Ethiopië deel twee
 
De Ethiopiërs willen graag weten dat ze nooit gekoloniseerd zijn en daarmee een uitzondering vormen op het Afrikaanse continent. In 1896 hebben de Italianen een poging gedaan maar zich moeten beperken tot de bezetting van Eritrea. In 1935 weet Mussolini keizer Haile Selassie te verdrijven die echter in 1940 met behulp van de Engelsen en geallieerde Afrikaanse troepen weer op de troon komt. Tot 1974 weet hij een feodaal bestuur te handhaven totdat hij door een groep militairen wordt afgezet (de DERG); en in hetzelfde jaar ook overlijdt (mogelijk vermoord wordt in gevangenschap). Met behulp van Rusland en Cuba wordt een soort communistisch bewind ingericht onder leiding van een legerofficier, Mengistu, die een schrikbewind instelt, waardoor duizenden, en waarschijnlijk meer dan een miljoen mensen omkomen. Dit wordt mede veroorzaakt door de hongersnood van 1984 die eenieder zich nog wel zal herinneren, maar wat minder bekend is, is dat deze hongersnood eerst lange tijd door Mengistu ontkend werd, waarna hulp pas op gang kwam nadat al honderdduizenden omgekomen waren. Ook is minder bekend dat de gebieden waar de hongersnood het ergste was ook de gebieden waren waar Mengistu een bloedige strijd leverde tegen verzetsgroepen, waarbij hij nota bene een verschroeide aarde tactiek hanteerde in zijn eigen land om zijn tegenstanders te kunnen isoleren. Zou Harry Bellafonte dat geweten hebben toen hij 'we are the world' organiseerde? Het was in ieder geval algemeen bekend dat in Ethiopië, ook tijdens de hongersnood, het grootste budget werd uitgetrokken voor 'defensie' van alle Afrikaanse landen. In 1984 wordt, terwijl de hongersnood al volop heerst, een waanzinnige viering van 10 jaar revolutionair bewind gehouden die volgens voorzichtige schattingen zo'n 150 miljoen dollar heeft gekost, grotendeels uitgegeven in het buitenland; zo werden de versieringen in de steden door Koreanen aangelegd!
Mengistu wordt afgezet in 1991, doordat de steun aan zijn 'socialistische' regime verdampte na het ineenstorten van het Europese socialisme na de val van de muur, waarna een ontwikkeling naar een democratie werd ingezet. Vanaf 1994 heeft Ethiopië een goed functionerende democratie, waarbij de kiesdistricten georganiseerd zijn volgens de etnische scheidslijnen in het land.

klik hier
 
Het land is nog steeds straatarm, de tekenen van de voorbije oorlogen nog overal zichtbaar, ook in de daarna volgende jaren voert Ethiopië nog regelmatig gewapende conflicten met zijn buren, hoewel met name de oorlog met Eritrea een haast onvermijdelijk conflict was waarin Ethiopië meer tegen wil en dank lijkt te zijn meegesleurd
Een van de acties van Mengistu's regering was het uitrusten van burgers als gewapende burgeragenten om criticasters van het regime op te sporen en onschadelijk te maken. Het aantal Kalashnikovs in het land, in handen van verder schamel geklede mannen, doet het ergste vermoeden over de stabiliteit in dit land. Van de weeromstuit moet ook bij ieder hotel, kampement, instituut, voorziening enz een gewapende bewaker ingezet worden.
Een klein maar indrukwekkend museum in Addis Abeba probeert recht te doen aan de tallozen die omgekomen zijn tijdens het bewind van Mengistu; er heerst de uitgesproken sfeer die wij in Europa ook kennen van musea over de tweede wereldoorlog: 'dit nooit weer'.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Wat het meest in het oog springt al reizende door Ethiopië zijn de grote aantallen mensen op de weg, ook in ogenschijnlijk afgelegen gebieden; in tegenstelling tot de eerder bezochte landen zien we de mensen vooral lopen, er is maar weinig verkeer op de wegen. Als je vervolgens bedenkt dat slechts 15% van de Ethiopische bevolking woont binnen een afstand van 30 km van een weg wordt wel duidelijk wat een problemen de verdere ontwikkeling van dit land met zich meebrengt. De bevolking wordt geschat op 81 miljoen!

klik hier

klik hier

klik hier
 
Een ander bijzonder aspect van Ethiopië is de wijze waarop de gehele maatschappij doordrenkt is met religie; een deel van de bevolking is Islamitisch, maar het overgrote deel is christelijk met een sterk Koptisch aandeel. Als we al vonden dat de Islam met zijn oproepen tot gebed wel erg indringend was, zijn we nu ook onder de indruk van de wijze waarop de koptische kerk zich op kan dringen aan het dagelijkse leven met urenlange, soms zelfs dagenlange 'chanting' die een soort hersenspoelend effect moeten hebben als je hier je hele leven aan onderworpen bent. Ook hierbij, net als bij de Moslims, wordt ruim gebruik gemaakt van de verworvenheden van de moderne techniek in de zin van luidsprekers en krachtige versterkers. Als laatste bijzonderheid moet nog vermeld worden dat de voedselhulp die in 1984 te laat werd verstrekt merkwaardigerwijze nog steeds doorgaat; nog steeds wordt in dit land wat potentieel driemaal het benodigde voedsel zou kunnen produceren op vrij willekeurige wijze zakken met graan en mais uit vrachtwagens gegooid wat nu eenmaal wordt afgeleverd in de haven van Djibouti.
 
