Soedan
 
De meesten die de naam van dit land horen hebben associaties met de burgeroorlog in Darfur met de bijbehorende beelden van hongersnood en vluchtelingen. Daarnaast is er ook een steeds weer oplaaiend conflict tussen zuiden en noorden, met meerdere aanwijsbare oorzaken, zoals religieuze en etnische verschillen, olievondsten in het arme zuiden en activiteiten van diverse splintergroepen of zelfbenoemde vrijheidsstrijders die deels vanuit de buurlanden opereren en ook om economische en destabiliserende redenen worden ingehuurd door diverse belanghebbenden. Om deze redenen is het slechts met speciale permits mogelijk om het zuiden en de Darfur regio te bezoeken, wat wij gezien de kinderen maar nagelaten hebben. Wij hebben ons beperkt tot het noorden en oosten, waarbij we weinig van al deze onrust hebben gemerkt, behalve dat veel Soedanezen ons expliciet vroegen over onze ervaringen en of we iets merkten van al de negatieve berichten die er over Soedan worden verspreid. Enige opmerkingen onzerzijds over de oorlogen in Soedan worden dan snel weggewuifd. Het moet gezegd, de Soedanezen die wij hebben ontmoet zijn in het algemeen bijzonder vriendelijk maar niet zo opdringerig als in grote delen van Egypte. Vaak worden we uitgenodigd, weggebracht, geholpen zonder dat zij daar iets voor willen hebben, hoewel dat een moeilijk issue is aangezien een gift, met name in de vorm van geld altijd een of tweemaal wordt geweigerd voor deze uiteindelijk wordt geaccepteerd.
 
De grensovergang in Wadi Halfa ging, mede door het benaderen van een fikser in de persoon van Maggie probleemloos. Bij aankomst van onze boot had hij al een hotel voor ons geregeld, hij regelde de registratie als 'alien' wat na binnenkomst in het land binnen drie dagen moet gebeuren en de volgende dag -toen de boot met de wagens er al onverwacht snel was- regelde hij ook het inklaren van de wagen. Voor andere reizigers: bewaar ieder al dan niet begrijpelijk stuk papier wat je krijgt! Uiteindelijk wordt er toch naar gevraagd.
 
Na ophalen van de wagen namen wij afscheid van het gezelschap dat we in Aswan en op de boot hebben leren kennen, waarbij we sommigen zeker nog tegen zullen komen. We zijn langs de Nijl naar het zuiden gereden, verwachtend dat de asfaltweg wel snel over zou gaan in een track door het zand. Niet dus! In de loop van de weken dat wij door Soedan gereden hebben zijn wij erachter gekomen dat de laatste twee jaar er een enorme hoeveelheid asfalt is gelegd, waardoor Soedan plots zeer toegankelijk is geworden; In zeer korte tijd is er door Chinese maatschappijen een flinke inhaalslag gemaakt wat betreft infrastructuur en zwaardere industrieën. Het bussenbestand in Soedan bestaat dan ook uit of hele oude bussen van divers pluimage (ook oude Nederlandse stadsbussen hebben we gezien) of gloednieuwe Chinese reisbussen. Er zijn ook nog veel oude Europese trucks op de weg, sommigen nog met het logo van het oorspronkelijke transportbedrijf, maar de nieuwe wagens zijn of Chinees of Koreaans.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Piramides
 
