoger gelegen plateaus wordt nog veel onderzoek gedaan naar mogelijke vindplaatsen van olie en gas. Naast de welvaart die de olie voor Libië betekent en die voor een deel dus ook zeker ten goede komt aan de Libiërs, is de brandstof spotgoedkoop; in Libië is het nog eens te doen om een volle tank van 600 liter te halen met een prijs van omgerekend 0,12 € per liter.
 
 
Reizen in Libië
 
In Libië is het voor toeristen buiten Tripoli alleen toegestaan om te reizen met een gids, waarbij tevoren de exacte route en te bezoeken plaatsen moeten worden opgegeven. Tevoren hebben wij nogal opgezien tegen het meenemen van een gids gedurende 3 weken, zeker als deze bij ons in de wagen mee moest rijden, aangezien deze gidsen altijd voorin willen zitten. Via het Italiaans/Libische bedrijf Desertacacus hebben we uiteindelijk een gids met eigen auto besproken, zodat we ook met twee vervoermiddelen de woestijn in zouden gaan. In Tunesië maakten we op de dag voor aankomst in Libië kennis met Mahmoed en Layla, een Libiër en een Italiaanse, die bleken onze gidsen te zijn in de daaropvolgende weken. Paul is direct enthousiast over de auto van onze gidsen ('het nieuwste model Landcruiser, wow die is sterk'). Het Engels van beiden was zodanig dat we goede gesprekken konden houden, veel informatie verkregen, en als we er eens niet uitkwamen bleek Layla vloeiend Frans te spreken en daarnaast een redelijke hoeveelheid Arabisch, zodat we altijd duidelijk konden maken wat we wilden of wilden weten. Voor hen is dit ook nieuw; meestal begeleiden zij grotere groepen die een vakantieperiode in Libië doorbrengen, daarbij of zelf een terreinwagen meebrengen, of een terreinwagen met chauffeur huren en daarna in een konvooi door het land trekken, met name de woestijn is dan het te bezoeken gebied. Een situatie als de onze zijn ze niet eerder tegengekomen, waarbij onze wagen een voor hen onbekende combinatie is van een camper en een zg 4x4. Het zal dus een avontuur worden welke tracks met onze wagen kunnen worden bereden.
 
's Ochtends bij de Libische grens treffen wij Layla, Mahmoud is al bezig om aan de Libische kant zaken te regelen; in de loop van de weken komen wij erachter wat dat inhoudt: overal waar wat geregeld moet worden heeft Mahmoud wel 'een vriend' die eerst uitvoerig wordt gesproken waarna deze snel de zaken mee kan regelen. Nadat we de Tunesische grens probleemloos over zijn gekomen komen we aan bij de Libische kant, waar letterlijk alles ons uit handen wordt genomen door Mahmoud die ook veel haast lijkt te hebben om de zaken te regelen; zo zien we hem (inmiddels al 38 graden!) tussen de verschillende loketten in verschillende gebouwen heen en weer rennen. Na alle stempels en papieren gekregen en nieuwe nummerplaten op de wagen aangebracht te hebben, kunnen we Libië in. Allereerst daar naar zee gereden, waar de kinderen nog een twee uur van strand en zee hebben genoten (en waar Chris een vis probeert te reanimeren) en onze gidsen allerlei zaken zijn gaan regelen, zoals het vele malen kopiëren van onze reispapieren; waarvoor werd later duidelijk: bij ieder van de vele controleposten werd een kopie ingenomen. Wat er overigens op deze papieren stond was voor ons volstrekt Arabisch!

klik hier
 
Bij de grens valt op dat vlak voor de grens in Libië vele vrachtwagens staan geparkeerd, die daar worden afgeladen en waarvan vervolgens de vracht door mannen lopend over de grens wordt gebracht. Ik maak er onnadenkend een foto van waar Mahmoud erg overstuur van raakt.

klik hier
 
Daarna reden we de woestijn in, met voor met name Anton een erg tam begin namelijk over een prima asfaltweg, welke aan de ene zijde werd geflankeerd door een afgegraven en weer vlakgestreken baan welke de buis voor het watertransport bedekte (deze buizen moeten groot genoeg zijn om een auto of zelfs vrachtwagen door te laten rijden), met aan de andere zijde de buis voor het olietransport, ook onder de grond. Boven de grond eindeloze rijen met hoogspanningsmasten, nu ook niet het eerste wat je je bij een woestijn voorstelt. Libië exporteert onder andere elektriciteit naar de buurlanden Niger en Tschaad.

