Egypte
 
 
Eerste dag Egypte.
 
Het is een uur of een 's nachts. We zijn moe van de lange rit van vandaag en het afscheid van Mahmoud. Zouden we hem ooit nog eens zien?
We zoeken een plek om de wagen neer te zetten om net als de kinderen, lekker te gaan slapen. Net voorbij een stad vinden we een open veld. Het is dan wel niet een prachtige plaats, er ligt veel afval, maar we hebben tenminste een slaapplek.
Plotseling begint te waaien, zo hard dat we alle ramen moeten sluiten. Even later waait het nog harder, onze wagen zwiept heen en weer. Dat is dan 9 ton aan gewicht wat staat te schommelen! Chalmer vraagt zich af of we niet in een tochtgat staan. Ik zie allerlei witte dingen voorbij vliegen. De wind loeit om ons heen. De witte dingen blijken plastic zakken te zijn, dus dat valt mee. In de verte zie ik een auto heel langzaam rijden. Waarom rijdt ie zo langzaam? Om niet op te vallen sluiten we de rolgordijnen en doen het licht uit. Het is heet, 36 graden. 's Nachts word ik een paar keer wakker van de wind en van de warmte. Na vannacht zal het wel over zijn, denk ik.
Maar 's morgens waait het nog net zo hard. We besluiten verder te rijden, richting Marsa Matruh, aan de noordkust van Egypte. Op de woestijnweg kunnen we niet harder dan 50 km per uur. Even later wordt ons bijna al het zicht ontnomen, we rijden nog maar 10 km per uur. We zien alleen maar zand, zand, zand. Beelden uit de film 'the English Patiënt' komen naar boven. Daar raakte een auto helemaal bedolven onder het zand door de zandstorm. Deze gebeurtenis voedde overigens ook de romantische ontwikkelingen tussen de hoofdpersonen. Ik kijk eens naar Chalmer en vraag me af of het bij ons ook zo'n uitwerking zal krijgen. Ik besluit te stoppen en de wagen aan de kant te zetten.
Als ik de deur open maak, vliegt ie bijna uit mijn handen en er waait in korte tijd een grote hoeveelheid fijn zand de vrachtwagen binnen. Ik voel aan mijn huid; nat van het zweet door de warmte, ruw van het zand wat erop blijft zitten. Om ons heen ligt nu overal zand in de wagen, het blijft plakken aan de muren, en de kinderen zien er ook al gelig uit. We zitten opgesloten in de storm en kunnen nergens heen. Hoe lang kunnen zandstormen eigenlijk duren?

klik hier
 
Wat kunnen we doen?
School! Het is fantastisch hoe Paul, Anton en Chris dit plotselinge besluit accepteren. We werken enkele uren, ondanks de temperatuur van 40 graden. Wat is het fijn om te merken dat het lukt om deze dag goed door te komen. Aan het eind van de middag gaat Chalmer toch rijden. Binnen een half uur is de zandstorm over, of rijden we hem uit? Laten we het maar houden op het eerste, anders is het zo sneu.
We gaan naar Marsa Mathruh, rijden door naar de zee. De zon schijnt, er waait een lekker windje, we ruiken de zee. Na even zoeken vinden we een plek boven op grote witte rotsen, we parkeren de auto naast een ezel. Op de ezel en wat vissers in de zee na is er niemand. De kinderen springen net voor het donker in het water, en ik verbaas me over de plotselinge wending van deze dag.

klik hier

klik hier
 
 
Egypte
 
Egypte wordt vaak beschreven als het land van de tegenstellingen; nu zijn er meer van dit soort landen op de wereld, maar Egypte ligt natuurlijk voor veel westerlingen goed bereikbaar als toeristisch doel voor met name kortere vakanties. Wat je dan ziet van Egypte is overigens een geheel ander land dan wat wij bezoeken. Het is ons ook enorm opgevallen hoe groot de tegenstelling is tussen het 'gewone' Egypte en de toeristencentra. Ook de mensen zijn in het eerstgenoemde volledig anders, uiterst vriendelijk, behulpzaam, uitnodigend (het aantal koppen thee wat ons is aangeboden en we ook zittend op de grond in een hutje hebben genuttigd is niet te tellen), altijd zoekend naar een manier om je te helpen en de kinderen zijn vaak bedeesd of zelfs verlegen. Waar meer toeristen komen, en vooral in de grote toeristencentra komen we inderdaad de mensen tegen die je voortdurend lastigvallen en als lastige vliegen rond je blijven zoemen, ook al sla je ze van je af. Je wordt zo wantrouwend dat je zelfs de persoon die echt uit vriendelijkheid aanbiedt om je te helpen afwijst, want ze hebben allemaal zo'n vriendelijk praatje, met fantastische tactieken om een contact te leggen en te houden. In de grote toeristencentra gaat het zelfs op een agressieve manier waar een nee uiteraard niet volstaat maar je ook fysiek zelf of via je kinderen benaderd wordt. Moebarak heeft een campagne gestart om de Egyptenaren ertoe te brengen toeristen op een redelijker wijze te benaderen. Wat ons betreft hoeft hij zich eigenlijk alleen maar te richten op de toeristencentra.
Egypte is natuurlijk ook het land van Moebarak; officieel is hij een gekozen regeringsleider, maar de uitslagen van verkiezingen staan al bij voorbaat vast. Hij regeert nu al 29 jaar, de Egyptenaren die je spreekt gaan ervan uit dat hij wel opgevolgd zal worden door een van zijn zoons, maar zoals Mohammed opmerkt: 'wie weet wat een eventuele opvolger weer wil, nu weten we waar we aan toe zijn. De volgende heeft misschien nog wel meer honger'.
Er wonen 50 miljoen mensen vooral in de strook langs de Nijl, met daarvan 16 miljoen in Caïro, dat daarmee de grootste stad van Afrika is. Verder landinwaarts worden grootse irrigatieprojecten opgezet waarmee geprobeerd wordt het bebouwbare en dus bewoonbare areaal flink te vergroten. De bevolking groeit namelijk nog gestaag. Er wordt overal gebouwd, aan de rand van steden verrijzen hele nieuwe dorpen of buitensteden die klaar lijken maar nog volledig onbewoond zijn. Ook midden in de woestijn zie je dit soort spooksteden. In de buurt van Asyut zagen wij een nieuw stadje waar op ieder huis een kruisteken was aangebracht, verwerkt in het metsel- of stucwerk. Bij navragen blijkt de regio van Asyut voornamelijk christelijk te zijn, maar het doel van deze nieuwbouw kon niemand ons uitleggen, behalve dat de bevolking groeit. Maar op mijn opmerking dat niemand toch in zo'n lege stad zou willen wonen krijg ik alleen maar gelijk, zonder nadere uitleg.
In 1922 en opnieuw in 1936 werd Egypte onafhankelijk van Engeland, waar in eerste instantie een koningshuis aan de macht kwam, wat in 1953 door de faraoistische opstelling van Farouk leidde tot een opstand, die na een jaar uiteindelijk leidde tot het presidentschap van Nasser; tot zijn dood heeft hij Egypte geleid en een intensief moderniseringstraject in gang gezet. Een belangrijke resultaat uit die tijd is de ontwikkeling en de bouw van de Aswan dam in de Nijl, wat in één klap het energieprobleem van Egypte moest oplossen en het probleem van de jaarlijkse overstromingen in de beneden-Nijl, maar daarmee ook de aanvoer van vruchtbaar slib onderbrak, waardoor weer meer kunstmest gebruikt moet worden. Er zijn een groot aantal oude kunstwerken onder het water van het Nasser meer verdwenen, maar enkel zijn steen voor steen afgebroken en deels weer opgebouwd op een hoger niveau (Abu Simbel), deels verplaatst naar musea of opslag. Na de moord op Sadat door fundamentalistische soldaten kwam Moebarak in 1981 aan de macht; officieel voor 6 jaar maar sedertdien telkens herkozen door de volksvertegenwoordiging, welke verkiezing wordt bekrachtigd door het daaropvolgende nationaal referendum.
 