Terwijl ieder bij het woord piramides meteen denkt aan Egypte worden in Soedan een groot aantal van deze structuren aangetroffen, grotendeels wel gerelateerd aan de Pharoistische Egyptische cultuur, maar ook door Nubische en Kushische heersers opgericht. Eveneens herkenbaar zijn de koningsgraven zoals wij deze bekeken hebben in El Kurru.
Om deze graven te bezichtigen zijn we op geleide van de aanwijzingen in ons reisboek (Bradt uit 2009) en onze GPS van Karima langs de noordoever van de Nijl gereden over een wel heel slechte zandweg. We passeerden diverse dorpjes via een allengs slechter wordende weg, maar nergens tekenen van archeologische site, opgravingen of bezienswaardigheden. Wij concluderen dat Soedan nog maar weinig toeristisch is, maar nadat we 20 km over de zandweg hebben gereden komen we aan bij het dorp in welke richting de graven lagen. We zijn dus te ver. Na meerdere malen de weg vragen waarbij we naar ons gevoel wel in een heel vreemde richting worden gestuurd komen we ver buiten het dorp op een gloednieuwe asfaltweg waarlangs we enkele kilometers terugrijden en dan inderdaad het dorpje vinden waar de ruïnes moeten zijn. Ook nu overigens geen uitnodigende wegwijsborden. Bij aankomst bij de graven en de piramide wordt een sleutelbewaarder opgesnord die de twee graven, die volledig zijn uitgegraven, voor ons opent en de graven verlicht met een zaklamp. Het is zeker wel de moeite waard geweest, vooral omdat je de enige bent die in dagen deze graven komt bezichtigen en natuurlijk vanwege de moeite die we ervoor moesten doen. We rijden maar via de gloednieuwe asfaltweg terug naar Karima, daarna door richting woestijn waar we weer overnachten.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Meroe
 
Volgens de kaart en de andere informatie zouden we via een prachtige track dwars door de woestijn naar Atbara rijden maar ook hier een gloednieuwe asfaltweg tot verdriet van de kinderen, maar tot genoegen van Cathelijn. Het landschap is er niet minder indrukwekkend om. Halverwege leggen we nog aan bij een wegrestaurant.

klik hier
 
Na opnieuw oversteken van de Nijl (wederom via een gloednieuwe brug in plaats van het verwachte pontveer) rijden we naar de toeristische trekpleister van Soedan, namelijk de piramides van Meroe. Hier rijd je je auto tot bij de piramides, kunt er zelfs vlakbij kamperen, maar om onze wagen nu tot naast de piramides te rijden is waarschijnlijk toch niet gewenst. Na bekijken van de piramides, die deels in een deplorabele toestand verkeren doordat een Italiaanse legerofficier in een koloniaal verleden gemeend heeft de toppen van deze piramides op te moeten blazen op zoek naar goud (in de eerste piramide vond hij helaas na een dergelijke actie inderdaad enkel gouden voorwerpen, wat natuurlijk wel stimulerend werkte op zijn vernielzucht), hebben we achter de piramides ons kamp opgeslagen, en genoten van de zonsondergang achter de piramides.

klik hier

klik hier

klik hier
 
In Soedan wordt deze week het offerfeest van Abraham gevierd, waarbij iedere moslim die het zich kan veroorloven in navolging van deze aartsvader een lam of schaap slacht. Dit feest viel op 15 november, maar in Soedan is dat aanleiding om er een hele week vakantie aan vast te knopen. Zoals een Sudanees me vertelde: jullie hebben Kerstmis, wij hebben het offerfeest. Er is die week dan ook nergens iets te doen; er is een enkele winkel open voor het hoogstnoodzakelijke, maar transport ligt stil, markten zijn uitgestorven, musea zijn dicht. In deze situatie troffen wij twee backpackers, een uit Letland en een uit Italië, respectievelijk Dina en Martin, die gestrand waren bij de piramides aangezien er geen vervoer meer was naar de belendende steden. Wij hebben ze meegenomen naar de tempels van Musawwarat es Sufra en Naqa waar we een nacht hebben gestaan, waarna wij hen weer mee terugnamen (daar kwamen ze namelijk vandaan) naar Khartoem. Zoals velen hebben wij ons kamp opgeslagen bij de Blue Nile Sailing Club, een wat verlopen jachtclub, waar wel overduidelijk de rijkeren uit Khartoem zich laten zien. De tegenstellingen in zo'n stad maar ook tussen de stad en het platteland zijn dan wel groot en duidelijk.