Belaagd
 
We zijn nog in Khartoem als Siggi en Gerdie, een Duits stel dat reist per motorfiets, aangeven dat ze met ons een trektocht door de Simian Mountains willen maken. In de Simian leven duizenden Baboons, een apensoort, die we graag willen zien.
We spreken af dat we elkaar in Ethiopië zullen ontmoeten. 'Insjallah' (als God het wil) zeggen we erbij. Je weet immers maar nooit.
We rijden door Ethiopië en hebben geen moment rust. Mensen zwaaien naar ons of staren ons aan, kinderen rennen naar onze wagen, roepen 'you you' en 'money,money', steken hun hand uit om wat te krijgen. Zodra we onze auto stilzetten, staat er een massa omheen.
In Gonder, een stad met 400.000 inwoners, is het tijd voor bankzaken, internet en boodschappen. Een jongen van een jaar of 18 stelt zich netjes voor als Alfredo, spreekt redelijk Engels en wil ons helpen. Omdat hij andere opdringerige mensen op afstand houdt, laat Chalmer hem begaan.
Met Chalmer haalt hij groenten. Natuurlijk moet Chalmer de halve stad doorkruisen omdat de groenten bij Alfredo's tante gekocht moeten worden. Met mij haalt Alfredo fruit (sinaasappelen en avocado's) en nieuwe schoolschriften bij het meisje wat hij leuk vindt. Hij wil perse mijn boodschappen dragen. Vanwege mijn buikpijn protesteer ik niet.
Natuurlijk krijgt Alfredo wat geld voor zijn diensten, 20 bir wat voor Ethiopische begrippen een mooi bedrag is. Maar dan begint het gedoe. Hij lacht en zegt dat we dit bedrag maar zelf moeten houden. Hij is student, moeten we weten, en hij heeft een 'Oxford boek' nodig van 200 bir, dat moeten wij betalen. Na een kwartier 'onderhandelen' grist hij mokkend de 20 bir uit mijn handen en vertrekt naar Chalmer, die in het internet café zit. Chalmer kan nauwelijks meer internetten, Alfredo geeft niet op. Chalmer legt hem uit, dat als we iets geven aan een Ethiopiër, het tot nu toe nooit genoeg is, en dat ze nooit tevreden zijn. 20 Bir is ruim betaald, en hij laat het hierbij.
Ondertussen ben ik op bed gaan liggen vanwege een bekende reizigerskwaal. Rust krijgen we niet, voor de zoveelste keer wordt er op de deur geklopt. Ditmaal een man die zegt dat we moeten bellen naar Duitse mensen. He, dat zullen Siggie en Gerdie zijn!
Paul springt uit de wagen, en belt met Siggi. Siggi had gevraagd aan de man om uit te kijken naar een gezin in een truck. En nu heeft de man ons gezien, en hebben wij elkaar weer gevonden!
Na het gesprek vraagt de man van de telefoon 80 bir aan Paul. 80 bir! Even rekenen, ik heb gisteren voor 50 bir 5 minuten naar Nederland gebeld. Dit telefoongesprek is van een Ethiopisch nummer naar een Ethiopisch nummer. De man vraagt dus een buitenproportioneel bedrag. Zucht, er volgt weer discussie. Moe van dit soort gesprekken komen we overeen op 20 bir, wat volgens Chalmer nog veel te veel is.
We gaan op weg naar Debark, een plaats hoog in de bergen waar we op Siggi en Gerdie gaan wachten. Als we wegrijden staat Alfredo nog steeds bij onze wagen te dralen, tussen alle andere Ethiopiërs.
 
Achter slot en grendel
 
Debark ligt op 3200 meter. De weg is van grind met veel gaten en kuilen, het is hard werken voor de vrachtwagen en ook voor Chalmer. Vaak heeft de wagen net vaart, maar dan moet hij afremmen voor een schaap, een ezel of koe, die op het allerlaatste moment op het gemak aan de kant gaat.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Tussen de heuvels leven de mensen in hun hutten, geen elektriciteit, geen stromend water, geen auto, geen tractor, alleen wat vee en een stukje grond. Chris herkent dingen van de geschiedenisles: de sikkel en het dorsen van het graan. Met z'n allen dicht bij elkaar kijken we uren achter elkaar naar de wereld waar we nu in zijn beland.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Zo'n 30 km voor Debark gaat de zon onder. Nu zien we overal mensen zitten rondom een houtvuur. Het heeft iets van de Efteling, sprookjesachtige kleine huisjes die alleen verlicht worden door de vuurtjes waarop het eten wordt bereid.
Chalmer en ik speuren beiden naar een plek voor een overnachting. Ondanks het ontbreken van zijwegen vinden we een rustige, afgelegen plek, ver van de bewoonde wereld. Chalmer zet de motor af en ik kook alvast water voor de thee en pak brood voor het avondeten.
Nog voor we zitten wordt er op de deur gebonkt. Als we gaan kijken staren minstens 30 ogen ons aan. Vanuit de verte zien we nog meer mensen onze kant op snellen. Nadat we alle handen hebben geschut besluiten we dat dit te onrustig is, en we rijden door, ondanks het donker. Even verderop is een dorp, natuurlijk dringt een jongeman zich aan ons op en onder zijn leiding vinden we op een politieterrein een plek voor de wagen. De mensen van het dorp staren ons nu aan op afstand, vanachter een groot hek.
Er zijn twee mannen met grote kalashnikovs, die zullen de hele nacht over ons waken, zo vertelt de jongen. We weten niet of we ons daar gerust om moeten voelen. Waarom die geweren, wat valt er te vrezen? We krijgen geen duidelijk antwoord. Zijn die mannen met de geweren wel te vertrouwen? Ze dragen geen uniform, ze hebben (net als de meeste Ethiopiërs) oude, kapotte kleren aan en om hun schouders ligt een deken ter bescherming tegen de kou.
We gaan naar de twee mannen, kijken ze aan en schudden de hand, en bedanken ze alvast voor het waken. Met hun mond vol slechte tanden lachen ze naar ons en knikken ons toe.
In het plaatselijke cafeetje drinken we wat, geven de jongen en zijn vrienden een biertje, en gaan daarna zwaar bewaakt en achter slot en grendel slapen.
De volgende morgen zitten de twee mannen nog steeds op hun plek, geweer in de hand. We vragen ons af hoe ze het hebben uitgehouden met slechts een dekentje in deze kou. Ik neem me voor om nooit meer te klagen over een nacht werken. Ze rekenen ieder 40 bir (2 euro) en we vertrekken verder de bergen in. Het wordt hoger en kouder, ondanks de zon die de hele dag schijnt.
 