Grensovergang Libië - Egypte.
 
De grensovergang is ons alleszins meegevallen.
Het vertrek uit Libië ging op de gebruikelijke wijze met inschakelen van vriendjes van onze gids, waar we dan ook eerst werden uitgenodigd om wat te komen eten, waarbij er plotseling een douanebeambte binnen kwam lopen die ook wat te eten kreeg en alvast te horen kreeg wat voor gezelschap Libië ging verlaten.
Daarna was het voor ons een kwestie van achter de auto van de vriend aan te rijden op aangewezen en niet altijd even logische plekken te stoppen en af te wachten, tot alle formaliteiten waren afgehandeld, wat binnen een uur gebeurd was.
Direct hierna werden we welkom geheten (letterlijk) in Egypte, waarna we op onszelf waren aangewezen en de auto enkele honderden meters verder reden, parkeerden en begonnen aan de formaliteiten waar we ons al op hadden voorbereid; ook hadden we ons voorbereid op een uur of 5 wachten op basis van ervaringen van anderen.
Wel hadden we de tip gekregen om 's nachts de grens te passeren, aangezien het dan vlotter zou gaan.
Nu mag in Libië na 6 uur 's avonds geen vrachtverkeer en vaak ook geen gewoon doorgaand verkeer meer rijden, zodat de grens na 6 uur so wie so rustig is.
Door een wat ongelukkige planning kwamen we ruim na 8 uur 's avonds bij de grens aan, zonder dat wij dat nu zo expliciet hadden afgesproken, maar dat kwam dus wel goed uit.
Allereerst werden natuurlijk de paspoorten bekeken,in orde bevonden en gestempeld; daar ontstond het eerste probleem; we moesten voor de twee stempels 30 Egyptische pond betalen, eventueel mochten we ook in Libisch geld betalen, omdat men wel begreep dat wij nog niet de kans hadden gekregen om geld te wisselen.
Wij hadden echter al onze overgebleven dinars aan onze gidsen gegeven, zodat we alleen nog dollars en Euro's hadden.
Vervolgens is het door het ontbreken van uniformen bij de meeste ambtenaren volstrekt onduidelijk of je van doen hebt met een zg fikser die tipgeld moet hebben of een officiële leges.
Uiteindelijk blijken we geen fiksers om ons heen te hebben maar alleen goedwillende ambtenaren.
Uiteindelijk ga ik met een van de beambten naar de Egyptische zijde en wordt voorgesteld aan een gezette man met een dikke rol geld die een redelijke ratio voor onze dollars lijkt te geven.
We wisselen beperkt, om eventueel later een officiële prijs te achterhalen.
Na betalen van de leges kunnen we verder, 50 meter naar links en parkeren; er moet een stempel van immigratie in het paspoort komen.; eerst natuurlijk de bekende formuliertjes invullen met persoonsgegevens, 5 maal; bij de ambtenaar in kwestie is een woord niet in hoofdletters neergeschreven, dus over doen.
Daarna opnieuw in de (korte) rij, maar dan blijken we geen visum voor Egypte te hebben, hetgeen bekend was.
Met een douanebeambte naar de bank, die 10 meter verder blijkt te zitten, waar we een visum kunnen kopen; de wisselkoers daar is iets beter.
Hierna teruggekomen blijkt de rij veel langer te zijn geworden, maar een beambte gebaart ons niet in de rij te gaan staan.
De militair die ons al tweemaal heeft weggestuurd legt echter consequent ons paspoort opzij als dat telkens weer voor hem neer wordt gelegd.
Uiteindelijk maakt hij wat grapjes met ons, stempelt de paspoorten min of meer ongezien en we kunnen weer verder.
We worden over een inspectieput gedirigeerd, waarna de wagen grondig wordt geënspecteerd; eerst van binnen, later nog eens aan de buitenkant.
Daarna mogen we de auto weer 20 meter verder parkeren om de autopapieren te regelen.
Een uiterst vriendelijke heer helpt ons daarbij, waarbij hij ons eerst helpt met het parkeren van de wagen en daarna ons bleef begeleiden naar een bijna opdringerig vriendelijke ambtenaar die ons wat papieren in laat vullen, ons carnet vraagt en een hele stapel inclusief het carnet aan de eerst genoemde vriendelijke man geeft en ons aangeeft deze man verder te volgen; deze man wil van ons 3000 E.P.
Voor verzekering, wegenbelasting, nummerplaten enz.
Vervolgens zegt hij mij de auto verder te verplaatsen en intussen zal hij de zaken betalen en de autopapieren regelen.
Ik geef Cathelijn nog opdracht bij de man te blijven, aangezien ik geen flauw idee heb wat de man voor een functie had.
Hierna zijn we de man dus enige tijd kwijt en na enige tijd ga je je dan toch zorgen maken (Cathelijn is namelijk door de man naar de auto gestuurd, wat ze braaf heeft gedaan).
Gelukkig komt hij toch weer opdagen, hem toch eens gevraagd wat zijn functie was, waarop hij vertelde dat hij douanebeambte was.
Alles is in orde en we mogen verder, weer enkele tientallen meters verder, regelen van de Egyptische autopapieren en de nummerplaten.
Deze nummerplaten krijgen we alvast om op de auto te bevestigen.
Onafhankelijk van elkaar krijgen Cathelijn en ik het voor elkaar om zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde de platen op de kop te monteren, welke we na een korte aanwijzing omdraaien; de door de Egyptenaren gebruikte cijfers zijn namelijk niet voor ons herkenbaar.
Hierna mogen we verder en worden we nogmaals welkom geheten in Egypte en richting de uitgang gewezen.
Tot op dat moment vrijwel alleen maar uiterst vriendelijke mensen tegengekomen, en nergens extra hoeven betalen! De laatstgenoemde douanebeambte slaat zelfs de tip die ik hem wilde geven voor zijn toch wel uitvoerige inspanningen zeer gedecideerd af.
Je denkt dan dat het klaar en voorbij is: fout! 100 Meter verder worden we weer tot stoppen gemaand, op zeer onvriendelijke wijze naar paspoorten en autopapieren (de Egyptische variant) gevraagd; de man verdwijnt daarmee, althans we zien hem wat op en neer lopen, maar er gebeurt eigenlijk niet zoveel.
Geleidelijk wordt duidelijk dat hier dan toch wat smeergeld wordt verwacht, maar gezien de ervaring in het eerste deel ben ik dat toch niet van plan, met name niet door de zeer onvriendelijke wijze waarop deze botterik meent op te moeten treden.
Dan maar een charmeoffensief; ik knoop vriendelijke (door de taal beperkte) praatjes aan met de overige douaneleden, schud wat handen, maak een grap, schud nog wat handen en krijg ineens mijn papieren in handen gedrukt.
We kunnen gaan,
Daarna zijn we naar Mersa Matruh gereden en net buiten de stad een mooie plek aan zee gevonden waar we uiteindelijk drie nachten hebben gestaan. De auto heeft een doorsmeerbeurt gehad, alles nog eens nagelopen, cardanas weer nagetrokken, kortom weer reisvaardig voor de komende twee weken. Olie verversen zullen we doen kort voor verlaten van Egypte. De eerste dag in deze stad gaat Cathelijn erop uit om boodschappen te doen.

klik hier
 
 
Boodschappen doen.
 
