Ethiopië deel drie
 
Omo Valley-Kenia
 
De eerste nacht slapen we aan het meer van Zinay, tussen de pelikanen en talloze andere vogels.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
De volgende dag gaan we naar Aawassa, daar ontmoeten we de rest van het konvooi bestaande uit de vijf motorrijders: onze Duitse vrienden Siggi en Gerdie, het koppel uit Slovenië, dat we niet goed kennen en Ingo, een relaxte, altijd vrolijke motorrijder.
Verder nog Josh, de fietsende Zuid Afrikaan, in onze vrachtwagen, omdat hij herstelt van een ziekte en omdat hij in het relatief onveilige noorden van Kenia niet wil fietsen. Een groep dus van 11 mensen. In Addis Abeba hebben we het plan bedacht om samen door dit afgelegen gebied te reizen, in verband met de veiligheid.

klik hier
 
Nijlpaarden
 
Omdat de kinderen graag nijlpaarden willen zien lopen we naar het meer van Awassa. Onderweg zien we talloze apen en vogels.
Bij het meer zijn er enkele vissers aan het werk. Zouden we de aan de vissers vragen of ze ons de nijlpaarden willen laten zien? De vissers wijzen naar een oud en krakkemikkig bootje, er kunnen maximaal drie mensen mee. De motorrijders haken af bij het zien van het bootje. Ook wij besluiten het toch maar niet te doen, het zal vast niet zo veilig zijn. Dan toch maar een keer een toeristenboot nemen? Niet echt iets om naar uit te kijken.
De kinderen reageren echt teleurgesteld, ze willen zo graag nijlpaarden zien. We aarzelen, toch maar wel gaan? Chalmer draait zich om en klimt samen met Paul, Anton en Chris in het bootje.
Het bootje wil met deze lading maar nauwelijks los komen van de kant. De visser stapt uit en duwt het bootje totdat hij weer kan roeien. Paul helpt met hozen.
'Ik zie geen nijlpaarden maar wel hele grote grijze keien' zegt Anton als hij alvast door de verrekijker kijkt. Als ze tot 10 meter naderen blijken 'de keien' te bewegen, en groter te zijn dan een auto.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Als ze weer 'thuis' zijn stormen Paul, Anton en Chris dolenthousiast op de groep af: de nijlpaarden zijn zo groot, ze hadden jonkies, en ze kwamen zo dichtbij!
 
Slechte wegen
 
We reizen verder naar Arba Minch. De weg wordt slechter en slechter. Het asfalt is onbetrouwbaar, het zit vol gaten of heeft scherpe randen. Vele stukken zijn niet geasfalteerd, we rijden over gravel of over paden met rotsen.
We komen een andere reizigers tegen, komend vanuit Kenia. 'Vanaf hier wordt het slechter' zeggen ze. Nog slechter? Op de kaart wijzen ze de wegen aan die we vooral niet moeten nemen; te slecht. De wegen die we volgens hen wel kunnen nemen staan niet op onze (gedetailleerde) kaart. Met een pen teken ik die er maar bij.
 
Eten
 
In Arba Minch doen we inkopen. Voor 11 mensen moet er voor 10 dagen eten worden ingeslagen. Iedereen helpt, de Slovenen echter zijn, laten we het vriendelijk zeggen, 'afwachtend' op momenten dat er iets gedaan moet worden.
Enigszins onthutst neem ik de inkopen van Siggi aan: alleen maar spaghetti met tomatenpuree en blikken tonijn, voor lunch en avondeten, meer is er niet! En voor het ontbijt staat er 10 dagen havermoutpap op het menu. Ik krijg echt zin in deze tocht!
 
In Konso, de volgende stop, bezoeken we samen met Josh de markt. We slaan in wat er te krijgen is: tomaten, uien en knoflook, aardappel.

klik hier

klik hier
 
In een plaatselijk eettent nemen we het er nog maar eens van en we bestellen een injera.
Chalmer neemt samen met Anton en Chris een kijkje in de keuken, ondertussen openen Paul en ik de injera. Een groot stuk rauw vlees kijkt ons aan. Wat nu? Snel maken we de injera weer dicht zodat Chalmer, Anton en Chris kunnen genieten van dezelfde 'verassing'.
 