Hiking in the Simian
 
We zitten samen met Siggi en Gerdie in een restaurantje in Debark. We bespreken de tocht van de komende dagen. Ik vraag me af hoe we het gaan volhouden om vier dagen 6-8 uur te lopen door de bergen. We hebben immers niet veel lichaamsbeweging gehad de afgelopen maanden. We gaan voor vier dagen eten en water meenemen. Gelukkig kunnen we hoog in de bergen vlees (kip) en eieren kopen.
Dan valt de elektriciteit uit, we zitten in het donker. Omdat ik altijd al heb willen dineren in het donker (in Nederland zijn daar speciale arrangementen voor) blijven we zitten.
We genieten van de injera. Injera is het nationale gerecht in Ethiopië, een soort grijze, licht zure pannenkoek met vlees, saus en verschillende soorten groenten. Tegen de kinderen hebben we verteld: Wen er maar aan, want dit is het eten van dit land. Inmiddels vragen ze 's morgens al wanneer we weer injera gaan eten.

klik hier
 
We maken een lange tocht in de bergen. Onze bagage wordt vervoerd door drie muilezels. Een bewaker, met ook weer een groot geweer, en een gids met de naam Sugar, gaan met ons mee (de bewaker is verplicht).

klik hier
 
De bewaker loopt onhoorbaar op plastic schoenen met het grootste gemak achter ons aan, zijn geweer altijd in de aanslag.
Sugar, de gids, blijkt geen aanwinst. Hij zegt bijvoorbeeld: 'kijk, een Baboon' als het beest al enige tijd overduidelijk in ons zicht zit.
Het is een lange, zware maar geweldige tocht. We zien veel apen (gelada baboon) onderweg.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Siggi en Gerdie verbazen zich over het doorzettingsvermogen en de vrolijkheid van Paul, Anton en Chris. De kinderen lopen vlot, zonder ook maar een onvertogen woord. Ze genieten zichtbaar.
Ik ben blij dat Siggi mee is, loop ik tenminste niet in m'n eentje achteraan..
Onderweg bij een paar hutjes kopen we eieren, maar de kip die we ook willen kopen blijkt nog niet dood, die zit nog levend (vastgebonden) op een stok. Dat wordt dus een vegetarische maaltijd.
's Avonds arriveren we moe en bezweet in Gich, het eerste kamp. Wat zouden we nu opknappen van een warme douche, maar het kamp is niet meer dan een plek waar we een tent op kunnen zetten. Wat hebben we ons zelf aangedaan?
Ik kan de gedachte aan een warme hut in de Zwitserse Alpen met een heerlijke douche en schoon sanitair maar niet uit mijn hoofd zetten. In plaats daarvan moet ik plassen boven een koud vies gat en probeer probeer het zweet van me af te spoelen bij een ijskoud stroompje met bruinig water. Is dit de beloning na deze inspanning?
Gelukkig lijken de kinderen een douche minder te missen. We houden ze goed in de gaten of ze het niet te koud krijgen.
Het wordt een gevecht om warm te blijven, bij nul graden en een flinke wind.
De mannen beginnen direct met het opzetten van de tent. Shit, we zijn het grondzeil vergeten, hoe kan dat nou? Er breekt bijna paniek uit als we ook de voorkant van de tent niet hebben. Gelukkig ligt die gewoon nog buiten naast de tent.
Er is een geweldige zonsondergang, waar we 1 seconde van hebben genoten. (vanwege de kou.)

klik hier

klik hier
 
We zitten ieder met minstens twee truien aan rondom de benzinebrander, alleen Chalmer heeft het niet koud, zoals gewoonlijk. Hij bouwt rustig verder aan het zo wind dicht mogelijk maken van de tent en daarna stort hij zich op het koken.
Gerdie raakt onderkoeld, en klappertandt onder drie slaapzakken. Chris en Anton gaan tegen hem aan gaan zitten. Paul en Gerdie hebben hoofdpijn, waarschijnlijk vanwege het hoogteverschil. (we zitten nu op 3600 meter).
Op de benzinebrander duurt het een poos voordat het eten gaar is. Het smaakt heerlijk maar nog belangrijker is de warmte, die het geeft.
We hebben drie extra slaapzakken meegenomen. Om warm te blijven liggen we tegen elkaar aan, houden we al onze kleren aan en hebben de extra slaapzakken hard nodig.

klik hier
 
De volgende morgen hebben de kinderen goed geslapen, ze vinden het fantastisch in de tent!
Voor het ontbijt eten we de overgebleven rijst met saus van de avond ervoor. Daarna maken we ons klaar voor een lange tocht.
Als we de spullen hebben ingepakt kijken Siggi en ik nog een keer om. Hebben we alles? Onze plek is leeg, ja, we hebben alles, de ezels worden geladen, we gaan op weg.
In Chennek, het volgende kamp, zetten we weer de tent op. Nee, wat nu? We zijn de binnentent kwijt! Toch essentieel bij deze temperatuur. En, we moeten hem zeker terug krijgen, we hebben de tent geleend. Zijn we hem vergeten in het vorige kamp, wat alleen te voet te bereiken is, negen uur lopen?
Ondertussen zien we prachtige Walia Ibex, een soort wilde berggeit, en lopen de Gelada Baboon apen gewoon over ons kamp.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Siggi en ik maken soep en pasta. Onze bewaker geven we een stoel, een plek in de tent en eten. We vinden het verschrikkelijk dat hij buiten zit met slechts een deken tegen de kou. Dat kan nooit voldoende zijn.