klik hier
 
Onderweg maken we kennis met de woestijnthee zoals deze door de Touareg sedert de introductie van de thee door de Engelsen wordt gemaakt; een op een vuurtje gekookte zeer sterke thee met veel suiker. Meestal wordt groene thee gebruikt. Het open vuur van aromatisch hout wat in de woestijn wordt gevonden is essentieel.

klik hier
 
We komen bij Nalut, ons eerste voorbeeld van het huisvestingsbeleid in Libië; de oude stad die we kunnen bezoeken is geheel verlaten; de mensen woonden tot voor kort in een doolhof van boven en onder elkaar gebouwde stenen en lemen bouwwerken, deels ook in de rots uitgehakt, met een centraal gelegen versterking, welke de bank bleek te zijn; hier werden namelijk alle voedselvoorraden opgeslagen en bewaard, waarbij eenieder een eigen sleutel had van de voorraadruimte.

klik hier

klik hier
 
De mensen zijn allen verhuisd naar nieuwe woningen die rond het nieuwere handelscentrum langs de doorgaande weg uit de grond zijn gestampt. Op veel plaatsen in Libië zien we grote nieuwbouwprojecten, soms aan de rand van een plaats, soms zomaar in het midden van niets, meestal nog deels in aanbouw, maar verbazingwekkend genoeg, meestal leegstaand. Ook dit is een van de projecten van Khadaffi, die het op zich heeft genomen om alle Libiërs te voorzien van een goede woning, schoon water en gratis elektriciteit; de vaak leegstaande 'nieuwe dorpen' maken een vreemd onwerkelijke indruk, met vaak onafgewerkte betonnen kubussen als woningen, een enkele keer zelfs echte, bijna Nederlandse rijtjeswoningen.

klik hier
 
Na bezichtigen van de oude stad en met name ook de 'bank' gaan we verder naar Ghadames, de geboortestad van onze Toeareg-gids Mahmoud, althans hij is 36 jaar geleden geboren in de woestijn in de buurt van deze stad. We zijn echter wat laat nadat de kinderen erg moeilijk uit de zee te krijgen waren in Zuara, zodat we moeten overnachten in de bergachtige omgeving van Nalut. We gaan nu voor het eerst echt van de weg af om een overnachtingsplek te vinden. Volgens Cathelijn gaat onze wagen nu definitief stuk, met name als we een soort trap af moeten dalen. Het is al donker als we op een plek uitkomen die redelijk vlak is zodat we comfortabel in de wagen kunnen slapen. De volgende morgen blijken we in een mistbank te zitten, als deze enigszins optrekt zien we dat we aan de rand van een diepe afgrond staan, met een indrukwekkend uitzicht. Als we vertrekken blijkt het pad wel slecht te zijn, maar toch niet zo slecht als in het donker leek; De 'trap' komen we nu probleemloos op. Zoals gezegd gaan we nu richting Ghadames, een vroegere pleisterplaats voor Karavanen vanuit Algerije, waarvandaan we de woestijn en met name de gebergten in het zuiden van Libië in zullen trekken. Ook nu weer over een weg, maar hier zijn al hele stukken zg. zand en grindweg, ook weer begeleid door de resten van de aanleg van de pijpleidingen en de hoogspanningsmasten. We kunnen een binnenweg nemen, waardoor we voor het eerst op rulle zandwegen komen, hier gaat het hard, maar de wagen houdt zich daar prima op. Na een korte pauze verlaten we de weg, en rijden dwars over zand- en grindvlaktes met wat kleine heuvels en Wadi's naar Ghadames. De wagen heeft het hier en daar in het losse grind wat zwaar, maar kan toch goed meekomen; ik denk dat onze gids eens wilde zien wat de wagen wel of niet aankan. Vlak voor Ghadames buigen we weer af van de route en komen aan, midden in de woestijn, bij een tweetal meertjes, een blijkt de bron te zijn en is 85 meter diep, met een hele brede basis, zodat de rots waar we op staan ondermijnd is door dit meer. Hier kunnen de kinderen zwemmen, wat wij ook doen na de lunch en vervolgens gaan we weer via de meest rechtstreekse route, dus dwars door de woestijn naar Ghadames. Daar aangekomen wordt eerst getankt, nog steeds verbaasd over het geringe bedrag waarvoor we onze 300 liter krijgen (36 €), hierna worden we begeleid naar de camping, onderweg wordt het internetcafe aangewezen. Omdat het vrijdag is zijn veel zaken dicht, maar deze zullen in de loop van de middag weer open gaan. 's Avonds zullen we naar het drielandenpunt gaan om een oud (Romeins) Fort te bezoeken en de zonsondergang op onze eerste zandduin mee te maken. Wij zijn de enigen op de camping, het toiletgebouw wordt speciaal voor ons geopend. Gelukkig hoort deze camping bij een hotel zodat niet alle voorzieningen moeten worden opgestart. De rest van de middag zijn we vreselijk lui, lezen en schrijven wat, Paul en ik lopen naar het internetcafé, nummer een is dicht, maar nummer twee is open en heeft een redelijk snelle verbinding.