Er moeten boodschappen gedaan worden. Met rugzak, hoofddoek, lange broek en shirt met lange mouwen wandel ik van het strand richting de stad. Er komt een auto naast me rijden, de bestuurder zal niet ouder zijn dan 20 jaar. Hij draait zijn raam open en maakt kusgeluiden. Jemig, wat nou? Stug doorlopend bereik ik de winkels.
Bij de bakker beginnen mannen te gniffelen, andere mannen stoten elkaar aan of komen nieuwsgierig kijken. Vanaf de straat wordt er gejoeld naar de winkelier. In een van de zaakjes staat een man die eruit ziet als Bin Laden. Hij geeft mij het gevoel dat ik snel de winkel weer uit moet. Zo vlug mogelijk zorg ik dat ik buiten kom. Misschien ben ik de eerste vrouw in zijn winkel? Als ik om me heen kijk zie ik ook bijna geen vrouwen, het wordt me duidelijk dat de mannen hier de boodschappen doen. In een ander winkeltje koop ik yoghurt en melk, in nog een andere groeten en fruit. Overal blikken, 'oh lala-'s', kusgeluiden. Hoeveel winkels moet ik nog? Ik krijg hier alleen maar abnormale reacties, de meest normale reactie komt nog van een man die in een pick up zit: Als hij mij ziet roept hij 'buy, buy!' en hij tilt zijn schaap op.
Met een volle rugzak (zonder schaap) loopt ik weer terug naar het het strand.
'Wat doe ik verkeerd?' vraag ik aan Chalmer. 'Ik heb een hoofddoek om, draag bij 34 graden een lange broek en een lange mouwen T shirt, wat moet ik nog meer doen?' Chalmer denkt even na. Na een poosje zegt hij: 'ik denk dat je niets verkeerd doet maar dat het aan je hele verschijning ligt'. Tjee, mijn hele verschijning. Ik zet de boodschappen neer en vraag me af of het goed komt met mij en de Egyptenaren.

klik hier

klik hier
 
We zijn 12,5 jaar getrouwd! 'sAvonds zijn we met z'n vijven gaan eten in een typisch traditioneel Egyptisch restaurant, waar we op de grond plaats moesten nemen. We hebben er prima gegeten, voor ons werd gebotteld water geregeld ipv water uit het gemeenschappelijke tappunt, afgesloten met een prima thee, hoewel deze toch niet kon tippen aan de thee van Mahmoud.

klik hier
 
Hierna de wagen toch maar op een andere plek in de plaats neergezet, aangezien de strandplek al wat meer belangstelling had gekregen, o.a. van een overigens zeer vriendelijke militair, aan wie we hadden toegezegd dat we niet al te lang meer zouden blijven staan, waarna hij de voorgaande nacht geen probleem had verklaard. De volgende ochtend bleken we naast een militaire kazerne te hebben gestaan, maar geen last gehad! Na ophalen van de was, opwaarderen van de SIM kaart van de 'dongel' ( bij het ophalen van mijn mailbox was toch zoveel spam meegekomen dat de 100 Mb al snel op was, openen van onze eigen mailboxen zullen we in het vervolg maar laten), wat toch weer de nodige moeite kostte en het doen van de nodige inkopen gingen we op zoek naar water.
 
Geen water.
 
We maken ons klaar voor vertrek naar een oase in de woestijn: Siwa.
We hebben nog wel water nodig voordat we gaan, waar kunnen we dat krijgen? In deze streek is er geen camping, we zien geen waterppunten, dus proberen we een tankstation. Geen water. Een tweede tankstation heeft ook geen water, en niemand lijkt te weten waar we het wel kunnen krijgen.
In de stad regelen we een telefoonkaart en een dongel voor de computer. We krijgen hulp van een vreselijk aardige Egyptenaar, die prima engels spreekt. Hij weet ook niet waar we water kunnen krijgen. Dus weer op zoek. Helaas, ook het derde tankstation kan ons niet helpen. Ondertussen is het alweer tijd voor de lunch. We eten een boterham en tomatensalade in de vrachtwagen. Als we alles op hebben, en weer op zoek willen gaan naar een watervoorziening, wordt Chalmer door een andere Egyptenaar aangesproken. 'Welcome to Egypt' zegt hij en hij vraagt of we bij hem komen ontbijten. Alhoewel we net onze lunch op hebben en eigenlijk weg willen, nemen we het aanbod aan. Even later zitten we op het kleed wat de man, die Mohammed blijkt te heten op de stoep heeft gelegd. Mohammed werkt in een bakkerij, en samen met zijn collega's heeft hij pauze. Omdat hij jaren lang met toeristen heeft gewerkt in een van de kustplaatsen aan de rode zee, spreekt hij heel aardig Engels. De mannen zetten thee voor ons. Opeens blijkt Chalmer verdwenen, ik zie hem nergens. De kinderen weten ook niet waar hij is. Mohammed is er eveneens niet meer, dus zitten de kinderen en ik samen met de andere bakkers op het kleed. Ze kijken ons vriendelijk aan, en wij kijken vriendelijk terug. Meer conversatie is er niet mogelijk, ik spreek geen Arabisch, zij geen Engels. Dan verschijnt Chalmer weer. De tank zit vol zegt hij. De bakkerij blijkt een bruikbare watervoorziening te hebben, het was zo gepiept. Wij maken foto's van de bakkers die we ze later per mail toesturen. De bakkers zwaaien ons allemaal uit als we dan eindelijk op weg gaan naar Siwa.

klik hier

klik hier
 
 
Drie mannen
 
Siwa ligt 300 km van Marsa Matruh, er loopt een goede asfaltweg door de woestijn.