klik hier
 
Chalmer besluit naar Sugar, de gids te gaan. 'Misschien is de binnentent wel hier' zegt Sugar. Inderdaad, de binnentent is meegenomen, wat fijn! Een gids met krulletjes heeft hem, maar geeft hem niet. Hij zegt: '500 bir!'
We zijn allemaal stomverbaasd. We hadden graag een flinke fooi gegeven maar nu moeten we voor ongeveer een half Ethiopisch maandsalaris onze binnentent terug kopen! Chalmer start de 'onderhandelingen'. Er verzamelt zich een hele groep Ethiopiërs om Chalmer en krullenbol. Ik sta ondertussen te koken van boosheid en in deze bui stap ik op krullenbol af en maak foto's. Hij duikt weg, maar het is al te laat, hij staat er op!
Vanaf dat moment zien we Krullenbol niet meer en zakt de prijs naar 200 bir. We moeten de foto's wissen. We geven geld, ook al weten we dat we voor de gek worden gehouden. Het geld is niet erg, het voor de gek houden echter wel.
Chris en Anton vinden het zo leuk in de tent, dat ze al hun kleren weer aantrekken en met Siggi onder drie extra slaapzakken in de tent slapen. Gerdie slaapt vannacht bij ons in de vrachtwagen vanwege de kou.
De volgende dag loop ik naar Sugar toe en vertel hem dat ik naar de baas ga met dit tentenverhaal. Chalmer en Siggi raden het me af, zij denken dat het geen nut heeft, verspilde energie.
We maken die dag nog een tocht, naar 4200 meter hoogte. Na afloop wassen we ons onder de buitendouche waarvan het water door de zon tot een aangename temperatuur is verwarmd.

klik hier

klik hier
 
Na vier geweldige dagen midden in de natuur rijden we Debark in. Bij de organisatie ga ik 'verhaal halen' en vertel hen over het moeten terugkopen van onze tent. De organisatie neemt het serieus op. Ze schamen zich voor wat er gebeurd is, sporen de betrokkenen op, en om hun woorden kracht bij te zetten krijgen we het geld meteen terug. Ook Sugar, waar we alleen maar tegenwerking van hebben gehad, krijgt er ter plekke van langs.
Chalmer ontdekt een vreemde spleet tussen de cabine en de bak van de wagen. Het is de vraag of we de cabine wel kunnen kantelen bij problemen met de motor! Het volgende probleem? We besluiten daarom de lange weg naar Axum te vergeten, nemen afscheid van Siggi en Gerdie, en volgen de route richting Lalibella.
De wasmand in onze badkamer is propvol, ik houd de deur zoveel mogelijk dicht om het niet te hoeven zien. Het is helemaal niet erg dat ik niet weet waar en wanneer ik kan wassen, houd ik mezelf voor. Ik moet het nog een paar keer tegen mezelf zeggen want zou ik graag al die berg willen wassen.
 
Ziekenhuisbezoek
 
We bezoeken een ziekenhuis in Debark. Een aankomend chirurg leidt ons rond. De verloskamer telt twee gynaecologische stoelen. Het ziekenhuis heeft een volledig ingerichte operatiekamer, alleen is er geen enkele dokter die kan opereren. Een keizersnede is dus niet mogelijk. Er is een vacuüm en forceps, maar deze worden liever niet gebuikt, omdat in geval van niet lukken een keizersnede niet mogelijk is.
Een barende in nood moet eerst vijf uur (!) over een hobbelig pad rijden naar Gondar, waar de keizersnede wel mogelijk is.
Er zijn wel medicijnen tegen belangrijke complicaties in de verloskunde (HPP en ecclampsie).
Het ziekenhuis is voornamelijk gevuld met Aidspatienten. Volgens de arts is er ook voldoende medicatie voor HIV geïnfecteerden. Maar de mensen luisteren nog altijd beter naar een lokale genezer dan naar een officiële arts, en medicijnen worden daardoor vaak slecht ingenomen.

klik hier
 
Wij rijden terug naar Gondor, waar we overnachten op het parkeerterrein van de lodge die boven Gondor op een heuveltop ligt. Cathelijn is vandaag jarig, zodat we uiteraard uit eten gaan in dit luxe hotel; voor de kosten hoeven we het niet te laten. De volgende ochtend verloopt iets anders...

klik hier
 
 
Awra Amba
 
Sedert begin 70-er jaren bestaat de gemeenschap van Awra Amba, opgericht door Ato Zumra die in zijn jeugd tot de conclusie kwam dat de weg uit armoede en hongersnood niet moest komen van religie, bidden en offergaven, maar door opvoeding, scholing en hard werken; na vele moeilijkheden door dit radicale standpunt in een zeer religieus georienteerd land bestaat het dorp Awra Amba nu sedert 5 jaar in de huidige vorm; een centrale plaats is ingeruimd voor de schoolbibliotheek. Daarnaast is er een pre-school waar niet alleen de kinderen onder de zeven worden onderwezen, maar ook de volwassenen voor zover dezen nog analfabetisch zijn. Er is een primary school die inmiddels ook leerlingen van andere dorpen aantrekt en de eerste klassen van een secondary school zijn in aanbouw.