klik hier

klik hier
 
Het gebrek aan activiteit van onze kant wordt vooral veroorzaakt door de onverwacht grote hitte, iets wat we de komende weken nog vaak zullen horen, namelijk hoe ongebruikelijk heet het in oktober is. 's Avonds zouden we worden opgehaald, maar onze gids is ontsteld dat we de oude, nu leegstaande Medina niet hebben bezocht. We gaan met degene die ons naar het drielandenpunt gaat begeleiden eerst naar deze medina, die inderdaad zeer bijzonder is; de Medina is volledig overdekt, heerlijk koel, tamelijk donker. Het is eigenlijk erg jammer dat het wordt gebruikt als groot museum, want daarmee is het erg levenloos, zielloos. We missen de mensen en de activiteit; eigenlijk is het een heerlijke omgeving om in te vertoeven. Vanuit het grote ondergrondse meer bij Ghadames stroomt er schoon water onder de Medina door en leverde het water voor de vroegere inwoners.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Na de bezichtiging gaan we met de broer van Mahmoud, Ta'har in een Toyota hilux naar het fort en de zandduinen voor de zonsondergang; De kinderen rennen meteen deze eerste zandduinen die we zien op en hebben duidelijk nog nooit zo'n grote zandbak gezien. Ze rennen en rollen op en neer, zitten binnen de kortste keren onder het zand maar hebben de grootste lol; van moeheid of luiheid is niets meer te merken. De Zonsondergang is een beetje een teleurstellend doordat de zon vervroegd achter de wolken, die in het westen hangen, verdwijnt. Direct na verdwijnen van de zon steekt een zandstorm op waardoor de omgeving erg onaangenaam wordt, en de geplande thee in de luwte van een auto wordt genuttigd; Tijdens dit geheel arriveert Mahmoud met een deel van zijn familie, maar tijdens het manoeuvreren van de wagen in het duin gaat er iets kapot, waardoor de wagen moet blijven staan, en we met z'n allen in de hilux terugrijden naar de camping; de kinderen gaan met de neefjes en nichtjes van Mahmoud in de bak als echte inboorlingen. Het fototoestel heeft door de zandstorm ook schade opgelopen, maar met het voorzichtig toepassen van wat perslucht is een en ander weer gankelijk te krijgen. We bezoeken de familie van onze gids in zijn huis, uiteraard gaat Cathelijn met de kinderen naar het vrouwengedeelte, terwijl ik wordt uitgenodigd in het mannendeel. We geven de eerste blauwe bal als teken van wereldwijde verbroedering aan de neefjes en nichtjes van Mahmoud.

klik hier

klik hier

klik hier
 
De volgende dag kan ons geplande vertrek niet doorgaan in verband met de noodzakelijke reparaties aan de wagen van de gidsen, waarvoor er onderdelen moeten komen van Tripoli. Zoals in Afrika gebruikelijk is, wordt iedere keer een onrealistische tijdsplanning opgegeven. 's avonds wordt duidelijk dat de wagen die dag en waarschijnlijk ook de volgende dag niet gerepareerd zal zijn. De oplossing is dat we met een andere gids, Achmed, een Arabier die een half woordje Frans zou spreken en een andere auto de tocht door de duinen naar het zuiden, Al Awayna en de Akakus zouden maken. Onze eigen gidsen zullen ons dan met de gerepareerde wagen en via een andere route na maximaal drie dagen weer oppikken. Groot protest van de kinderen die inmiddels met name een geweldig contact hebben met Mahmoud. Later blijkt dat Achmed so wie so met ons mee zou gaan omdat hij als ex-truck rijder beter weet hoe de duinen te passeren met een vrachtwagen, met name gezien ons toch beperkte motorvermogen bij het mee te zeulen totaalgewicht. Voor de route door de duinen is drie dagen gepland. Uiteindelijk zal Achmed ons twee weken begeleiden.
 