's avonds worden de koffers en de extra benzine van de motorrijders op onze vrachtwagen vastgebonden. We nemen voor de zekerheid ook extra water in: In Kenia rond het Turkanameer zal het 40 graden worden. Het is niet zeker of daar goed water te krijgen is, de streek is dunbevolkt en wordt nauwelijks bezocht door toeristen. We zijn loodzwaar en zo voelt het ook.

klik hier

klik hier
 
De volgende dag gaan we op weg naar Turmi. De motorrijders gaan voor ons uit. De wegen vragen de tijd, het landschap is geweldig, we zien veel dieren waaronder dikdiks en apen. Het gebied is uitgestrekt, voor het eerst zien we een dunbevolkt Etiopie. Alleen de mensen van de stammen wonen hier.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Motorongeluk
 
Opeens zien we een geit op de weg liggen. Ingo staat ernaast. 'Zou Ingo het avondeten geregeld hebben?', vraagt Chalmer.
Als we uitstappen zie ik de aangereden geit voor het laatst ademhalen. Gelukkig is Ingo er minder erg aan toe, hij heeft alleen wat schrammen. Zijn motor, die drie keer over de kop is geslagen, is wel beschadigd: Verbogen voorwielophanging en valbeugels, voorrem kapot verbogen voetpedalen en verwoest voorscherm. Het is duidelijk: Ingo zal niet meer verder kunnen en moet terug.
In dit gebied wil geen enkele vrachtwagen komen om hem en de motor op te halen. Gelukkig kan de motor toch nog langzaam rijden, en nadat Ingo een vergoeding voor de geit heeft betaald, rijdt hij terug naar Konso, richting bewoonde wereld.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Mango's
 
In Turmi kamperen we onder mangobomen. Een van de plaatselijke vrouwen ziet wat Anton wil, en haalt voor hem wel 20 mango's naar beneden. De kinderen schillen ze voor iedereen, en zelf eten ze er minstens drie pp op.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Irritatie
 
's Avonds bakken Siggi en ik pannekoeken, van meel, eieren en poedermelk (wat we altijd bij ons hebben). Bij voorbaat heb ik geen zin in spaghetti met tomatensaus. Chalmer vervangt een vrachtwagenband. Iedereen helpt mee. De Sloveense echter neemt een douche, gaat zitten en vraagt aan Paul om bier uit onze vrachtwagen te halen. Ik voel me geïrriteerd raken.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Van Turmi gaan we op weg naar Omorate. Onderweg maak ik koffie. Onder uit de kast tover ik nog een ontbijtkoek uit Nederland . Als we weer rijden besef ik dat iedereen koffie en koek heeft gehad, maar dat ik mezelf ben vergeten. Ik ben echt druk, met die hele groep van eten en drinken te voorzien.
Voor de lunch maak ik samen met Siggi een salade van pasta, tomaat en tonijn. De Slovenen wachten totdat ze het opgediend krijgen en we hun bord ook weer ophalen, zoals gewoonlijk. Ik heb ook niets met ze, en wil eigenlijk helemaal niet met ze samen reizen. Ook Chalmer en de kinderen is het opgevallen dat iedereen helpt behalve.. Oké, als het me irriteert, dan moet ik er wat aan doen.
'Can you please bring the plates to the kitchen?' vraag ik bij de volgende gelegenheid. Zo. Dat is eruit. Na vijf minuten staat ze op en brengt alleen haar bord weg en neemt weer plaats, in mijn stoel.
Hoeveel dagen, maaltijden, momenten moet dit nog gaan duren?

klik hier

klik hier
 
In Omorate, een stoffig dorpje, laten we ons paspoort stempelen en volgen we een route die die we via google-earth hebben uitgewerkt: De track staat op geen enkele kaart, waarschijnlijk omdat hij na elk regenseizoen weer anders is.
Via een klein smal pad, waar we regelmatig vanaf moeten wijken omdat er een struik of boom in de weg staat, passeren we kleine dorpjes en tenslotte de 'green border'. We zijn in Kenia.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Einde Ethiopië
 