klik hier

klik hier
 
Als we na een tocht van enkele kilometers over een pad wat heel vroeger eens een weg heeft geheten, aankomen in het dorp valt meteen op dat voor het eerst in Ethiopië na stoppen van de wagen er niet onmiddellijk een horde schreeuwende en om geld en pennen vragende groep kinderen aan komt stormen; iedereen blijft gewoon zijn gang gaan, desgevraagd komt een vrouw die in verband met zwangerschap is vrijgesteld van zware lichamelijke arbeid naar ons toe voor uitleg en rondleiding.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Wij eten in het gemeenschapshuis uiteraard injera, ditmaal is er alleen de vegetarische variant met een bonensaus, waarna wij ons midden op het dorpsplein terugtrekken in de wagen en gaan slapen. De volgende ochtend bezoeken wij de bibliotheek, de scholen, de dormitoria voor de ouderen, de weverij en spreken we Ato Zumra.

klik hier
 
We blijven aangenaam verrast door de rust in het dorp, de weldoordachte sociale structuur, het ontbreken van schreeuwende en bedelende kinderen (en ook volwassenen!). Met enige tegenzin nemen we afscheid van deze fantastische groep mensen, die ondanks flinke tegenwerking van het bestaande establishment consequent doorgaan op de gekozen weg van scholing, atheïsme, gelijkheid van de seksen, vrije keuze en afzweren van zinloze en kostbare verspilling (bv het gebruik in de rest van Ethiopië om huwelijk en begrafenis boven de draagkracht van de familie te vieren).

klik hier
 
Zodra we een kilometer gereden hebben worden we weer nageroepen: 'give me money'. We zijn dan ook onderweg naar het andere uiterste van Ethiopië: Lalibella, centrum van de toeristenindustrie en de religie in dit land met een groot aantal ondergrondse, in de rotsen uitgehouwen kerken die naast een toeristische attractie ook nog het centrum van godsdienstige beleving in dit land vormen.
 
Armoede, viezigheid en ziekte
 
Via de 'Chinese road' gaan we naar Lalibella, een plaats waar kerken onder de grond liggen. In de gids had ik gelezen dat de kerken lijken 'te ademen'. Zou dat echt zo zijn? We gaan kijken.
Onder leiding van de Chinezen is er een mooie asfaltweg aangelegd, daar rijden we op. We blijken bijna de enige te zijn, tenminste bijna de enige die rijdt. We komen wel talloze mensen te voet, koeien, geiten en schapen tegen, maar nauwelijks auto's of vrachtwagens.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
De laatste 50 kilometers zijn weer ruig over een bergpad.
We arriveren in het donker en we kunnen overnachten in de achtertuin van een 'hotel'. Het hotel bestaat uit wat barakken en een hutje wat je nog niet eens in je achtertuin zou willen hebben staan.
Als we binnen rijden, wat volgens de mensen gemakkelijk kan, blijven we haken achter de hut. Die staat nu scheef. Gelukkig lijken de eigenaren,een oudere man en vrouw, het niet erg te vinden. Ze lijken vooral blij met ons bezoek. We zijn de enige gasten.
Het terrein geeft een trieste aanblik, overal ligt rommel. Het toilet bestaat uit een gat in de grond. Helemaal niet erg als het niet zo verschrikkelijk vies er omheen zou zijn. Als we terug lopen, zien we een rat voorbij rennen.

klik hier

klik hier
 
We overwegen om iets anders te zoeken, maar waar kunnen we heen? Bovendien zijn we bang dat er niet veel meer van de hut overblijft als we er nu, in het donker, uit rijden. 'Misschien trekken we hem dan wel weer recht' zeg ik tegen Chalmer. We riskeren het maar niet. Daar staan we dan!
We gaan op weg om te eten. De vrouw van het hotel houdt ons nog staande; zij kan ook wel iets voor ons koken! Ze kijkt ons hoopvol aan. Maar na het zien van het toilet maakt ze bij mij geen schijn van kans.
We eten een heerlijke injera, in een lokaal restaurantje, waarvan ik overigens ook niet weet hoe het toilet eruitziet. We betalen voor vijf personen incl drank 150 bir, dat is 7,50euro.
We staan midden in de rumoerige stad maar slapen gelukkig prima.'s Morgens gaan we de berg af, op zoek naar de ondergrondse, 'ademende' kerken.

klik hier

klik hier
 
Als we er zijn gaat Chris stil en bleek zitten, ze zegt niets meer. We voelen aan haar: koorts. Ze kan niet meer lopen en Chalmer draagt haar het hele eind de berg weer op, en legt haar in bed.
Met Paul en Anton ga ik nog een kerk binnen. Er speelt een trom en monniken maken geluiden op het ritme. In een hoek is een gebedsgenezing bezig, een man ligt schreeuwend op de grond, terwijl een vrouw zich over hem heen buigt en ook schreeuwt. Voordat ik me echter een beetje kan laten meevoeren in deze vreemde sfeer zegt Paul meerdere keren dat hij 'hoofdpijn krijgt van deze muziek'. Anton kan geen moment stil zitten en is naarstig opzoek naar ander vertier.