klik hier

klik hier
 
Halverwege de route zien we drie mannen langs de kant vragen om een lift. Wat doen we, vragen we ons af. Het zijn wel drie mannen, maar het is ook de woestijn. Ik rijd door, maar laat even later toch het gaspedaal los. 'Als we geen risico willen nemen, moeten we ze niet meenemen' zegt Chalmer. We staan inmiddels stil. Ik krijg een idee. 'Als ik nu even een meloen ga snijden voor ons allemaal, dan kun jij buiten een praatje met ze gaan maken om te kijken of het vertrouwd voelt' zeg ik. 'en bij twijfel doen we het niet' voeg ik er aan toe.
Ondertussen rijden er een stuk of drie auto's voorbij die dus niet gestopt zijn voor de lifters. Ik ga de keuken in en maak het fruit klaar. De kinderen leggen even hun boeken aan de kant. Sinds we reizen hebben ook de twee jongsten het lezen ontdekt: Chris heeft al meer dan 12 boeken gelezen, Anton zit op 10 en bij Paul raken we de tel kwijt. Onze grote voorraad kinderboeken gaat er hard doorheen. Hoe zullen we aan nieuwe kinderboeken moeten komen hier in Afrika?
De mannen zijn inmiddels gearriveerd bij de vrachtwagen. Ik bied ze meloen aan terwijl Chalmer zo goed en zo kwaad als dat gaat een praatje met ze maakt. Maar twee van de drie mannen hebben een lift nodig, zo blijkt, een jongere man en een man van in de veertig. Beiden zijn ze gekleed in een galabiya, zo'n lange witte jurk, en dragen een doek om hun hoofd.
Vooral de jongere man lijkt niet met ons mee te willen/durven, we begrijpen het niet zo goed. Na een poosje stappen ze toch allebei in en rijden we verder. De derde man is achtergebleven, hij zou teruglopen, we weten niet waarheen.
Een gesprek voeren is bijna onmogelijk, wel kom ik te weten dat de oudere man drie kinderen heeft, waarvan de jongste nog klein is.
Na 25 km is de plaats van bestemming voor de mannen bereikt. Bij een telefoonmast willen ze eruit. We geven ze nog een fles water mee. Vooral de oudere man kijkt ons dankbaar aan, het is een moment, waarbij woorden niets zouden toevoegen aan de communicatie.
We vervolgen onze weg naar de oase, waar we, vlak voordat we hem bereiken, rechtsaf het asfalt verlaten en een plek zoeken om te overnachten.
In de woestijn vinden we de resten van een oude, verlaten stad. In de berg, waarachter we een slaapplaats vinden, blijkt een uitgebreid gangenstelsel te zitten. De kinderen sjouwen erdoorheen, we zien alleen hun hoofden erboven uit. Ze vinden zelfs een ouder bunker. Na enige tijd begint het ons te dagen: Siwa lag in de gevechtslinie in de tweede wereldoorlog; we blijken bij loopgraven te staan. Zelfs de jute zandzakken die bovenaan de gangen liggen zijn nog goed te zien. De verlaten stad moet de garnizoensstad zijn geweest. Ik voel me wel veilig, maar het is toch alsof het nog voelbaar is dat we op een plek staan waar eens heel veel is gebeurd.

klik hier

klik hier

klik hier
 
 
Siwa
 
Bij een bron waar we ook konden zwemmen, aan de rand van een zoutmeer (met daarin hele scholen flamingo's) hebben we twee dagen gestaan, school ingehaald, gezwommen uiteraard en de rechter voorband gewisseld aangezien deze een scheur liet zien aan de zijkant, hoewel de band waarschijnlijk nog wel goed zal zijn. Olie bijvullen, wat opruimen, fietsen monteren, smeren en schoonmaken van de fietsen vulden de rest van de dag.

klik hier

klik hier
 
's Avonds moesten wij ons permit ophalen en afspraken maken over de tocht de volgende ochtend naar Bahariya aangezien het niet toegestaan is om die tocht zonder begeleiding te rijden. Wij zouden aansluiten bij een groot gezelschap, wat uiteindelijk een tweetal groepen bestaande uit Belgen en Nederlanders bleek te zijn. De avond tevoren nog even voltanken, waarbij de prijs van de diesel in Egypte ook weer mee bleek te vallen (omgerekend 15 cent per liter). Echter bij het tanken liep Paul met een zaklamp rond de auto en constateerde dat de stang waaraan de luchtketels hingen weer gebroken was. Nu hadden we op de vorige reparatie garantie gekregen, maar dat was nog wel in Libië. Kort en goed, vanaf 8 uur 's avonds tot tegen twaalven hebben we de luchtketels er deze keer maar eens helemaal onderuit gehaald (wat ik de eerste keer ook al van plan was, maar toen wisten alle omstanders, inclusief onze gidsen het beter) en de stang verder afgeslepen en een nieuwe stang eringelast. Het lijkt nu zeker beter te zitten dan de eerste maal; we zullen het afwachten. Toen we net klaar waren werd bij de smid een cilinderkop afgeleverd van een Toyota, waar een bij het demonteren kapotgegaan uitlaatspruitstuk aan zat; dit bleek van een van de wagens te zijn die de volgende dag ook nog mee moesten; dat ging een latertje worden!

klik hier

klik hier
 
De volgende ochtend moesten we zeer vroeg bij de politiecontrolepost zijn, waarna we anderhalf uur hebben staan wachten tot er iets onduidelijks was besloten mbt dit konvooi. Op een gegeven moment zijn we geloof ik gewoon maar vertrokken, omdat men bang was het anders niet meer te zullen halen voor donker. We hebben aan het groepje landcruisers nog wat assistentie kunnen geven, zoals het oppompen van enkele banden, en uiteindelijk ook het leveren van 5 liter motorolie, aangezien een van de wagens erg snel door zijn olie heen ging (dat was overigens de wagen met de lekke koppakking van de vorige avond, waarschijnlijk toch iets meer kapotgemaakt op de vorige rit). Met hand op het hart werd mij meerdere malen verzekerd dat ik de volgende ochtend die olie weer terug zou krijgen, maar dat moet nog steeds gebeuren.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Bahariya
 
In Bahariya strijken we neer in Ahmeds safarikamp; daar blijkt in de koelkast zowaar een aantal flesjes bier te liggen; voor het eerst in 7 weken drinken Cathelijn en ik een biertje, hoewel het in Libië ruim verkrijgbare alcoholvrije bier ons ook goed is gaan bevallen; tweede avond is er echter geen bier meer; de eerdere voorraad blijkt het gevolg van een in de vorige dagen neergestreken groep Engelsen; wat ons betreft is het zo ook goed. Via Ahmed regelen we een gids en kok waarmee we de witte woestijn in zullen trekken en die voor ons een maaltijd zal verzorgen.

klik hier
 
Witte woestijn
 
De witte woestijn is weliswaar toeristisch gebied maar zeer spectaculair. We zijn blij dat we er toch naar, in en door gereden zijn.
 
Chris:
 
Het verandert de hele tijd, eerst waren het bruinige vormige blokken eigenlijk de kleine versie van bergen of de grote versie van paddenstoelen. We dachten: hebben we hier voor betaald? Maar langzaam veranderde het in spierwitte beesten en paddenstoelen; waar we de kaartjes moesten afleveren was een kip helemaal wit en de prachtige ondergaande zon er achter. Bij de kip zat een ei, we hadden ook nog een gids. Want we hadden gehoord dat dat handig was. We sliepen ook nog in de witte woestijn waar onze gids een heel lekker maal voor ons maakte. 's Avonds kwamen er ook nog woestijnvosjes op de vlees resten af. Ze kwamen heel dicht bij en papa kon ze goed op de foto zetten. Ze kwamen op een gegeven moment zaten we 3 meter van het woestijnvosje af. Uiteindelijk zijn we toch blij dat we verder zijn gegaan.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Farafra
 