Ghadames-Al Uweinat
 
In Ghadames heb ik het gevoel in het sprookje van 1001 nacht te zijn beland. Al die mannen met al die doeken om hun hoofd, op de achtergrond de oproepen voor gebed vanuit de moskee de witte oude huizen, alles kan me bekoren, de hele omgeving is zo oosters, islamitisch en sprookjesachtig.
Paul, Anton en ik doen inkopen voor onze tocht door de woestijn. In eerste instantie zoeken we ons suf naar de winkels, omdat ze geen etalages of reclames hebben aan de buitenkant herkennen wij ze niet als winkel. Er is redelijk wat te krijgen, de prijzen liggen iets lager dan in Nedeland.
Na een dag vertraging vertrekken we dan met onze nieuwe gids Achmed richting Al Uweinat.
Het eerste stukje rijden we over de asfaltweg. Vrij plotseling slaan we zomaar rechtsaf de woestijn in. Nu had ik geen weg verwacht, maar toch wel een soort spoor. In plaats daarvan zien we wel duizend sporen van andere autos die er ooit gereden hebben. Ieder kiest zijn eigen weg en Achmed kiest voor ons de weg. We gaan zigzaggend door het landschap. Hij weet precies hoe we de bergen, het losse zand en andere onbegaanbare stukken moeten vermijden. Op onze Garmin hebben we 'tracks for Africa' geprogrammeerd, maar we volgen toch een andere (Achmeds) route, omdat we anders kans hebben om op te grote, steile duinen te belanden.

klik hier

klik hier
 
Het is warm, ca 44 graden en als ik het raam open zet dan lijkt het alsof er 100 fohnen op ons gericht worden. Raam dicht dus. Voor wat afkoeling zorgt het koude water, waar we liters van drinken. De kinderen mogen op de grond achter ons zitten, zo kunnen ze goed kijken en het is gezellig. Ze vinden het fantastich om zo te hobbelen, bonken en soms te stuiteren. Soms durf ik niet achterom te kijken naar ons huisje: Het beddegoed vliegt van de bedden af, de koelkast wordt door elkaar geschut, alles rammelt en maakt lawaai, en als ik een kast open (als we weer stil staan) dan moet ik vanalles opvangen.
Het gaat zo hard dat de kastsloten afbreken en het servies door de wagen vliegt. Ik krijg dan toch mijn bedenkingen bij deze tocht. Hoe lang gaat het duren voordat er iets belangrijks stuk gaat? En waar staan we dan, en kunnen we het dan verhelpen? Ik maak me zorgen, ook al heeft Chalmer me verteld dat het normaal is 'dat alles stuk gaat' en dat 'dat erbij hoort'. Toch heb ik liever niet dat dat gebeurt als we middenin de woestijn staan bij meer dan 40 graden, zelfs al hebben we 400 liter water bij ons. Ik vind het opeens allemaal niet meer zo sprookjesachtig.
's Avonds kamperen we in de duinen. Achmed kneed een deeg en maakt een vuur. Dan schuift hij het vuur aan de kant en legt tot mijn verbazing het deeg zo op het zand! Kooltjes erop en 20 min later schhuurt hij met zand het zwart van het brood en genieten we van een heel stevig heerlijk vers brood (zonder zand) waar we ook de volgende dag nog van eten.
Om 22.00 uur arriveren onverwachts de gidsen Mahmoud en Laila bij ons kamp! Toen hun auto gemaakt was, zijn ze ons acherna gereisd, waarbij ze onze vrachtwagensporen hebben kunnen volgen. De kinderen spingen uit hun bed van enthousiasme.
De gidsen besluiten dat Achmed bij ons blijft om te zorgen dat de vrachtwagen alle passages bij de zandduinen goed doorkomt, wat mij gelijk weer aan het denken zet. Dan hebben we nu maarliefst drie gidsen bij ons. Mahmoud is onze eigenlijke gids, Achmed gaat mee voor de zandduinen (wat moet ik daar dan bij voorstellen als een gids niet genoeg is?) En Laila, is ze in de leer voor gids en is dit een soort stage? Is het voor de gezelligheid of had ze toch even drie weken niets te doen of... nouja, wij vinden het prima en stellen geen vragen.