klik hier

klik hier
 
Thee drinken en fietsen in Khartoum
 
In de straat van onze kampeerplek is een juice bar. In de pauze (we doen schoolwerk) loop ik er samen met de kinderen heen. De kinderen bestellen in het Engels drank van vers fruit, 'no sugar, no water, no ice'. Zoete grapefruit gemengd met banaan en mango, heerlijk, zeker bij 36 graden.

klik hier

klik hier
 
Ik kijk naar een vrouw naast de juice-bar, ze zit daar iedere dag en verkoopt thee. Ze heeft een stoof, twee keteltjes, wat glazen, twee emmers afwaswater, twee oude, vieze stoelen en een krukje van plastic. Ze is alleen. In heel Sudan zie je deze theevrouwen zitten. Laat in de middag neemt de hitte af en op de fiets vertek ik naar de stad voor boodschappen. De kinderen willen liever spelen op de kampeerplek en Chalmer rust uit van een dag 'toilet repareren'. Ik kom weer langs de theevrouw, en neem me voor eens bij haar langs te gaan.
Op de fiets door Khartoum gaat goed, maar het is wel uitkijken met al die onverwachtse kuilen en gaten in de weg. Als ik bij een winkel kom, gebaart de eigenaar mij met fiets en al binnen te komen. Ik kijk eens naar de winkelvloer, die is zo te zien in geen tijden schoongemaakt, dus rijd ik de zaak binnen. Met brood, gebraden kip en oliebollen, want dat is wat ze hebben, vertrek ik weer naar buiten.
Bij een kleine bazar waar ze groenten verkopen ontmoet ik een meisje van ongeveer 18 jaar. Ondanks de warmte is ze, zoals alle Islamitische vrouwen, goed ingepakt; sjaal, lange rok, trui over haar lange-mouwen T-shirt. Ze spreekt geen Engels, maar uit haar gebaren begrijp ik dat ze wil fietsen op mijn fiets. Ik kijk eens naar de modderige ondergrond vol kuilen, maar ze pakt het stuur al beet. Meteen zie ik dat ze niet kan fietsen daarom hol ik met haar mee. Ik houd het stuur vast en al zwabberend rennen/fietsen we door de bazar. Mensen beginnen te lachen en even later vragen een paar mannen of ze mogen fietsen. Gelukkig lukt het bij hen beter en hoef ik niet mee te rennen.
Na het eten 's avonds ga ik op weg. Dit keer laat ik de juicebar links liggen, en schuif aan bij de theevrouw. Ze biedt mij haar stoel aan, laat het water koken op de kooltjes en schenkt sterke thee in, in een klein glaasje. Tenslotte doet ze er nog een blaadje mint op. De thee smaakt bitter, maar dat is mijn eigen schuld. De mensen hier drinken deze thee met veel suiker, maar ik drink het zonder. Als ik kleine slokjes neem, gaat het wel.
We lachen naar elkaar, omdat we elkaars taal niet spreken.
Het wordt anders als er een soldaat bij komt zitten die Engels spreekt. Nu kan hij het een en het ander vertalen. Terwijl ik het woord blijf richten tot mijn theevrouw, vertaalt hij ons gesprek, alhoewel ik merk dat hij nog liever zelf praat.
Deze vrouw brengt voor mij voor het eerst de oorlog in dit land iets dichtertbij.
We reizen nu al bijna twee weken door een land dat in burgeroorlog is. Eerst tussen Noord en Zuid-Sudan, en nu tussen rebellen in Darfur. De verschillende culturen botsen voortdurend met elkaar. Toch merken we er weinig van, we voelen ons veilig en welkom.
De theevrouw is oorlogsweduwe, de vader van haar kinderen was vrachtwagenchauffeur en is gedood in in Zuid-Sudan. De vrouw kijkt weg als ze het heeft verteld. Voor mij een teken dat ik maar niet verder vraag over dit onderwerp.
Ze heeft vier kinderen, tussen de 6 en 15 jaar. Iedere dag komt ze naar haar theestalletje, van 's morgens tot 's avonds. Haar kinderen zijn dan alleen, als ik het goed begrepen heb.
De thee kost ongerekend 0.25 eurocent, kan ze van theeverkopen haar gezin onderhouden? Dit soort dingen vraag ik me vaker af.
Ik vraag haar hoe ze haar spulletjes iedere dag vervoert. Dat blijkt ze niet te doen, de stoof, de stoelen, de keteltjes en kopjes laat ze iedere dag staan. Niemand die het meeneemt. In dat opzicht is Sudan een erg veilig land.
Ik vraag of ik een foto van haar mag maken. Dat mag, maar waarom? 'Because you are so beautiful' zeg ik. Ik meen het, kijk maar zelf op de foto. Ze begint te lachen en maakt een gebaar. Ik denk dat ze een 'high five' wil doen, maar dat is niet zo. Onze handen missen elkaar finaal. Het is niet erg, want we begrijpen allebei dat we uit een andere cultuur komen.