Rijdend door Farafra stoppen we om boodschappen te doen; na enige tijd komt een politieagent naar ons toe met de vraag of ik met hem mee kom om de paspoorten aan de toeristenpolitie te overhandigen. Aangezien Cathelijn uit het zicht is verdwenen moeten we toch enige tijd wachten tot de paspoorten er zijn. Na een wandeling naar het bureau worden we ontvangen in een klein kamertje met drie zeer zwaar bewapende heren, waar ik een fotokopie van de paspoorten moest achterlaten en een verklaring moest ondertekenen dat ik niet in de woestijn zou overnachten(waar ik zelf maar witte woestijn van maakte omdat we die toch achter ons lieten) daarna een bron opgezocht, gezwommen en school gedaan. Doorgereden richting Dhakla; nog voor Muth in Bir el Kabal vonden we na vragen een warme water'bron' die echter alleen water gaf als de dieselaangedreven generator stroom leverde voor de waterpomp. Gelukkig ging de generator 's nachts uit, omdat het bijbehorende hotel toch leeg was. We hebben in de tuin van het hotel 2 nachten gekampeerd, van de gelegenheid gebruik gemaakt om nog wat laswerk te doen ('s avonds bleken er toevallig twee heren iets aan het generatorhuisje te komen doen zodat de hoteleigenaar dezen naar mij stuurde omdat ik het had gehad met hem over een scheurtje in een ophanging van een olietank). Afgezien van de dieselgenerator kan ik eenieder een nachtelijk bad met zijn partner onder de sterrenhemel in de (volgens de eigenaar medicinale) warmwaterbron van harte aanbevelen! 3 nachten, een diner, de laswerkzaamheden en de was kostten ons uiteindelijk 30 €.

klik hier
 
We werden van diverse kanten voorgelicht dat in de volgende oase niets nieuws of anders te beleven was, overigens in het georganiseerde toerisme wel als hoogtepunt gezien, namelijk de eerste oase die de rondgereden toeristen te zien krijgen, om welke reden we besloten om deze dan maar voorbij te rijden na een extra nacht en schooldag in Dhakla; vlak voor Luxor vonden we een afgelegen en van de weg af onzichtbare plek in de woestijn, zodat we goed uitgerust aan het massatoeristisch geweld in Luxor konden beginnen. Uiteraard is het prachtig, overweldigend en een imponerend idee dat al dit bouwen zoveel duizenden jaren geleden al werd uitgevoerd; ook een prima kapstok om er de vroege geschiedenis aan op te hangen; meer aanschouwelijk onderwijs kun je nauwelijks krijgen. Na de vallei van de koningen en andere tempels waren we uiteindelijk met z'n allen wel heel blij om de toeristische drukte achter ons te laten
 
Toeristische attractie
 
"Waarom wilde je eigenlijk hierheen?" Vraagt Chalmer aan mij. Nu ik hier ben, weet ik het zelf ook niet meer. Het is warm en vol met toeristen. Een normaal gesprek voeren is bijna onmogelijk vanwege de herrie.
We zijn in de tempel Hatsjeptsoet, een vrouw die 3000 jaar geleden zichzelf tot farao heeft uitgeroepen.
Het is vooral vanwege de naam dat ik hierheen wilde, bedenk ik me. Want wie heet er nou Hatsjepsoet? En ook het verhaal: Hatsjepsoet heeft tijdens haar regeerperiode meerdere tempels voorzichzelf laten bouwen. Deze tempel lag jarenlang onder het zand, waardoor 'ie goed bewaard is gebleven.
Het is een beroemde tempel, maar beroemd of niet, wij worden er niet door geraakt. Paul Anton en Chris zitten ergens op een steen of trekken te hard aan onze armen. De afbeeldingen waar ik nieuwsgierig naar ben (een geboorte en een goddelijke bevruchting, deze zou plaats hebben gehad via de neus) kunnen we niet vinden.
Langzaam lopen we terug naar onze vrachtwagen, die stoer tussen de touringcars staat. De meeste toeristen overbruggen die afstand (ca 150 meter) met het toeristentreintje.
Chalmer wil buiten een kop koffie drinken. Ik peins er niet over, dadelijk staan er weer mannen (onze vrachtwagen is echt een mannending) om ons heen om de wagen te bekijken en vragen te stellen: Weg rustige koffiepauze. Een enkele man kan ik nog wel aan, maar er zijn er hier zoveel.
Volgens Chalmer hoef ik daar echter niet bang voor te zijn. "Als er een man wil komen", zo legt hij uit, "wordt die onmiddellijk weer terug gefloten door zijn vrouw". "Hup, terug in de rij voor de trein". Dat wil ik ook wel eens bekijken, en zo voeg ik me toch met mijn koffie bij hem.
Het gaat een hele tijd goed, maar na ca 10 minuten komt er een Japanner aangelopen. "Oh oh oh" lacht hij, "oh oh ho" en hij wijst naar onze wagen. Veel Engels spreekt hij niet, hij lacht enkel"oh oh", het gaat maar door. Het duurt niet lang of ik hoor vanuit de vrachtwagen ook "oh oh oh". Paul, Anton en Chris zijn hem aan het imiteren. Tijd om in te pakken dus. Ik probeer de kinderen tot de orde te roepen maar ik moet zelf ook giechelen, en Chalmer lacht ook. De Japanner lacht vrolijk terug. "Oh oh oh" is voorlopig nog niet klaar bij onze wagen.
"Waar is toch de vrouw van deze man?" vraag ik aan Chalmer. Hij weet het ook niet. Pas als we wegrijden, voegt de Japanner zich in zijn rij. We horen nog steeds "oh oh", het zijn de kinderen.
We rijden naar de vallei der koningen; hier zijn we echt onder de indruk.
In de toeristische gebieden zijn de mensen duidelijk anders: in het toeristisch gebied opdringerig soms zelfs agressief, daarbuiten zeer vriendelijk wel wat nieuwsgierig; het aantal malen dat we werden uitgenodigd om thee te drinken is nauwelijks te tellen!
 
Een 'slaapplaats'
 
We zoeken een plek om te slapen. Het is al bijna donker, en omdat we een bepaalde weg niet mochten nemen, moesten we eerst twee uur omrijden. Waarom mogen we deze weg niet nemen? Vraag ik aan een van de vele militairen bij het checkpoint. 'for your own safety' zegt de man. Waarom is er dan niet eerder 'a sign' vraag ik. 'I'm your sign' antwoord de man. Geen keus, we zullen terug moeten. Al het overige verkeer mag er wel langs, alleen toeristen moeten omkeren. Het heeft misschien iets te maken met die aanslagen op toeristen in Luxor, enige jaren geleden. We rijden honderd kilometer om rond het zuiden van Luxor en rijden langs de oostoever van de Nijl naar het noorden.
Langs de Nijl is het een en al bedrijvigheid. Ieder stukje grond wordt (met de hand!) bewerkt. Het is een dichtbevolkt gebied, met veel bebouwing, veel mensen en veel bedrijvigheid.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
We slaan rechts af een dorpje in. Het duurt niet lang of we rijden ons bijna vast in de nauwe straatjes terwijl het hele dorp uitloopt om te zien wat ergaande is. Terug uit de weg maar weer op.
Zou er een hotel zijn waar we op de parkeerplek kunnen overnachten (tegen een vergoeding)?
Inmiddels is het donker. Tegen onze gewoonte in rijden we door, op zoek naar een hotel dan maar.
We zien geen hotel. We hebben trek in eten en zijn moe van deze fantastische dag. We zijn naar de Vallei der Koningen geweest. Het is onvoorstelbaar hoe die oude Egyptenaren daar hebben staan hakken in de rotsen, 3000-4000 jaar geleden. De kinderen vonden het geweldig. Eerder had ik ze al het hele verhaal van de ontdekking van Toetankhamon verteld, en het verhaal van de broers Hassan, die jarenlang alle schatten uit de graven konden stelen. Mede door deze verhalen was het bezoek extra leuk. We verheugen ons op een bezoek aan het Egyptisch museum in Caïro, waar we kunnen zien wat er oorspronkelijk in de graven verborgen zat.
 