klik hier
 
 
Kamelen
 
's Morgens om 08.00 uur is het al 35 graden. Onderweg naar een bron komen we, op ongeveer 100 meter afstand, een groep kamelen tegen. In de brandende zon lopen ze rustig voort in het stof, onder hen bevinden zich ook een moeder met haar jong. Het is een prachtig gezicht. Ze hebben hetzelde doel als wij: de waterbron.
De bron bestaat uit een straal water en drie bassins. Voor het eerst komen we daar andere mensen tegen: twee Libische mannen. Ze zitten al een paar dagen bij deze bron en maken op mij een gelukkige indruk. Ze beoefenen hun hobby, iets met roofvogels. Ik moet denken aan die film (Brokeback Mountain, een aanrader overigens) over twee homo mannen die zich af en toe terugtrekken in de wildernis om te gaan vissen, waarbij er overigens geen vis wordt gevangen.
Het duurt niet lang of Paul en Anton en Chris zitten in het water. Ze hebben de grootste lol en maken daarbij een hoop lawaai. In de verte zien we de kamelen naderen, we kijken van onder een zeil naar wat er gaat gebeuren. Van de andere kant komt nu ook een andere groep kamelen aangelopen. Ze durven niet dichterbij te komen. Dan vragen we de kinderen te stoppen met hun gespetter en lawaai en zitten ze stil in een hoekje van het bassin. Met z'n allen kijken we nu naar de kamelen, niemand zegt een woord. Ze komen dichterbij, zouden ze ook durven drinken? Heel langzaam naderen ze en na een poosje staan ze met z'n allen aan het uiteinde van de bassins te aarzelen, zo ver mogelijk van de kinderen vandaan.
Dan kan moeder kameel niet langer wachten, zij doet een paar stappen naar voren, en begint te drinken. Het is een prachtig gezicht. De anderen volgen ook, en met z'n allen staan ze zich nu te verdringen op hetzelfde plekje, wat een beetje onhandig is.

klik hier

klik hier
 
's Middags kunnen we niet verder reizen, een zandstorm belemmert het uitzicht. We liggen nu met de gidsen en de twee mannen onder een onderkant van wat eens een vrachtwagen was.....De zijkanten zijn afgeschermd door wat oude, vieze zeilen. Niet iedere toerist zou hier blij van worden. Soms verruil ik de plek voor onze vrachtwagen. Ik weet niet waar het koeler is, de vrachtwagenthermometer geeft 46 graden aan. Buiten zitten de kamelen in de volle zon, die hebben het nog veel heter. Af en toe staan ze op om te drinken uit de bassins.
De kamelen lopen vier dagen naar een plek met voedsel en dan weer vier dagen terug naar deze bron, en dat hun leven lang. Na zo'n 10 jaar komt daar een einde aan, dan worden ze gevangen en geslacht. In onze vriezer heb ik ook een stuk kameel, eergisteren samen met Paul en Anton gekocht.

klik hier
 
 
Zandduinen
 
De volgende dag moeten we over zandbergen heen; de gekozen route van 750 km heeft 70 km zandduinen. Achmed, Mahmoud en Laila zoeken de beste passages. Door de wind verplaatsen de zandduinen zich steeds en zijn ze iedere keer anders van vorm. Ook voor hen is het iedere keer dus zoeken naar een nieuwe route. Er is uiteraard geen enkel spoor van andere auto's te zien, die zijn uitgewist door de wind.
We laten lucht uit de banden lopen voor meer grip. De gidsen rijden met hun Toyota Landcruiser vooruit om de duinen te verkennen. Wij krijgen een walkie talkie zodat we horen of we hen kunnen volgen of niet. Ik zit met samengeknepen billen in de auto. De motor loeit van het harde werken, de wagen gaat voor mijn gevoel soms bijna om, soms schuiven we een stuk zijwaards de berg af (volgens Chalmer is dat heel normaal) en enkele bergen zijn zo steil dat we een aanloop moeten nemen (ik ben dan al de auto uitgevlucht). Dit Parijs-Dakar gedoe vinden Chalmer en de kinderen geweldig, de kinderen zitten te joelen in de auto en als we weer een helling gehaald hebben dan klinkt er gejuich. Wat dat betreft was het dan wel weer een vrolijke bedoening. Volgens Layla, bij wie ik steun kom zoeken, rijden hier heel vaak trucks overheen. Ik heb er de afgelopen dagen nog nul gezien, (we hebben uberhaupt geen andere auto gezien behalve dan bemoedigende autowrakken) maar ik wil haar nu graag geloven.
De gidsen denken dat Chalmer dit al veel vaker heeft gedaan, maar hij heeft alleen een keer geoefend op een omgeploegd campingterrein in Drenthe. Na enige uren zijn we 20 km opgeschoten, zoeken we met z'n allen hout voor een vuur, vinden we een kampeerplek, maakt Achmed weer vers brood en zijn kip met macaronie (Achmed wilde twee weken lang iedere avond kip met macaronie eten), porren Chris en Paul met een stok in het vuur, rent Mahmoud achter Anton aan de duinen op, maakt zijn Touareg- thee en proosten we met ons alcoholvrije bier en de thee op de goede afloop van de dag.