klik hier

klik hier
 
Een dag Khartoum
 
Na een bezoek aan het nationele museum in Khartoum, wat een aanrader is, hebben we trek. We schuiven aan in een kleine eettent, waar zo te zien maar 1 gerecht op het menu staat, iets met kamelenmelk, zo begrijp ik. Nou, het is ook wel eens makkelijk niet te hoeven kiezen. Voor de zekerheid bestellen we 1 bord, meer borden kan altijd nog. De kosten vallen mee, we zijn gewend aan een lunch voor omgerekend ongeveer 1 euro.pp, en dit kost 0.75 cent pp.
De eigenaar legt wit brood op de tafel en een bord met een rode saus en vlees. Op het vlees zitten kleine haartjes. We kijken er eens naar, maar zijn de flauwsten niet. Tot nu toe eten we altijd lekkere dingen in Sudan, en we staan toch open voor nieuwe dingen? Bovendien heeft de buurman zijn bord ook al leeg.
Uiteindelijk laten we het toch staan, het smaakt ons geen van allen.
Als we in een taxibusje zitten, vertelt Chalmer dat we pens hadden besteld. Ik dacht al iets bekends te ruiken uit de periode dat ik nog een hond had.
Paul, Anton en Chris hebben nog steeds trek, dus op naar een restaurantje in een ander deel van deze grote stad (8 miljoen inwoners) waar je,volgens de reisgids, heerlijk kunt eten in de tuin.
De chauffeur van het busje zet ons op een onhandige plek af. We moeten waarschijnlijk nog ver lopen. Een vriendelijke man en zijn dochter willen ons heel graag helpen; of we in hun auto willen stappen. We proppen ons met z'n vieren op de achterbank en Chris gaat bij de dochter op schoot. De man begint te rijden. Het wordt een feest der herkenning, we komen op dezelfde plekken waar we met het busje ook zijn geweest. We rijden zelfs rond. Tijd om in te grijpen dus, maar de beste man blijkt geen Engels te spreken. Hij zegt ons alleen maar na: 'yes, reataurant,yes' Chalmer vindt dat ik het op moet lossen. Ik wijs op mijn mond en maak smakgeluiden. De kinderen krijgen de slappe lach en de man en zijn dochter lachen mee. Het is heel gezellig, dat wel. Ondertussen blijkt de man langs verschillende hotels te rijden in de hoop dat wij het onze herkennen. 'no hotel' zeggen wij, maar hij snapt het niet. Uit de reisgids zoek ik het Arabische woord op voor 'restaurant' Het is 'mata-am'. Mata-am zeg ik, Mata-am. 'Yes Matam'zegt de man. De kinderen en Chalmer merken op dat hij nu de borden naar het vliegveld volgt.
Wat nu weer? Ik check het Arabische woord voor vliegveld: 'matar', zou mijn Arabische uitspraak ten grondslag liggen aan deze nieuwe bestemming?
Uiteindelijk zien we een straat met restaurantjes. We hebben geen idee waar we zijn, maar we bedanken de vriendelijke man en zijn dochter hartelijk en stappen uit.