fotoVallei der koningen waar we geen foto's mogen maken
 
Maar goed. Onderweg dus langs de oostkant van de Nijl op zoek naar een slaapplaats.
Om een uur of acht zien we een aantal vrachtwagens bij elkaar staan. He, dat biedt perspectief! Chalmer gaat erbij staan, en ik spring uit de wagen op zoek naar iets eetbaars.
De mensen stoppen hun activiteiten en staren mij aan. Ik word er een beetje onzeker van, zit mijn haar wel goed? Loop ik soms met open gulp? Voor de zekerheid check ik alles, het lijkt in orde.
Bij een kraampje bestel ik vers brood met vlees. Chalmer, Paul Anton en Chris zijn nu ook uit de wagen en inmiddels staan er wel 15 kinderen om ons heen. De kinderen blijven ons volgen en roepen 'what's your name?' We noemen wel 20 keer onze namen en vragen ook die van hen.

klik hier
 
De plek blijkt bestemd voor reparaties aan vrachtwagens: Overal waar we lopen zien we spullen liggen voor vrachtwagenmotoren. De mannen hebben zwarte handen en gezichten en het stinkt er naar motorolie.
Als we de vrachtwagen in willen gaan, worden de kinderen opdringerig. 'Stop' roep ik plotseling. Zelf schrik ik er bijna net zo hard van als de kinderen. Het helpt, de kinderen gaan nu vanaf een afstand naar ons kijken.
'Na 10.000 km moet de vrachtwagen een beurt' zegt Chalmer als we binnen zijn. 'Dat hebben we op een haar na al gereden' zeg ik. Chalmer gaat uit de wagen als er op de deur wordt geklopt; hij wordt aangesproken door Mahmoud, die een fraaie, geweldig gepimpte Scania tankwagen bezit, welke wat noodzakelijk onderhoud krijgt.

klik hier
 
Zo goed en zo kwaad als het ging hebben we met elkaar wat geconverseerd, elkaars wagens bekeken, cadeautjes uitgewisseld (een mooie pen, omdat hij ons goed helpt, bovendien zorgt hij ervoor dat de kinderen niet al te opdringerig worden) waarna hij wilde weten wat er mis was met de mijne; hij kon moeilijk geloven dat wij daar alleen kwamen om te slapen. Uiteindelijk liet ik mij ontvallen dat een dezer dagen de olie toch eens ververst diende te worden, wat hij dan ook direct ging regelen. Twee kerels, uiteindelijk met een heleboel anderen die zich er natuurlijk ook mee gingen bemoeien hebben bij het licht van de door ons geleverde zaklampen de olie ververst en de olie en brandstoffilters vervangen. Waarschijnlijk heeft een van de opgeschoten jongens die er ook voortdurend omheen liepen kans gezien om een van de zaklampen achterover te drukken. De volwassenen waren duidelijk verlegen met de situatie met als gevolg dat, toen de lamp weg bleef, er uiteindelijk een nieuwe zaklamp werd aangeboden (door Mahmoud). Uiteindelijk heeft het olie verversen door Osama en Muhammed 22 € gekost inclusief 14 liter Mobil MX; de filters had ik overigens zelf bij me. Een oude, magere man zonder gebit komt er bij staan, en mengt zich in het gesprek. Hij wordt voorgesteld als 'the boss' en spreekt alleen Arabisch. We geven hem allemaal een hand en begroeten hem. Wat netjes dat hij 's avonds laat ook nog een kijkje komt nemen! Vreemd dat de 'boss' na betalen ook zijn hand blijft ophouden.
De heren vonden na olieverversen dat de olie nog maar erg weinig had geleden, en maakten non verbaal duidelijk dat ze 10.000 km ook niet erg veel vonden voor een carter olie; ook de filters vonden ze eigenlijk nog te schoon. Het ontluchten van het brandstofsysteem kostte nog het meeste tijd. Daarna uiteraard met z'n allen bij de echte baas (Hassan) thee drinken en de families over en weer bespreken; de oude magere man bleek de plaatselijke dorpsgek te zijn, goede grap! In dat dorp bleek zo'n beetje iedereen direct verwant aan elkaar en ook bij elkaar op de loonlijst te staan.
Na afronden en uitwisselen van cadeautjes dachten we rustig te kunnen gaan slapen, maar er werd nog tot na middernacht regelmatig op onze deur geklopt om vervolgens weer een presentje te krijgen; om een idee te geven; een medaillon met een Koran vers (neem ik aan), een spuitbus luchtverfrisser (Wat moet je daar nu van denken), hoofdpijn en grieptabletten, een reflectordriehoek, enzovoort.
 
Unieke kampeerplek
 
De volgende dag doorgereden langs de Nijl, de typisch derde wereld geur is weer aanwezig nu we weer in grote bevolkingsconcentraties reizen; een mengeling van stof, creosoot, verbrand afval en minder definieerbare geuren. De omgeving is zeer afwisselend, we hebben weer de ogen uitgekeken, af en toe gestopt voor kleine winkeltjes, echter het assortiment was meestal niet volledig genoeg voor Cathelijn! Uiteindelijk vinden we een prachtige overnachtingsplek aan de Nijl, op een pier aan de rand van het water; er is wel veel belangstelling. Voor de eerste maal hebben we nu ook stenen tegen de vrachtwagen gekregen, maar bij confronteren van de betreffende kinderen krijgen we uitgebreide excuses, ook van de ouders die de kinderen dan ook wegjagen maar dat heeft geen blijvend effect. Naast onze pier is een aanlegsteiger voor een personenpontje over de Nijl; er is uiteraard weer veel te zien.
Verderop langs de weg veel controleposten, we moeten steeds vaker even wachten, waarbij de redenen onduidelijk blijven, af en toe krijgen we openlijk een vraag om 'hulp' voor een politieman (dus geld); we houden ons van de domme, lachen wat en mogen weg.
31 oktober staan we weer in de woestijn; de laatste stop voor Caïro.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Caïro
 
In Caïro gaan we op de enige kampeerplaats staan die er is. Deze bevindt zich in een van de voorsteden, ten zuiden van de piramides van Giza, aan de Sakara road; deze is echter wel meer dan 10 km lang.
'Dan zal ik de fietsen er maar af halen' zegt Chalmer als we er zijn. Ojee, denk ik. Fietsen in de grootste stad van Afrika.
Voor het eerst ontmoeten we andere 'overlanders' Roos en Michiel uit Nederland en twee Engelse jongens, die al een week bezig zijn om visa te bemachtigen voor Sudan en Ethiopië. Het is hen vandaag eindelijk gelukt. Nu gaan ze, net als wij straks, naar de (wekelijkse) boot in Aswan om hun auto in Sudan te krijgen.
We bellen naar Aswan, en horen van dhr. Salah dat er over een maand (!) plek is om de vrachtwagen naar Sudan te transporteren. Hij wil ons wel op de wachtlijst plaatsen voor 8 november, andere boten zijn volgeboekt of zijn afgelast (15 november) vanwege een islamitisch feest waarbij alle moslims een schaap slachten.
Nu krijgen we haast, over de fietsen wordt niet meer gesproken. We hebben vijf dagen de tijd, om alle visa te regelen en om naar Aswan te rijden. Het is nu of nooit, anders zitten we nog een maand vast in Egypte, wat we wel wat lang vinden ook al past er dan prima een week duiken in, wat we nu zouden moeten laten vallen. Tevens zullen we dan niet op tijd in Oeganda zijn om Ingrid, Hans, Bram en Maarten te zien.
Iedere dag zijn we 's morgens bezig met de visa, bij de verschillende ambassades, en 's middags bezoeken we het museum, de piramides van Giza en lopen door deze overweldigende,geweldige stad. Het Egyptisch museum is het mooiste, de kinderen genieten net als wij van alle schatten, de sarcofagen, de beelden en alles uit het graf van Toetankhamon.