klik hier
 
Het geeft niet want ik heb zelf ook geen rust nu Chris ziek is. We gaan op weg naar huis en onderweg nemen we nog een verse fruitdrank van papaya, avocado en guave.
Onze hoteleigenaren staan ons op te wachten, in hun oude kleren, bij hun krakkemikkige hut, tussen hun versleten spullen. Ze hebben nu toch een probleem met hun scheefgetrokken hut en praten overeen vergoeding. Ik luister naar hen en zeg dat we er later op terug komen. Eerst is Chris aan de beurt.
Chris ligt stil in bed, met bijna 40 graden koorts. We zijn twee dagen rijden van een fatsoenlijk ziekenhuis verwijderd, bedenk ik me. Want stel je voor dat het alleen maar erger wordt? Misschien is het malaria, ondanks de profylaxe. Ik dwing mezelf om 'eerstelijns te denken' Eerst gewoon rustig afwachten. De kinderen zijn immers behoorlijk groot, zijn altijd gezond geweest, en bovendien is de dokter bij ons.
Chalmer vertrekt met de jongens naar de andere kerken, hij heeft de telefoon bij zich voor-het-geval-dat.
Wat fijn dat ik niet hoef te werken en de hele dag bij Chris kan zijn. Op mijn werk kan ik met geen mogelijkheid wegblijven, en wat gaf het altijd een rot gevoel om niet zelf voor de kinderen te kunnen zorgen als ze ziek zijn.
De kerken van Lailibella interesseren me al helemaal niets meer, ik wil alleen maar bij Chris zijn.
Het voelt niet goed om met een ziek kind op dit vieze terrein te staan. Ik doe de deur van de vrachtwagen dicht en blijf binnen, sluit me af voor de wereld buiten. Als de vuilniszak vol is, moet ik er toch uit, tegen beter weten in op zoek naar een afvalemmer. In deze landen zie je die namelijk nergens. Als de vrouw me ziet hannesen neemt ze de zak van me over en gooit die op de hoop in de achtertuin, naast onze wagen.
's Avonds komen de jongens en Chalmer opgetogen terug. Ze gaan met een team uit Lalibella voetballen! Ze worden door de jongens door hun wijk geleid en ze zien de krottenwijk. Ze zijn er van onder de indruk.

klik hier

klik hier
 
Natuurlijk krijgt het voetbalteam een blauwe bal van ons. De jongens vinden het heerlijk om weer eens te sporten. Het voetbalteam nodigt ze uit om morgen weer te voetballen.
Chris heeft hoge koorts, maar wil toch af en toe voorgelezen worden. De bouillon vindt ze heerlijk. Dit stelt me gerust.
Aan Chalmer vraag ik tegen beter weten in of de 'kerken ademen'. Speciaal voor mij heeft hij erop gelet. Misschien wordt ermee bedoeld dat de kerken nog in gebruik zijn, legt hij uit.
De volgende dag kijken Chalmer en ik verheugd naar Chris haar buik: vol rode pukkeltjes. Gelukkig, het is gewoon de vijfde ziekte! (een onschuldige kinderziekte, die bij haar misschien wat heftiger verloopt omdat ze al wat ouder is).
 
Koffieceremonie
 
Chalmer, Paul en Anton bouwen met de rijplaten een speciale constructie om de tuin te verlaten en het hutje te sparen. Als ze er succesvol zijn uitgereden, geven we kleding en een bal aan de hotel eigenaren. Ze zijn duidelijk in hun sas en we worden uitgenodigd voor een koffieceremonie. Alhoewel we eigenlijk op tijd weg hadden willen rijden, gaan we in op de uitnodiging. Tezamen met hun twee dochters, die ook op het terrein wonen, drinken we koffie, en zien hun huis-tevens slaapkamer: een klein hokje vol oude spullen. Ze zijn er zelf erg trots op. We maken foto's die we beloven op te sturen. Over de scheve hut wordt niet meer gesproken.

klik hier

klik hier
 
Ik kan het niet nalaten mijn mond te houden en vertel hoe ik mijn verblijf bij hen heb ervaren. Vooral het vieze toilet krijgt ervan langs. De man knikt en bedankt mij voor mijn kritiek. Het is nu zelfs jammer om afscheid te deze mensen te nemen. We worden hartelijk uitgezwaaid.
We rijden een avontuurlijke route terug door de bergen. Soms lijkt het alsof we kruipen, zo langzaam gaat het. Wat ons zorgen baart is dat we geen enkele tegenligger tegen komen. Zou het wel een doorgaande weg zijn, of komen we zo een passage tegen waar we niet langs kunnen? Op de kaart staat deze weg ook al niet, niet erg bemoedigend.

klik hier

klik hier
 
Chris ligt, terwijl we rijden, een deel van de dag in haar bed. Bij een stuk zonder hutjes, landbouw en mensen stoppen we voor de lunch. Binnen vijf minuten staan er toch mensen om ons heen. Ze bekijken ons en onze wagen gedurende de hele lunch. Een gesprek voeren lukt helaas niet. 'Give me money' is het enige Engels wat ze zeggen.

klik hier

klik hier
 
Gelukkig is onze zorg voor niets, en komt de weg uit op de Chinese weg. Na een hele dag rijden zijn we 150 km opgeschoten.
We kamperen aan een meer in Hayk en eten verse vis afkomstig uit het meer. De volgende ochtend zegt Chalmer: 'kom eens kijken, er staan hele lelijke, grote vogels' Even later staan we tussen vogels van meer dan 1meter hoog.

klik hier

klik hier
 
Addis Abeba
 
'Wim's Holland House'. Wil je in het buitenland naar een plek met deze naam? Niet echt hip.
Hip of niet hip, we gaan erheen en voelen ons er vanaf het eerste moment -hoe kan het ook anders- 'thuis'.
Een van Wims honden, Bets, heeft drie schattigepuppies gekregen. De kinderen zijn meteen verkocht.

klik hier

klik hier
 
Zakkenroller
 
Samen met Siggi wil ik de stad in, maar Chalmer is onvindbaar. Na een poos ontdek ik hem onder de vrachtwagen. Ik wil niet weten wat dat te betekenen heeft, en duik het drukke Addis in.
Met Siggi koop ik spullen die alleen in een grote stad verkrijgbaar zijn (een boek, yoghurt, cruesli) We drinken cappuccino, eten gebak, kijken rond. Tussen de moderne gebouwen staan krottenwijken. Er hangen talloze zwervers bedelaars rond, waaronder vele kinderen.
Als we terug lopen begint Siggi ineens te schreeuwen. Het duurt even voordat ik door heb wat er aan de hand is. Siggi heeft een man beet, hij heeft aan mijn rugzak gezeten terwijl hij achter ons liep. Ik neem het over van haar, en houd de man, een zwerver zo te zien, beet bij zijn arm. Zijn verzet stopt als er minimaal 10 Ethiopiërs om ons heen komen staan. De man krijgt er nu van alle kanten van langs. Ondertussen checken Siggi en ik of er iets gestolen is, wat niet het geval blijkt te zijn. Dan laten we de man gaan.
Siggi en ik zijn overdonderd, maar vooral vanwege de hulp van de vele omstanders.
 