Voor de zekerheid check ik, in een van de restaurantjes, de prijs van het hoofdgerecht, wat bestaat uit verschillende gegrilde vissoorten. We hebben namelijk weinig Sudanese ponden op zak en kunnen niet teveel uitgeven. Gelukkig blijkt de vis heel betaalbaar. Chalmer bestelt nog soep en we sluiten af met een vruchtensapje. Heerlijk, totdat we de rekening zien. De soep blijkt duurder dan het hoofdgerecht, zouden we genept zijn? Niets aan te doen, dit is de rekening, hadden we maar moeten vragen hoe veel de soep was. We zijn blij dat we nog geld over hebben om met een busje naar de moskee te kunnen. Bij de moskee in het centrum van de stad kunnen we namelijk geld wisselen. 'Faroek Moskee' zeg ik tegen de chauffeur. Hij kijkt verbaasd, maar knikt dan. We kunnen instappen.
In Sudan kun je helaas niets met een bankpas of creditcard. Zelfs cash wisselen bij een bank is niet goed mogelijk. Amerikaase dollars wisselen op de zwarte markt is de enige manier om aan Sudanees geld te komen.
'Herken je het al, mama?' vraagt Paul als we bij de moskee zijn. 'Mama ziet niet zoveel, ik ben m'n bril vergeten' antwoord ik. Rondom de moskee is het helemaal donker. Er zijn bijna geen mensen op straat. 'Er is hier niks te doen hoor' zegt Chalmer. Kaart erbij. Oh, het was niet de Farouk moskee maar de El Kabir Moskee. Sorry, foutje. De Chauffeur keert om en rijdt ons naar de andere moskee. Wat zal hij wel van ons denken, vraag ik me af, met al die moskeeen.
We zitten nu al zolang in de taxi dat het geld wisselen echt moet lukken. Anders kunnen we de chauffeur niet eens betalen.
Gelukkig lukt het wisselen, de geldwisselaar nodigt ons nog uit voor thee, maar de chauffeur brengt ons naar huis, het is immers al laat. We rekenen voor drie ritten 20 pond af, dat is omgerekend vijf euro. Hij zet ons tegenover de Blue Nile Club, onze kampeerplek, bij de katholieke kerk. 'Even kijken'zegt Chalmer. We lopen het terrein op, er gaat zodadelijk een mis beginnen. 'Zullen we blijven?' vraagt Chalmer. Paul wil ook naar de mis/ bij zijn vader blijven, ik denk het laatste.
Anton, Chris en ik aarzelen. De muziek begint, het koor zet in. We twijfelen niet langer: we blijven.

klik hier
 
Hulporganisaties
 
Nadat het tot en met zaterdag 20 november zeer rustig was in Khartoem (zelfs de Soefi- of Derwish dansen gingen niet door!), komt vanaf zondag 21 het gewone leven weer op gang. Wij besluiten te vertrekken omdat we vooral veel tijd in Ethiopië willen doorbrengen. Voor vertrek moet er nog ingekocht worden en getankt, aangezien de diesel in Ethiopië een stuk duurder zal zijn als in Soedan We moeten dan toch ook nog wat geld wisselen, zodat we met de vrachtwagen Khartoem ingaan. Wat opvalt is het wel zeer grote aantal nieuwe of vrij nieuwe Landcruisers met een logo van een van de vele hulporganisaties op de portieren. Bij gesprekken met enkele Soedanezen uit Khartoem die de sailing club bezochten bleek al wel dat de rijkeren vrijwel allemaal zaken deden met de verschillende hulporganisaties, of het nu transport, service, of bijvoorbeeld het verzorgen van drukwerk was. Pas als je zelf door zo'n stad rijdt besef je hoe groot de economische impact van al deze hulporganisaties is.
Het word je dan ook duidelijk waarom er zoveel Soedanezen naar je toe komen om te informeren of je voor een organisatie werkt, met de mededeling dat zij geïnteresseerd zijn in een betrekking bij een dergelijke organisatie.
 