klik hier

klik hier
 
Vlak bij de kampeerplaats maken we een wandeling. Als de gewone weg stopt, gaan we o.l.v. Chalmer toch verder, langs de akkers. We ontmoeten een boer met zijn zoon en drinken natuurlijk een kopje thee met hen.

klik hier
 
De zoon laat mij de veestapel achter het hutje zien: twee ezels en twee koeien. Hij is er trots op. Als ik terug wil naar mijn thee, gaat de zoon zo staan dat ik hem wel moet aanraken bij het passeren. Niet veel later voel ik een hand over mijn been. Oke, tijd om op te stappen!
 
Privéchauffeur
 
Khalid, een forse veertiger, is onze taxichauffeur in Caïro. Voor ongeveer 25 euro per dag brengt hij ons overal naar toe, en haalt ons ook weer op. Hij spreekt redelijk Engels. Khalid is eigenlijk leraar, maar, zegt hij, als taxichauffeur verdient hij in twee dagen evenveel als een leraar in een maand.
's avonds rij ik alleen met hem naar de Carrefour. Ik mis de muesli en kellogs K, daarom naar deze grote Franse supermarkt, met een privé chauffeur. Dit is wel decadent, kan ik gelijk eens ervaren hoe dat voelt. Eerlijk gezegd: het is niets voor mij. Ik ga liever alleen op pad, ondanks het feit dat Khalid de ergste niet is. Khalid duwt mijn karretje en kauwt ondertussen een reep chocolade weg. Ik zoek de hele supermarkt door naar lekkere worst die er niet blijkt te zijn.
Op de terugweg heb ik het met Khalid over zijn gezin en zijn vrouw. Het gesprek is al een poosje gaande als hij bekent dat hij niet 1, maar 2 vrouwen heeft. 'Khalid' roep ik uit, 'good!' waarop ik maar gelijk de twee vragen die ik over dit onderwerp heb eruit flap, namelijk: Heb je niet een favoriete vrouw en hoe doe je dat met de nachten? Gelukkig vindt Khalid het geen probleem deze vragen te beantwoorden. Maar eerst legt hij uit hoe het zo gekomen is. Want niet veel Egyptenaren hebben in deze tijd meer dan 1 vrouw.
Ondertussen komen we muurvast te zitten in het verkeer. Er zit geen beweging in. Na een poosje pikken wij en onze lotgenoten het niet meer. Er klinkt een massaal getoeter, vanuit alle auto's voor ons, achter ons en naast ons. Voor even voel ik me verbonden met al die Egyptenaren in dezelfde straat. Best gezellig,zo. Tien minuten later rijden we weer.
Khalid's verhaal is ook een beetje een zielig verhaal. Zijn eerste vrouw, met wie hij nu 22 jaar getrouwd is, zou iets aan haar hart hebben waardoor zij geen kinderen kan krijgen. Khalids vader is een vermogend man, waardoor Khalid na twee jaar een tweede vrouw kon trouwen, met wie hij vijf kinderen heeft. Beide vrouwen zijn hem even lief, en voor de nachten heeft hij een strak schema waar hij nooit vanaf wijkt: om en om. Ze wonen allemaal in een huis, delen alles samen en de vrouwen kunnen het onderling goed met elkaar vinden, verteld hij. Wel vind hij de nachten 'wat vermoeiend voor zijn hart'. Einde verhaal. We komen aan op de camping.
De volgende dag gaan we voor het laatst Caïro in, halen onze paspoorten met visa op, zeggen Roos, Michiel en Kahlid gedag en vertrekken naar Aswan, 900 km zuidelijker. We hebben nog 1 dag om op tijd bij dhr. Salah te zijn en dan maar hopen dat er voor onze wagen nog plaats is op de boot. We vinden het spannend.

klik hier

klik hier
 
Binnen 24 uur bereiken we Aswan, we rijden via de snelle 'western dessert road'.

klik hier
 
Onderweg stoppen we een keer bij een wegrestaurant. Er wordt geen woord engels gesproken. Om duidelijk te maken wat Chris en ik willen kopen aan eten, lopen we samen met de bediende naar een tafeltje en ik wijs het eten aan. Tot onze schrik haalt de bediende, onder protest van de heren die aan de tafel zitten, het eten van de tafel, stopt het in een zak en geeft het aan ons. Tje, hoe moeten we dit nu weer recht breien? Dit is niet de bedoeling! Gelukkig lachen de heren van de tafel ons toe en dat doet ons besluiten om de zak toch maar aan te nemen. Het smaakt weer heerlijk, brood met gestampte bruine bonen en balletjes die van binnen groen zijn. Ik weet het, het klinkt niet goed, maar het is een prima ontbijt.
 
Aswan
 
We zijn heel moe van het rijden als we in Aswan aankomen, ik moet bijna huilen van gewoon vermoeidheid, het lange rijden, de warmte. De temperatuur is weer met 10 omhoog gegaan, en zit tegen de 40 graden in de middag. De kinderen en Chalmer kunnen gelukkig beter tegen lange autoritten, ik ben altijd de eerste die gaat 'piepen'. Gelukkig voel ik me na een uur rust langs de Nijl en wat eten en drinken weer beter.

klik hier

klik hier
 
Met zo'n 25 andere 'overlanders' , waaronder de twee Engelse jongens, staan we op een pasgeopende camping. Het wordt ons al snel duidelijk, samen met een ander Duits stel zijn wij de enigen zonder reservering voor de boot.
Ik slaap er slecht van. Als we niet op de boot passen, moeten we een maand langer in Egypte blijven, en zijn we niet op tijd in Oeganda.
Om half 10 moeten we ons melden bij dhr. Salah. Voor de zekerheid zijn wij er al om kwart voor negen.
Na ongeveer een uur loopt dhr. Salah naar buiten met een meetlint. Hij meet onze wagen op. De kinderen zitten in de wagen en doen werk voor school. Zij vinden het ook spannend.
De overlanders vormen ondertussen een samenhorige groep. Iedereen gunt iedere auto een plekje op de boot.
Dan vertelt dhr. Salah dat hij denkt dat iedereen mee kan en stijgt er een gejuich op uit de groep. Yes!
Dit speelde zich af op zaterdagochtend. We zouden daarna nog drie keer terug moeten komen om iets met papieren te regelen. Maandagavond om 19.00 vertrekt de boot pas.
In Aswan zelf doen we niet veel meer. Egypte is leuk, maar ook druk en enerverend. We kijken uit naar Sudan. We kletsen wat met de andere reizigers, geven les aan de kinderen, het is gezellig.
 