klik hier

klik hier

klik hier
 
 
nog meer woestijn
 
We rijden over heel veel duin, over zwarte grote stenen, over zwarte kleine stenen, over grind, bruin, geel, blauw, rood, zacht, hard, hobbels, ribbels, geulen, drempels aangelegd door de natuur, we hebben fascinerende uitzichten en genieten 's avonds van echte stilte en mooie sterrenhemels; de verder in Afrika overal aanwezige krekels ontbreken hier volledig, dus hier hoor je alleen de wind en soms het zand, wat bij verschuivingen een brommend geluid maakt. We wandelen in Maghidet, en worden er zo door gegrepen dat we besluiten er te kamperen. Het is een landschap wat bestaat uit enorme rotsen, waar je allerlei beesten, gezichten en figuren in kunt zien. Het grootste gedeelte ligt in buurland Algerije, een klein gedeelte in Libie. 's Morgens zien Chalmer en ik samen in volkomen stilte de zon opkomen. Achmed is ook wakker, hij zit op zijn kleedje te bidden.

klik hier

klik hier
 
Volgens onze gidsen zit het gebied 'vol met water'. Ik vind dat nog wel meevallen als er steeds 125 km tussen twee bronnen in zit. Soms kunnen we uit de bron drinken, soms ook niet. We douchen er ons, tappen water en ik doe er af en toe de was.
Na vijf dagen komen we aan in Al Uweinat, een woestijnstad. Er is iets raars aan de hand: twee dagen geleden verlangde ik nog een moment naar de bewoonde wereld, maar nu weet ik niet hoe snel ik weer de woestijn in moet komen. Gelukkig denken de kinderen Chalmer en de gidsen er net zo over. Dus we tanken, slaan bootschappen en water in, poetsen de wagen, brengen ons afval weg, doen de was die na een uur al droog is, en na een halve dag staan we weer in het grote niets, in het dorre, fascinerende, grote landschap en zijn op weg zonder dat er een weg is naar de Akakus, een gebergte in Zuid-West Libie.
 
 
Akakus
 
De temperatuur daalt tot 36-38 graden, we vinden het best koel. We betreden een landschap vol grote rotsen omgeven door prachtig geel zand en af en toe wat groen. Het geheel geeft ons een surealistisch gevoel, is dit landschap wel echt?

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Als we onze koffiepauze houden bij een grote boog-rots horen we drie grote gele vrachtwagens aankomen. Even later springen er 11 vrolijke nederlanders uit. Vinden ze het echt zo leuk om ons te zien? Ik weet nooit zo goed of Nederlanders het wel leuk vinden om andere Nerderlanders tegen te komen, maargoed, wij vinden best leuk om na zo lange tijd eens andere toeristen tegen te komen Natuurlijk zijn we geinteresseerd in elkaars vrachtwagens. Zoals gebruikelijk vinden de vrouwen de binnenkant belangrijk en de mannen de buitenkant. Dus laat ik trots onze wagen van binnen zien, en hangen de mannen al onder de wagen. Dan hoor ik: 'Weten jullie al dat de luchtketels zijn afgebroken?' Oeps. Zelfs ik kan zien dat er een dikke stalen buis door midden is, de luchtketels hangen aan de leidingen. Ik doe maar heel rustig, zeker nu er 11 mensen staan te kijken hoe wij hierop gaan reageren.
Chalmer komt er naar kijken, en de gidsen ook. Chalmer gaat gelijk zijn gereedschap pakken. Slechts enkele tellen later bevestigen 4 handige mannen waarvan er zeker twee monteur moeten zijn spanbanden om de luchtketels (gelukkig had iedereen inclusief Chalmer hetzelfde idee over de tijdelijke oplossing van deze breuk) en hangen de ketels weer op hoogte.
'Zullen we naar de stad toe rijden voor een reparatie bij de garage?' stelt onze gids voor. Nee, zegt Chalmer., hiermee kunnen we vast wel een paar dagen rijden. De Akakus wil hij voor geen goud missen, we blijven hier nog drie dagen. We nemen afscheid van de Nederlanders (die een strakker reisschema hebben). Wat een geluk dat we ze nu tegenkwamen en dat ze dit probleem zagen!

klik hier

klik hier
 
Alsof er niets aan de hand is rijden we verder en lunchen bij de aller oudste tekeningen die er in de wereld zijn gevonden. In dit gebied zijn rotstekenigen van 12000, 10000 en 8000 jaar oud. Zonder gids zou je nog niet eens de helft van deze tekeningen kunnen vinden. Onze gidsen laten ons de mooiste zien. Het maffe is dat zulke unieke tekenigen zonder enige bescherming zo te zien zijn, je zou ze zelfs kunnen aanraken.
Het is rustig in de Akakus, behalve de nederlanders zien we bijna niemand, dank zij de zoon van Khadaffi. Door deze zoon was er een conflict ontstaan tussen Khadaffi en de 'Schengen landen' Schengen Landen mochten daarom Libie niet meer in en alle grote touroperators uit deze landen hebben daarom al hun reizen naar Libie voor 2010 geanuleerd. Het gevolg: wij zijn, met die 11 nederlanders, bijna de enige in dit gebied.

