Ethiopië deel een
 
Al rijdend richting Ethiopië komen we aan in een plaatsje met wat mud-huts, golfplaten hutjes en een enkel betonnen gebouwtje. Het is erg druk op straat, zodat we langzaam langs rijden; er komt een jongeman op ons toe die vertelt dat we in de grensplaats (Gallabat) zijn, dat we 100 meter terug moeten om de veiligheidspolitie te bezoeken. We zijn even verbaasd; er is geen enkel officieel uitziend gebouw, geen enkel uniform zichtbaar, geen tekens of borden enz. Eerst maar eens de beschikbare informatie erop na geslagen; Cathelijn had zich al helemaal ingelezen en meende toch zeker te weten dat het allemaal anders zou gaan. Al snel komen we erachter dat waar we ons op voorbereid hadden de grensovergang de andere richting op was. We lopen naar de veiligheidspolitie, lopen een kantoor binnen, waar we uiterst vriendelijk worden geholpen; allerlei formulieren worden ingevuld, waarna we kunnen gaan; dan naar customs, waar we eerst het Carnet moeten regelen, even de schrik dat we mogelijk een formulier niet hebben, maar bij opnieuw doorzoeken van de tas met officiële papieren blijken de twee douaneformulieren uit Wadi Halfa die de invoer van onze wagen beschrijven toch aanwezig. Daarmee is het Carnet ook weer compleet en afgestempeld, we krijgen nog wat stempels in ons paspoort nadat we eerst nog in een kantoortje ergens achteraf 24 SP hebben betaald, waarna we klaar zijn. Eigenlijk heel erg vlot. Intussen worden we voortdurend omringd door een aantal jongemannen die goedbedoelde adviezen geven, ons de weg wijzen naar de verschillende kantoortjes enz. Buiten het laatste kantoor geeft een van de jongens aan dat hij voor ons ons Soedanese geld wel kan wisselen; op zijn eerste aanbod van 1 op 4 gaan we niet in; ik vraag een ratio van 6 Bir voor 1 SP. De grens wordt gevormd door een brug over een klein stroompje. We rijden over de brug die merkwaardig druk is met ook kinderen; als we over de brug rijden komen er twee duiven aanvliegen die op de cabine gaan zitten en mee de grens oversteken. Een groot hek verspert de weg; we lopen door het hek en gaan een kantoor binnen: immigration. Het schemert al iets, maar bij het beperkte licht worden toch een aantal grote schriften geraadpleegd, terwijl nog enige malen onze namen worden gevraagd. Wat het doorpluizen van de schriften precies betekent (lijsten met ongewenste personen?) is onduidelijk maar voor ons met computers verwende westerlingen toch wel een apart gezicht. Uiteindelijk wordt in de schriften toch blijkbaar geen reden gevonden om ons de toegang tot Ethiopië te ontzeggen, formuliertjes worden ingevuld, paspoort wordt gestempeld, en we mogen naar customs. Intussen is bij immigration een generator opgestart en ging daar dus het licht aan; de opzoekerij kostte namelijk toch zoveel tijd dat de duisternis ingevallen is. Aan de overzijde bij customs is echter nog steeds geen licht; we worden daar begroet door een ambtenaar in burger die op zoek gaat naar de sleutel van het inmiddels gesloten kantoor. Wij halen maar een zaklamp uit de wagen voor het invullen van de papieren en met name om er zeker van te zijn dat het Carnet juist wordt ingevuld. Er wordt inderdaad gevraagd naar de brief van de Nederlandse ambassade in Addis Abeba: In Egypte hoorden wij dat de Ethiopische customs sedert kort plotseling niet meer genoegen nemen met een carnet de passage, maar eisen dat er een extra zekerstelling wordt afgegeven door de ambassade dat de geïmporteerde voertuigen ook weer worden uitgevoerd. Mogelijk heeft dit te maken met het recente verbod in Ethiopië op de invoer van voertuigen ouder dan 7 jaar. In ieder geval kregen wij via e-mail van de Nederlandse ambassade inderdaad een mooie verklaring die onze reisplannen nog eens verwoordde, waarmee de douanebeambte tevreden was. Hierna controle van de wagen, chassisnummer en inhoud, waarna we klaar waren; de douanier vroeg ons daarna wel of wij iets voor zijn inspanningen over hadden, aangezien hij toch na sluitingstijd alsnog tijd voor ons gemaakt had! Tja wat zijn hier de regels? Volgens de goede man was de grens eigenlijk al dicht! We hebben hem 150 Bir gegeven omdat hij zo vriendelijk en duidelijk was om aan te geven dat dat de gebruikelijke waarde was van zijn inspanningen. Gelukkig hadden we intussen van een van de eerder genoemde jongens inderdaad voor de gevraagde ratio 1200 Bir voor onze overgebleven SD gekregen.
 