Paul:
 
We staan 's morgens vroeg op, nadat we 2 dagen op een camping hebben gestaan. Met allemaal andere overlanders, die op de boot die 1 keer per week gaat naar Wadi Halfa (Soedan) We gaan naar een bureau waar de computer nog niet is uitgevonden, het was echt heel leuk daar boekenkasten vol met papieren. Helaas mag je daar ook geen foto's maken. Nadat papa een uur heeft gewacht en wij een uur school hebben gedaan gaan we in een lange stoet deze keer zonder Egyptische kentekenplaten naar de haven. We rijden een poort binnen en worden meteen aangehouden en met z'n allen aan de kant gezet. Er is ons verteld dat als je bij de controle van de agenten hen 20 pound geeft, ze je dan met rust laten. Maar ze vroegen er gewoon bij ons erom!! We deden het maar want anders wisten we dat ze alles gingen uitpluizen. We hebben wel alle tijd, maar we hebben het er niet voorover. We gaan door naar een andere poort maar die blijft helaas gesloten. We moeten onze paspoorten en het carnet de passage inleveren en na een paar uur krijgen we te horen dat we mochten komen. Toen moesten we een papiertje invullen en toen kregen we de stempel voor Soedan. Maar de spanning slaat toch wel weer toe als wij op een ongelukkige manier achteraan in de rij te komen te staan om op de boot te kunnen, en als niet iedereen op de boot paste waren wij de pineut! Maar we worden geroepen om naar een weg te gaan waar wij als eerste in kunnen,
gered!

klik hier

klik hier
 
Na veel gesjouw krijgen we alle auto's op 2 boten. We gaan naar de passagiers boot. De ontvangst blijkt uiteindelijk wat minder hartelijk te zijn dan het verlaten van de boot. Je moet eerst je tassen naar boven laten hijsen dan op een autoband gaan staan dan op een reling van een andere boot dan op een venster van een raam dan op de eerste rand dan op de tweede rand dan kun je over de ladder klimmen en dan ben je er! Met onze rugzakken duwen we ons een weg door de mensen. Ook vormen de grote tassen en dozen een groot obstakel. Om dat er geen plaats meer is gaan we op het dak van de kajuit liggen. Het waait er wel en het is moeilijk om naar beneden en naar boven te gaan met eten maar het is te doen.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Net als we onze tassen hebben uitgepakt krijgen we te horen dat het niet mag daar boven op het dek te liggen maar we negeren het en we worden niet weggejaagd.
Na enige tijd krijgen we honger en we hebben net gezien dat het eten er goed uitziet. We kopen met onze voedselbonnen rijst, kip, bonenprut (Ful), brood en een guave. Daarna gaan we slapen. Alleen gaan papa en ik nog naar de toilet en op de terugweg komen we langs een bar, omdat ik de hele dag al schor ben en in de avond niet meer dan een heel zacht piepstemmetje uit kan stoten drinken we thee met heel veel suiker en al snel kan ik wel weer wat praten. Als we weer buiten komen is de boot al aan het varen dus de lampen op het dek zijn gedoofd. Al struikelend over mensen en tassen komen we aan bij onze slaapplek, we struikelen nog over een paar Duitsers en we zijn er helemaal. Deze nacht slapen we op 2 slaapzakken en we liggen onder 2 slaapzakken. De nacht is best koud en winderig. In de ochtend wakkert de wind aan en het is dan echt heel koud. Als ik de slaapzak beter wil leggen ontdek ik een geplette guave die heeft wat rommel gemaakt. De guave blijkt van onze twee Nederlandse buren Karin en Vincent te zijn (www.tonkastravels.nl) die er helemaal niks aan kunnen doen want zij moesten midden in de nacht een meter opzij gaan en andersom gaan liggen want er moesten nog mensen bij. Vincent en Karin reizen een ook een jaar door Afrika met hun Toyota Landcruiser. We gaan ontbijten, we eten een boterham met wat beleg en yoghurt.
Een nadeel van onze plaats is dat we bij de scheepshoorn liggen die de schipper bij elke andere boot laat horen. Omdat niet iedereen op zijn best heeft geslapen zijn sommigen niet helemaal in hun beste humeur. Ineens zien we de tempel van Aboe Simbel; hij is groot en de reusachtige beelden die er voor staan zijn prachtig. De tempel lijkt van enige afstand een piramide waar de bovenste helft is weg geblazen met dynamiet en daarna is glad gemaakt. Ik hoor van mama dat de tempel helemaal is verplaatst toen de stuwdam van Aswan gebouwd werd, daardoor zijn nog veel meer tempels van de Egyptenaren onderwater te komen staan.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Na enige tijd komen we aan bij Wadi Halfa. Na twee uur zijn we van de boot af en rijden we met het oudste barrel van Soedan naar een hotel wat later het luxste hotel van de stad blijkt te zijn. In de kamer is helemaal niks behalve 5 bedden. De prijs 15 Soedanese pounds pp (ongeveer 4 euro) valt niet bij iedereen gelijk in goede aarde maar uiteindelijk toen ze naar de andere hotels gingen kijken kwamen ze toch bij dit hotel. We gaan eten: bij een kraampje zitten en eten, niet duur hele lekkere vis terwijl de zwerf katten luid miauwend langs de tafelpoten schuurden.

klik hier
 
Nadat we 400 dollar hebben omgewisseld naar 1200 Soedanese ponden gaan we een berg beklimmen; dat is eigenlijk vrij zinloos want de zon is al onder en met veel moeite komen we er in het donker weer af. We gaan bij de anderen zitten en krijgen na drie keer vragen ons drankje en nog wat te eten. Na het eten gaan we een telefoon kaart voor mama kopen. Wat ons opvalt: hoe kort we ook in Soedan zijn dat de mensen toch iets vriendelijker zijn dan in Egypte. Als we terug komen vindt mama een zakje marihuana onder haar kussen. We gaan slapen en we sliepen beter dan de vorige nacht!
 
Anton:
 
Eindelijk mochten we na heel wat geregel en gewacht van de boot af en de eerste stap op vaste grond van Sudan zetten.

klik hier
 
Het was immers niet zo moeilijk om toen van de boot te komen,
maar toen wij op de boot moesten, was dat een heel avontuur! Want toen moesten we van een heel klein schip op het grote propvolle schip zien te komen. Daardoor moesten we eerst met raamrand
van het ene schip en met een soort beugels van het andere schip om hoog klimmen en dan over de reling van de prop volle boot klimmen.
En toen iedereen weer veilig op de boot was aangekomen, moesten wij een plekje zien te bemachtigen.
Toen we uiteindelijk het hele dek hadden doorgezocht naar een plekje was er echt geen plekje vrij. En zo kwam het dat we op het dak van de bestuurders hut van het schip aan kwamen!
En daar hebben wij ook heerlijk geslapen met zo'n lekker windje.
De volgende dag was het 's ochtends heel fris, maar werd langzamerhand steeds lekkerder warm
en hebben toen wat gegeten, gelezen en geschreven voor dat de boot in de haven van Sudan aan kwam. Toen wij door de douane heen waren werden we met zijn negenen in de achterbak van een landrover defender gepropt en reden zo naar het hotel.
Toen we onze slaapkamers en WC & douche hadden bekeken gingen we lopend naar het stadje en kochten we daar toen denken we de Nijl baars (Vis). met brood en zo.
Daarna beklommen we nog een redelijk steile berg van stenen en rotsen.
Toen dronken wij nog wat bij een restaurantje en gingen toen weer naar het hotel om bijvoorbeeld ook dit te schrijven.
Anton

klik hier
top