klik hier

klik hier
 
We zien ghekko's, kijken naar het landschap wat steeds veranderd, de kinderen spelen in een waterpoel.' sAvonds zet ik mijn pannen op het houtvuur naast de macaronie-met kip- pan van Achmed en als alles klaar is delen we ons eten met elkaar.
Paul, Anton en Chalmer slapen soms buiten in de open lucht. Onze gidsen slapen altijd in de open lucht. Bij een zandstorm, bij muggen of zandvlooien doen ze hun hoofddoek om hun gezicht heen en slapen verder.

klik hier

klik hier

klik hier
 
 
Murzuk
 
Het is 45 graden, ook ik heb maar zo'n doek om mijn hoofd heen gebonden, en merk dat het nog helpt ook tegen de hitte. Af en toe maak ik de doek nat, een trucje wat we vorig jaar van Kees en Jacobine in Tunesië hebben geleerd. De cacaobus, de pepermolen en het zout zijn opengegaan in de kast, de eieren zijn kapot waardoor ik geen pannenkoeken meer kan bakken, de koffiepauze werd een graafpauze omdat we vast kwamen te zitten, de bedden van de kinderen zijn veranderd in een zandbak en Chalmer heeft per ongeluk de vrachtwagen scheef neergezet waardoor we in ons eigen huis de hele avond berg-op berg af moeten lopen.
We slapen aan de rand van s'werelds grootste zandzee, de Murzuk. Hoe vaak heb ik al niet gekeken in atlassen en op wereldkaarten, naar al die woestijnen op onze planeet, me afvragend hoe het daar en daar zou zijn, hoe het is om in dat eindeloze niets te zijn, in een omgeving die nauwelijks water en voedsel verschaft, waar de natuur tegelijkertijd fascinerend, ruig en bedreigend is, ver weg van lawaai, heel ver weg van alles en iedereen. Ik kan bijna niet geloven dat we daar nu zijn. De vrachtwagen staat scheef, ja, so what? Ik ben op een plek waar ik altijd al heb willen zijn.

klik hier

klik hier
 
Na zeven dagen bereiken we weer de bewoonde wereld. Om 19.00 uur 'savonds gaan we op pad naar Ubari om de vrachtwagen te laten repareren. Enkele donkere mannen uit subsahara landen (het lichamelijk werk wordt in dit land verricht door twee miljoen gastarbeiders) lassen de onderdelen weer aan elkaar. Chalmer heeft zo zijn bedenkingen over de kwaliteit van de reparatie, maar de lasser geeft garantie!

klik hier

klik hier
 
 
Mandara meren
 
Ik schrik als ik hoor dat de Mandara meren bij Germa alleen maar te bereiken zijn via de zandduinen. Moeten we dat nu wel doen, vraag ik me af. Die vrachtwagen heeft al zo hard gewerkt en we moeten er nog een jaar mee verder.
De gidsen zien het toch wel zitten en Chalmer en de kinderen zien al helemaal nergens een probleem.
We moeten graven, denken, omrijden, nog een keer graven, de bandenspanning terugbrengen tot het absolute minimum en dan nog een keer proberen en nog eens en dan opeens zien we dan dit:

klik hier

klik hier
 
Het water is erg zout, maar toch zwemmen/drijven we erin. Paul, Anton en Chris plukken dadels uit de palmen.
We maken kamp ver weg van de meren, anders hebben we last van de muggen die er in grote aantallen bij de meren zijn.
 