Daarna waren we in een heel ander Afrika! We besloten om niet aan de grens te blijven staan maar naar de eerstvolgende stad door te rijden. Met name Cathelijn ervoer deze rit als een sprookje, rijdend door kleine dorpjes met hutten langs de weg, vuurtjes, kaarsen binnen de hutten, hier en daar hangt een dichte rook door alle vuren, verder is het pikdonker. We generen ons haast voor de enorme hoeveelheid licht die wij meebrengen, maar hierdoor zien we wel ruim op tijd een touw over de weg gespannen, waar we geacht worden te stoppen; politiecontrole, maar we mogen na stoppen meteen weer door. Aankomend in Shihedi blijkt er een zeer bruisend avond en nachtleven te bestaan met overal kleine barretjes, restaurantjes en dancings. Direct worden we aangesproken door een vrachtwagenchauffeur die vertelt dat we daar (vlak langs de weg, eig. op de rijbaan) best kunnen blijven staan, ook blijven slapen, maar eerst willen we toch wat eten; we strijken neer in een lokaal restaurantje, de vrachtwagen chauffeur schuift mee aan, hij heeft blijkbaar al een paar biertjes op. Uiteraard nemen wij ook weer eens voor het eerst in weken een glas bier, heerlijk. Het eten is prima, voor de kinderen wel wat scherp, maar toch goed te doen. Daarna met de vrachtwagenchauffeur op zoek naar een Ethiopische SIM kaart voor de telefoon van Cathelijn, want de mijne is nog steeds kapot. Het nummer is voorlopig (landcode Ethiopië)(0)918322580, althans zolang we in Ethiopië zijn. Hierna wil onze nieuwe vriend nog naar een bar, maar de kinderen -maar ook Cathelijn en ik- zijn de man intussen wel een beetje zat, zodat we naar de wagen gaan; ik rijd nog iets verder door, vind een vrachtwagenparkeerplaats midden in het dorp en parkeer de wagen, waarna er direct een man opduikt die duidelijk maakt dat hij de bewaker van het terrein is. We gaan slapen, rekenen de volgende dag 20 Bir af voor de bewaking en vertrekken naar Gonder.

klik hier
 
Eind van de dag bereiken we het dorp aan lake Tana waar we gaan kamperen. We moeten blijkbaar een heel klein steegje in om bij het kamp van Tim en Kim te komen, twee Nederlanders die sedert enkele jaren een kampeerterrein runnen aan lake Tana ( www.timkimvillage.com ). Het steegje is zo nauw dat ik erg goed op moet letten dat ik geen daken raak met de bak van de wagen, waardoor ik niet zie dat de (clandestien aangelegde?) elektriciteitsdraden naar de huizen aan de overkant wel erg laag hangen. Inderdaad trek ik een elektriciteitskabel naar beneden, waarna een man op het dak van de wagen klimt om de overige draden erover heen te leiden. Al heel snel ontstaat er een opstootje met een erg boze man die van alles onmiddellijk wil regelen, maar niet duidelijk kan maken wat dan wel, ook niet met hulp van beter Engels sprekende omstanders. Ik geef aan dat ik de volgende dag wel terug zal komen want de duisternis begint te vallen en ik wil op de camping zijn voor het helemaal donker is.
 
Bij Tim en Kim gebruiken we drie dagen rust om de school weer een voorsprong te geven, we zwemmen in lake Tana, bestuderen vogels, gaan op zoek naar apen en laten de was doen. Het is 's nachts koud! Het koelt af tot 15 graden, en ook overdag is het maar een graad of 25, voor het eerst in drie maanden hebben we weer truien aan en slapen onder een dekbed. We willen een trektocht te voet gaan maken in de Simian Mountains, deze gaan tot 4500 meter, wat betekent dat het daar echt koud kan zijn.

klik hier

klik hier

klik hier
 
De volgende dag ga ik met twee van de werknemers van de camping naar het dorp om de elektriciteitsdraden te repareren en de overige hoger te hangen. Ik moet zeggen een hele belevenis om te zien hoe de infrastructuur daar lokaal is uitgevoerd. Uiteindelijk heb ik zelf een aantal huizen op het elektriciteitsnet aangesloten, waarbij enkele draden wel erg poreuze en brosse isolatie hadden. Paul keek zijn ogen uit hoe de mensen in dat dorp leefden.
De aanvankelijk erg boze man bleek niet te ontdooien, hetgeen volgens een van de jonge mannen die rondliepen tijdens de reparatie waarschijnlijk kwam omdat ik de schade zelf kwam repareren, zodat hij er niet aan kon verdienen door een rekening voor de reparatie in te dienen.

klik hier

klik hier
top