Op weg naar het zuidoosten van Soedan komen wij ten noorden van de stad Wad Medani langs een nederzetting die er heel anders uit ziet dan wat we tot dan gezien hebben; als we stoppen gebaren de mensen dat we moeten komen. Het blijkt dat we een sloot met water moeten doorwaden om er te komen, maar inmiddels is duidelijk dat het om een vluchtelingenkamp gaat, waar je officieel alleen maar in mag na toestemming. Aangezien dit kamp er weinig officieel uitziet zal het wel om een kamp van 'internally displaced people' gaan, waar veel minder strikte regels gelden, aangezien daar in het algemeen geen hulporganisatie voor verantwoordelijk is, maar het land zelf; deze mensen worden dan ook veel meer aan hun lot overgelaten dan de mensen die een ander land weten te bereiken, waarvoor dan de internationale organisaties verantwoordelijk worden.
 
Vluchtelingenkamp
 
Als we voor de vieze sloot staan, aarzel ik. Moeten we daar doorheen? Aan de kinderen vraag ik of ze wondjes hebben aan hun voeten, gelukkig niet. Ik heb mijn goede schoenen aan, gekocht in een Nederlandse out-door zaak. Gelukkig kunnen ze tegen water, ik overwin mijn weerstand en steek mijn been in het vieze water.

klik hier
 
De mensen helpen ons door de sloot, Chris en Anton worden zelfs gedragen. Een vriendelijke man, die een enkel woordje Engels spreekt, leidt ons rond door het kamp. Kleine hutten, weinig spullen, een enkel mager kippetje en wat geiten. Waar ik vooral van schik zijn de kinderen: dikke buiken, dunne armen en benen, oude vodden.

klik hier

klik hier
 
De mensen geven ons het gevoel dat we heel welkom zijn. We schudden vele handen, wisselen namen en natuurlijk mag ik een foto maken. We krijgen de baby van de leider (zonder luier) op schoot. We zien ook nog een hoogoplopende ruzie tussen een vrouw en een jongeman, waarbij de vrouw op een gegeven moment zelfs naar een mes grijpt maar dat bij nader inzien weer weglegt. Gevraagd naar de reden van de ruzie blijven de andere dorpsbewoners wat vaag, maar de indruk ontstaat dat er toch bepaalde machtsverhoudingen in dit kamp bestaan, met groepen die de macht uitoefenen en daarvoor bepaalde privileges opeisen. De betreffende jongeman was ook opvallend goed gekleed vergeleken met de rest van de kampbewoners.
Chalmer keert weer terug over de sloot om de printer en de computer uit te pakken. Hij heeft wat foto's gemaakt van groepen kinderen, we willen ze uitdelen. Hij geeft ze ook nog een blauwe voetbal.

klik hier
 
Even later komen wij terug bij de vrachtwagen.We worden door talloze kinderen en volwassenen gevolgd. Ik doe mijn vieze schoenen uit, zet ze bovenaan onze trap bij de deur. Eerst voeten en benen wassen, daarna de schoenen.
Het printen kost tijd en ik kijk ondertussen eens in mijn kast. Wat kan ik kwijt, wat kan ik ze geven? Een handdoek, wat blikjes, de sinaasappels, meel. Ik doe alles in een tas en geef het aan de man die overduidelijk de leider is. Ik vind hem aardig en we hebben er vertrouwen in dat hij het verdeelt. In de kast vind ik ook nog een pak koekjes, we geven ze om uit te delen. Er ontstaat grote opwinding, de kinderen dringen en joelen om er eentje te bemachtigen. Er zijn te weinig koekjes, sommige kinderen hebben nu niets. Ik krijg er een naar gevoel van. Dit had ik kunnen weten: 'je wilt wel geven maar het zijn er zoveel' hadden andere Afrika-gangers mij al verteld. Nu ondervinden we het aan den lijve.
Als de kinderen en mensen de foto's zien, moeten ze vreselijk lachen. Ze staan te dringen om zichzelf terug te zien, het komt op ons over alsof ze nog nooit een foto van zichzelf gezien hebben. Het wordt tijd om afscheid te nemen en te gaan. Ik wil mijn schoenen pakken om ze schoon te maken, maar zie ze niet.
 