Afspraak Oeganda
 
Als we thuis komen is de vrachtwagen verplaatst boven een gat in de grond. Een deel van de cardanas moet vervangen worden en morgen gaan we horen of het onderdeel in Ethiopië te verkrijgen is. Voorlopig staan we stil!
Het zou niet zo erg zijn als we geen afspraak hadden met Hans en Ingrid: Met kerst in Oeganda. We vragen ons af of we dat kunnen halen.
De volgende morgen wacht Chalmer de hele tijd op een telefoontje. Voor de zekerheid begint hij ook te bellen met Nederland, met een bedrijf voor Daf onderdelen en met zijn broer Thibault.
Met de kinderen doe ik school. Paul krijgt Duits van Siggi. (Siggi is Duitse) In de pauzes zijn de kinderen in het hondenhok te vinden, bij de drie puppy's, of ze sjouwen er mee rond. Ze vermaken zich uitstekend.
 
Dankbaar
 
De hele dag zie ik een van de vrouwen druk met maar een ding: onze was. Ze doet alles met de hand (we zijn tijdens onze hele reis nog niet een wasmachine tegen gekomen). 's avonds zien we dat het hele terrein vol hangt met onze kledingstukken. Het ruikt heerlijk en het is allemaal prachtig schoon. Als ik de vrouw iets extra's geef voor al het werk is ze oprecht dankbaar. Het is (in Ethiopië) de eerste keer dat iemand positief reageert nadat we iets gegeven hebben. (de ander keren werd er alleen maar om meer gevraagd)
 
Afwachten
 
In de middag wordt duidelijk dat het onderdeel voor de vrachtwagen uit Nederland moet komen. Chalmer belt veel met Thibault. We vragen ons af of het onderdeel te krijgen is en hoe lang het zal gaan duren. Siggi en Gerdie hebben in Caïro drie weken lang gewacht op hun onderdeel voor de motor. Hoe lang zal het voor ons gaan duren?
Iedere ochtend vertrekt Chalmer met z'n stethoscoop naar de 'ziekenboeg'. Gerdie is ziek geworden, en Josh (de fietsende Zuid-Afrikaan) ook. Siggi en een andere Duitser, met de naam Ingo, spelen voor verplegend personeel. Siggi maakt zich zorgen, Gerdie is zo ziek.
Josh is met tussenpozen steeds ziek. Op aanraden van Chalmer laat hij zich testen op Malaria. Uiteindelijk worden er in het ziekenhuis meerdere bloedtesten afgenomen en wordt hij gezien door een dokter. Geen Malaria, maar hij krijgt een breedspectrumantibioticum voor een luchtweginfectie. Josh moet voor het consult en de bloedtesten 5 euro afrekenen. Chalmer kan het niet laten en verandert de antibioticumkuur in iets gangbaarders en zinvollers.
 
Zwerver
 
Met de kinderen doe ik nu iedere dag school, tussendoor zitten ze bij de puppy's. Chalmer probeert ondertussen met zijn broer Thibault dingen te regelen voor het vrachtwagenonderdeel. We bezoeken ook nog een museum en gaan allemaal naar de kapper.
Als we op weg gaan naar de fruitbar, tegenover het busstation, zien we een zwerver liggen. Hij ligt helemaal stil. 'zou hij dood zijn?' vraagt Chris zich af. Wij leggen haar uit dat dat ,in zo'n stad, weleens zou kunnen ook.
Op de terugweg heeft de zwerver zijn benen opgetrokken. Hij is dus nog niet dood, Anton en Chris zijn zichtbaar opgelucht,. Chris vraagt ons nu 'of dit zijn laatste dagen zijn' en 'waarom hij maar een sok aan heeft'.

klik hier

klik hier
 
Met Ingo en Siggi bespreken we alvast de weg van Addis Abeba naar Kenia. Er is namelijk geen weg, althans geen goede weg.
Terwijl de anderen over de landkaarten en laptops gebogen staan, observeer ik het gebeuren in 'Wims Holland House'. 's Avonds stroomt het vol Nederlandse mannen, we horen ze Amsterdams, Rotterdams of plat Noord Hollands spreken. Samen met Wim leggen ze een kaartje, eten bitterballen of erwtensoep en drinken bier. De meesten zijn al langer gesetteld in Ethiopie. Het leven is hier voordelig.
De volgende dag is Thibault is naar Bennenkom gereden, heeft het deel van de cardanas (wat zou bestaan uit een mannelijk en een vrouwelijk gedeelte?) gezocht en zal het met de snelste zending opsturen naar Addis Abeba. Chalmer weet nu zeker dat het goede onderdeel komt, ik zie opluchting bij hem.
Alleen het 'loskrijgen bij de douane' kan nog een struikelblok worden, waarschuwt hij.
Als we weer op weg gaan voor ons fruitdrankje, ligt de zwerver met de ene sok op dezelfde plek. Ook ik begin me dingen af te vragen. Waar zou hij van leven? Zou hij ziek zijn, lichamelijk en/ of geestelijk? En waar is hij 's avonds en 's nachts, als de zon hem niet verwarmt?
Ik neem me voor om 's avonds nog eens bij hem te gaan kijken.
 