 
Vulkaankrater
 
Via Sebha, (na Tripoli en Benghazi de derde grote stad in Libië), alwaar we een nacht op een camping met zwembad staan, gaan we op weg naar Wau an Namus, een vulkaankrater centraal in de Sahara. Twee dagen heen en twee dagen terug rijden om deze vulkaan te zien. Is dat het waard? We weten het alleen maar als we het doen. En daarom doen we het.
Onderweg is er geen enkele waterbron. De weg is volgens Chalmer een uitdaging, de kinderen genieten weer volop van het off road rijden, ik vooral van enkel en alleen de woestijn. Na twee dagen rijden bereiken we Wau an Namus. We bevinden ons nu in het middelpunt van de Sahara, de bewoonde wereld is alle kanten op minimaal 350 km van ons vandaan.
Anton vind de vulkaankrater net een sprookje.

klik hier
 
Op de terugweg moeten we weer over een verschrikkelijk stuk 'wasbord' weg; keuze bestaat uit volledig off road rijden zoals op de heenweg, maar ook dat is een zware belasting voor de wagen; de keuze valt nu op de wasbordweg, een van de ergste die Chalmer ooit in z'n leven heeft gezien. Uiteindelijk komen we bij het politie- en militaire checkpoint wat de toegang tot dit deel van de Sahara beheerst; de gidsen blijven lang weg omdat er iets van hun auto af is getrild; intussen maken wij zo goed mogelijk een praatje met de mannen op de bergtop. Meerderen hebben een voetbalshirt aan, maar desgevraagd blijken ze niet te kunnen voetballen bij gebrek aan een bal. Wij delen een blauwe bal uit en willen een foto maken waarop de militairen dit wel toestaan maar zelf er uiteraard niet op willen.

klik hier
 
Op de terugweg gebeurd dan toch hetgeen waar ik steeds aan heb gedacht.
We willen net gaan stoppen voor de lunch, hebben nog zo'n 200 km voor de boeg vandaag en morgen. Onze lunch bestaat bijna altijd uit een salade van aardappel (de vorige avond gepoft op het vuur), ui, wortel, tomaten, komkommer, olijven, met een dressing van citroen en olijfolie, eventueel aangevuld met witte of groene bonen, tonijn en Achmeds brood. Omstreeks half twee, we zijn bijna aangekomen bij een eenzame boom die wat schaduw geeft tijdens de lunch, komt de wagen niet meer in beweging. 'Cathelijn we staan stil en voorlopig komen we hier niet meer weg' roept Chalmer van onder de vrachtwagen. Oké nu hebben we dus die pech midden in de woestijn. Ik ben stil en wacht af, assisteer Chalmer en maak de salade klaar. De kinderen vinden het fantastisch; alle bouten van de aandrijving zijn eraf getrild of gescheurd!
Chalmer zaagt nieuwe bouten op maat die hij in Zwitserland (bij Helga en Pieter) nog op de valreep heeft gekocht. Als hij klaar is zijn onze gidsen er van overtuigd dat Chalmer van beroep mecanicien moet zijn, wat hij in zekere zin ook kan beamen. Zijn grijze haren zijn verdwenen: we wassen zijn haren drie keer, als we ze weer zien stoppen we ermee en kan hij gaan lunchen.

klik hier

klik hier
 
 
Van Sebha naar de grensovergang Libië-Egypte.
 
Twee dagen later zijn we weer in Sebha. We eten in een restaurant, waarna Achmed afscheid neemt van ons. 'Good, good', roept hij, en hij slaat ons op de schouders bij het afscheid. Chalmer krijgt zoenen, ik (gelukkig) niet! Soekran soekran (bedankt bedankt) zeggen wij terug.
We gaan nog 1600 km rijden naar de grens, samen met Layla en Mahmoud. Nog altijd weten we niet precies waarom die twee ons samen hebben begeleid, het doet er ook niet toe. We weten wel dat een Touareg nooit met een westerse vrouw kan gaan, dat heeft Mahmoud ons verteld. Gelukkig kan er wel samen gereisd worden.
1600 km rijden, is dat saai? Niet als je onderweg adembenemende natuur, oude auto's, afgeladen vrachtwagens, olievelden, afgravingen, gitzwarte mannen, talloze kleine stalletjes, heel vies sanitair, bergen afval, oude Turkse kastelen en nog veel meer ziet.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
In een van de stadjes zie ik een vrouw gekleed in een burka. Dat hebben we in Libië nog niet vaak gezien. Ik zit in de vrachtwagen, losse haren, zonnebril, T shirtje. Omdat ik wat langer naar haar kijk, geeft ik haar een lach en zwaai. Zij kijkt ook wat langer naar mij, en zwaait terug. Ik merk dat dit de gebeurtenis is die mijn dag kleurt. We hebben contact ondanks en dankzij het contrast tussen ons. De verschillen vallen weg.
Bij de grensovergang nemen we afscheid op de Touareg manier. Er zijn namelijk geen woorden voor om te zeggen wat je wilt zeggen of wat je voelt. Daarom zeggen zij niets en doen wij hetzelfde.
Het klopte, het paste, het was met onze gidsen als met een bevalling: de juiste woorden op het juiste moment, de juiste dingen op het juiste moment. Libië: het was.. ik zeg niets!
top