schoenen.
 
Wie heeft die schoenen gepikt? Ik wil ze echt terug, en maak dat aan iedereen duidelijk. Ik ben heel boos, vooral op mezelf. Had ik ze nu toch maar dicher bij me gehouden, vies of niet. De mensen roepen, lopen heen en weer, er wordt gezocht, maar een half uur later heb ik nog geen schoenen. Op blote voeten steek ik die vieze sloot weer over. Wie heeft ze? Sommige vrouwen bieden mij hun schoenen aan, het zijn witte en zwarte sloffen.
Na drie kwartier zijn mijn schoenen nog niet boven water, maar ik blijf volharden, we gaan hier niet weg voordat we ze hebben. Ondertussen vraag ik me af hoe ik aan nieuwe moet komen, zou Ingrid ze kunnen meenemen naar Oeganda? Maar welke maat had ik ook alweer? En zijn ze nog te krijgen in Nederland, ze komen uit de zomercollectie. Wat een gedoe. Geld bieden dan maar, ik geef geld als ik ze terug krijg. Uiteindelijk lukt het dan ook om een meisje zo ver te krijgen dat ze vertelt wie ze de schoenen heeft zien wegnemen. De betreffende jongen wordt onderhanden genomen. Na aanvankelijke ontkenning laat hij toch zien waar hij ze (in weer een andere sloot) heeft verstopt. Als een van de volwassen mannen aan komt lopen met de druipnatte schoenen gaat er een gejoel op onder de vrouwen en horen we verschillende malen roepen 'praise the Lord', tja zo kun je het ook zien. Ik joel net zo hard met de vrouwen mee, ben zo opgelucht! Ik geef geld aan het meisje dat de schuldige heeft aangewezen en aan degenen die zich met name hebben ingezet om de schoenen weer terug te krijgen. Ik vraag de leider de dief (een jongen van een jaar of 15) niet te hard te straffen,daarna vertrekken we. Lange tijd ben ik emotioneel, niet eens zozeer omdat ik mijn schoenen terug heb, maar vooral vanwege het feit dat ik zo'n dief nog kan begrijpen ook en de tegenstelling tussen hen en ons. De leider van het kamp, een charismatische man, net vader geworden van een klein meisje, blijft in mijn hoofd zitten. Om hem huil ik denk ik het meest.

klik hier
 
We hebben inmiddels de woestijn achter ons gelaten, steken de Nijl over en rijden naar het oosten, waar we een uitgebreid cultuurlandschap doorkruisen. Het lukt ons om een verlaten plek achter een eenzame heuvel te vinden om te overnachten, de volgende dag eerst school, daarna inkopen doen op de mooie en grote markt in Gedaref, waarna we het laatste deel voor Gallabat, de grensplaats, vlot afleggen. Het plan was om voor de grens nog te overnachten, maar de uitgebreide militaire aanwezigheid op dit laatste deel doet ons toch besluiten om door te gaan en maar even te zien of het passeren van de grens toch mogelijk is.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Het spijt ons Soedan achter ons te laten. We zijn benieuwd naar Ethiopie, waar het heel druk moet zijn vanwege de hoeveelheid mensen, waar sommige reizigers worden bekogeld met stenen, waar het minder warm is en waar we het andere, zogenaamde sub-Sahara Afrika gaan vinden
top