Studenten
 
Op het terrein van Wims Holland House wonen, naast het hondenhok, ook een groep studenten. Met z'n 18-en (!) zitten ze op een kamer. Overal staan stapelbedden. Er zijn ook twee vrouwelijke studentes, zij slapen in de keuken. We praten regelmatig met hen en maken foto's voor hen:

klik hier
 
studenten, met 18-en in een kamer
Als we langs het hondenhok lopen zien we dat de puppy's zijn toegedekt met een dekentje. Als we nog eens goed kijken, zien we dat het dekentje onze (net gewassen) theedoek is. Anton en Chris staan er trots naast en moederhond Bets kijkt ook heel tevreden.
 
Bedelaar
 
Op aanraden van de studenten halen we aan de andere kant van het spoor ons verse brood, in een krottenwijk. Omdat ik daar nog niet eerder geweest ben, wijzen Paul en Anton mij de weg. We moeten een brug oversteken met, zoals overal in Addis, bedelaars. Een blinde bedelaar geven we geld. Het lijkt alsof we hem daarmee hebben aangezet want hij start luidkeels een lied, wat nog prachtig klinkt ook. Verrast stappen wij vrolijk verder de over de brug. Nooit gedacht nog eens wat terug te krijgen van een bedelaar!
 
Konvooi
 
Als Gerdie beter is, besluiten we met z'n vieren om de tafel te zitten. Welke weg naar Kenia is het minst slecht? Waar zien we geen roverbendes uit Somalië? Hoe komen we aan voldoende brandstof voor onderweg? We speuren het internet af naar informatie.
Een paar dingen staan vast: het is veiliger om in konvooi te reizen, en wij zullen veel bagage en brandstof van de motorrijders moeten vervoeren.
Josh durft dit stuk niet te fietsen. We bieden hem een plaats aan in de vrachtwagen. Ingo wil zich ook graag aansluiten bij het konvooi, evenals twee Sloveense motorrijders, die we niet goed kennen. Eigenlijk vinden Chalmer en ik de groep nu te groot. Maar waar trek je de grens?
Eerst maar eens zorgen dat de vrachtwagen in orde komt en dat we Uberhaupt kunnen vertrekken.
Ingrid en Hans mail ik dat we waarschijnlijk later in Oeganda zullen aankomen. Hoeveel te laat weten we niet.
's Avonds ga ik nog een kijkje nemen bij de 'een sok zwerver'. Hij zit nu aan de kant van de weg, te niksen. Zou er iemand zijn die zich om hem bekommerd? Hoe zou hij zich voelen? Naast hem zit een vrouw met een tweeling van nog geen jaar. Die hebben we daar ook vaker zien zitten.
 
Ziek
 
Die nacht krijg ik buikpijn en voel me misselijk. In de loop van de ochtend wordt het erger en erger, zelfs een slokje water kan mijn maag niet verdragen.
Chalmer moet samen met Wim het pakket voor de vrachtwagen ophalen bij de douane. Hij vraagt aan Siggi om voor mij te zorgen.
Ik kan niets hebben, ook de kinderen maken teveel lawaai. Gelukkig zitten ze vooral in het hondenhok en neemt Josh ze twee keer mee naar de fruitbar.
Als ik buiten naar het toilet loop, kan ik het bijna niet volhouden om rechtop te blijven staan.. Ik heb zin om ter plekke op de grond te gaan liggen en voor het eerst meen ik iets te snappen van de 'een-sok-zwerver'. Gelukkig helpen de studenten me. Ze spoelen het toilet door (dat gaat hier met een emmer water) en helpen me terug naar de vrachtwagen. Zo lief.
Chalmer komt thuis met het pakket onder zijn arm. De douane gaf het hem, na het betalen van een flinke som invoerbelasting, mee. Samen met Gerdie monteert hij het onder de wagen, volgens de laatste aanwijzingen van Thibault. Paul en Anton helpen zoals gewoonlijk mee.
Nu is de vrachtwagen beter, maar ik niet, en kunnen we nog niet op weg naar Kenia/Oeganda. Hoe zit dat met onze tijd, zullen we nog op tijd in Oeganda aankomen?
Voortdurend hoor ik Ethiopische jengelmuziek op de achtergrond. Ik kan het bijna niet verdragen. Honden blaffen, de kinderen zijn gewoon kinderen, lief en lawaaierig en als Chalmer in olie een ei bakt houd ik het niet meer vol in de vrachtwagen.
Van Wim en zijn vrouw mag ik in hun badkamer in bad. De volgende ochtend mag het weer. Het zijn de minst slechte momenten van de dag. Ik vind het zo gastvrij, ik ben hen er zo dankbaar voor, deze mensen kunnen voor mij niet meer stuk!
Ik krijg bepaalde symptomen waardoor Chalmer er vanuit moet gaan dat ik dysenterie heb. De antibiotica wordt uit de kast gehaald.
Ondertussen bereidt Chalmer de reis naar Kenia voor. We slaan de eerste lading voedsel in voor 11 personen voor zeven dagen. Ik vraag me af of de wagen niet te zwaar wordt met de extra brandstof, en bagagekoffers van alle motorrijders. Chalmer denkt dat het wel meevalt. De kinderen werken aan hun schoolwerk. Het gaat goed, ze werken hard.
De zwerver met de ene sok ligt er nog steeds, melden ze als ze in de pauze bij de fruitbar zijn geweest.
Voor we Addis Abeba verlaten tellen we voor de zekerheid de puppy's in het hondenhok, het zijn er drie. Nadat de kinderen er afscheid van hebben genomen start Chalmer de wagen en rijden we probleemloos weg! Ik nestel me in het bed van Chris om nog verder uit te zieken, en luister naar de kinderen, die de grootste lol hebben om het Zuid-Afrikaans van Josh.
top