Etiopië!. 'You love it or you hate it' en 'Geef het de tijd' (het beste advies wat we hebben gekregen)
Wat hebben we ons verbaasd over de mensen, geërgerd aan de onrust. Wat een afstand heb ik gevoeld tot dit volk, maar gek genoeg ook nabijheid. Wat lopen ze eindeloos, moeten ze hard werken, vooral de vrouwen. Wat een arm land, overbevolkt, onderontwikkeld, vies. We bleven ons verbazen. Genoten van de injera, het klimaat, de bergen, en toch ook de mensen. Het is met ons aan de haal gegaan. We love it!
 
Ileret
 
We vervolgen de route. De tracks liggen bezaaid met puntige rotsen, al schuddend klotsen we ons een weg door het noorden van Kenia. We rijden niet harder dan 10-20 km per uur, het lijkt alsof we kruipen. Aan Oeganda denk ik nu niet meer, ik zal al blij zijn als we door dit gebied komen.
Dan zien we het prachtige meer Turkana liggen. We komen bij het eerste Keniaanse dorp aan, Ileret. We kamperen bij de kerk van Pater Fabian, een Duitser die hier al 10 jaar woont.
Dit dorp, met alleen maar inheemse mensen en producten, waar alles anders is, ver weg van Nairobi. Pater Fabian zegt juist dat Nairobi ver weg is, en niet andersom. Dit dorp is voor hem het middelpunt van bestaan, zijn thuis.

klik hier
 
Dessie
 
Het is heet, 40 graden. 's Morgens staan er weer talloze kinderen en jongeren naar ons te kijken. 'Is er hier brood te koop?' vragen we een van hen. Nee, er is alleen 'dessie'. We weten niet wat dessie is, maar de jongen gaat het halen.
 
De Sloveense wil liever niet langs het Turkana meer rijden, en ook Pater Fabian neemt altijd de andere route. We laten ons ompraten, en rijden via North Horr naar Loyangalani. Of dit nu zo slim is?
We eten de dessie, wat een soort oliebol is, met jam (die ik nog had). De Slovenen scheppen de halve pot op hun dessie, Chalmer kan het niet aanzien.
We krijgen nog twee Keniaanse lifters mee. 'Kunnen jullie voor jezelf zorgen onderweg?' Controleren we nog. Ja natuurlijk, dat kunnen ze.
Al bij de eerste lunch merken we dat ze niets mee hebben genomen, zelfs geen water. We geven ze twee dagen eten en drinken.
 
De routes zijn meer verlaten dan in de woestijnen in Libië, de hitte is hetzelfde. In twee dagen komen we niemand tegen. De wegen bestaan uit zwarte vulkaanstenen, het landschap uit droge struikjes, eindeloos. Hele dagen rijden we over 150 km. (Meer hierover in het verslag over Kenia)
De kinderen klagen geen moment, terwijl we al dagen achter elkaar in de auto zitten. Ik denk dat ze, net als wij, snel het gebied willen verlaten. 'Ik voel me onveilig' zeg ik tegen Chalmer. Het is hier zo warm, zo afgelegen. Hij heeft hetzelfde.
Tegelijkertijd genieten we ook van deze tocht, van het desolate landschap, de natuur, de uitdaging.
We moeten vaker stoppen omdat de motorrijders niet meer kunnen. Te moe, door de hitte en het rijden. De Slovenen gedragen zich inmiddels iets socialer, hebben ze de signalen van de groep opgevangen?

klik hier
 
Drie dagen later, in Loyangalani, laden we de bagage van de motorrijders van en uit de wagen. We voelen ons een stuk lichter. We nemen afscheid van de groep en de lifters, die ons erg dankbaar zijn. Toch vragen de lifters, na twee dagen gratis meerijden, eten en drinken nog geld aan ons 'om een feestje te vieren met hun vrienden'. We horen hen verbaasd aan.
top