Kenia
 

klik hier
 
Na een mooie tocht door de Omo vallei en uitchecken uit het land in Omorate, 35 km van de grensovergang waarbij we de grens passeren aan de oostzijde van lake Turkana bereiken we Kenia; de gedachte dat de infrastructur daar wat beter zou zijn wordt snel gelogenstraft; nadat we de goede maar stenige gravelroad in Ethiopië hebben verlaten voor een hier en daar volstrekt onduidelijke track naar de grens is de track in Kenia in eerste instantie helemaal niet meer terug te vinden, maar na ons richten op de waypoints die ingevoerd zijn in ons GPS apparaat via google Earth enkele dagen tevoren toen we nog een goede internet verbinding hadden en de tracks langs lake Turkana op de satellietbeelden konden zien, kwamen we weer op de juiste route.

klik hier
 
Even later treffen we de motorrijders met wie we afgesproken hebben om langs lake Turkana te rijden, en voor wie we zo'n 100 liter benzine bij ons hebben, naast de zware bagage die ze niet mee wilden zeulen door het losse zand van de track. Zij hebben net tevoren een Duitse pater gesproken die ons uitgelegd heeft waar de politiepost is waar we ons in verband met onze binnenkomst in Kenia bij een grensovergang zonder douane moeten melden. De officier van dienst, Charles Ninju is uitermate vriendelijk en heet ons hartelijk welkom in Kenia, noteert onze namen en informeert waar we het land weer willen verlaten om de benodigde douaneformaliteiten te regelen; eigenlijk blijken we naar Nairobi te moeten om het daar te regelen, maar daar willen wij niet heen; volgens hem geen probleem, hij zal de betreffende grensovergang naar Oeganda informeren over onze komst daar. We overnachten op het terrein van de kerk van bovengenoemde pater Fabian, en worden nog steeds omringd door een horde mensen, in meerderheid kinderen. Ook hier gewapende guards, die ons verzekeren dat ze de hele nacht de wacht zullen houden. Er is nog niet veel veranderd, maar eigenlijk bevinden we ons ook nog steeds tussen dezelfde stammen.
 
De volgende ochtend nog eens met de pater gesproken over de route die we het beste kunnen nemen naar Loyangalani aan de zuidoostelijke oever van het meer. Zijn advies was een forse omweg over North Horr, weliswaar een beetje stenig, maar absoluut de snelste weg naar de zuidkant van het meer. We vermeden dan ook het tussengelegen natuurpark, wat wel duur was maar waar volgens ook andere reizigers niet erg veel te zien zou zijn. Over de tocht kan ik lang en kort zijn: verschrikkelijk!

klik hier

klik hier

klik hier
 
Een beetje rotsig betekende scherpe lavastenen die de banden in no time opaten, enorme richels bergop en bergaf, paden waar we de grootste rotsblokken opzij moesten zien te krijgen om over de rest heen te kunnen rijden, wederom afgebroken olietank, waarvoor gelukkig een goed uitgeruste missiepost gevonden werd op kerstavond om deze weer vast te kunnen lassen (de workshop was al gesloten, maar we mochten zelf de lasapparatuur gebruiken, de generator werd voor ons gestart), waarna wederom een verschrikkelijk pad volgde naar Loyangalani.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Op kerstavond komen we daar aan, doodmoe, nog net voldoende energie om te genieten van de mensen die we daar zien: overal vandaan komen prachtig uitgedoste mensen naar deze stad toe om daar de mis in een van de vele kerken te vieren.

klik hier

klik hier

klik hier
 
We vinden een redelijke camping, zelfs een zwembad waar de kinderen natuurlijk meteen inliggen en we laten ons verleiden om vis te bestellen bij een handige jongen die ons verzekert dat hij echt goede geroosterde vis kan leveren. Ons kerstmaal is dus een kurkdroog uitgebakken/geroosterd visje waar we met de nodige moeite wat eetbaars van afplukken. Omdat Anton ziek wordt (heftige buikpijn, nog voordat hij vis kon eten) gaat Cathelijn alleen naar de kerk; we hebben namelijk uit de eerste missiepost twee lifters meegenomen (naast de zuidafrikaanse lifter die al in de wagen zat) die als koorknapen op zouden treden in de grootste kerk in Loyangalani; deze jongens zouden ons komen halen en introduceren, maar mogelijk was de afspraak te vaag, ze kwamen in ieder geval die avond niet meer opdagen, maar ze hadden wel al aangegeven waar we de betreffende kerk konden vinden. Cathelijn is samen met Paul weer snel terug want het is erg donker, en iedereen is moe en hongerig. Cathelijn gaat met honger naar bed! De volgende morgen, kerstmis, werd de viering nog eens overgedaan, zodat Cathelijn er alsnog naar toe gaat. Als we informeren over de weg langs het meer wordt ons verteld dat deze ons 6-7 uur zou hebben gekost, in plaats van de twee dagen die we er nu over hebben gedaan! We hebben onderweg echter wel heel wat wild gezien, zodat we de keuze toch niet helemaal negatief beoordelen. Wel begin ik me wat zorgen te maken over de banden; deze hebben namelijk wel erg veel geleden, maar voorlopig kan het nog wel. De tijd begint voor ons een beetje te dringen, we hebben uiteindelijk een afspraak in Oeganda met de kerst! We willen graag verder rijden, maar ook nu weer zijn er tegenstrijdige berichten over de weg. De rechtstreekse route via Maralal zou goed te doen zijn maar we hadden van anderen gehoord dat hij heel slecht was; het alternatief is een enorme omweg naar het oosten naar de zg Trans East African Highway, een ronkende naam voor -volgens sommigen- de ergste wasbordweg die er is, waar we dan ook nog eens naar toe moesten rijden via een matig tot slechte weg van pak 'm beet 200 km. Dan toch maar de rechtstreekse weg; kortom verschrikkelijk, maar wel een prachtige tocht, veel gezien, olifanten, giraffen, zebra's, veel kleurrijke mensen, aparte dorpjes, waar soms ook in de dorpjes nauwelijks te rijden was door de erosie van de weg, en opnieuw bandenetende wegen.
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
De toestand van de banden is in Maralal dan ook zodanig verslechterd dat we besluiten om af te zien van ons oorspronkelijke plan om zo veel mogelijk binnendoor en rechtstreeks naar Oeganda te rijden, maar zo snel mogelijk asfalt op te zoeken en te proberen om toch op deze banden Oeganda te halen.

klik hier

klik hier

klik hier
 
In Kisima, net bij het uitrijden van het dorp hoor ik echter een sissend geluid en inderdaad blijkt in de linker achterband aan de zijkant een grote scheur te zitten, waar de band lek blijkt te zijn. Uiteraard gaat het vervangen van de band onder zeer ruime belangstelling van het dorp, waarbij de mensen niet op afstand te houden zijn; alle belangrijke spullen worden dan ook steeds of opgeborgen of op slot gezet, hetgeen natuurlijk vertragend werkt. Als we de nieuwe band vast willen zetten, blijkt er een moer weg; eerst denk je dat die weggerold is of per ongeluk weggeschopt door een van de vele kinderen die ons voortdurend voor de voeten liepen, maar geleidelijk wordt de conclusie onvermijdelijk: de moer is gestolen. Na veel vijven en zessen en tussenkomst van een onderwijzer en uiteindelijk de politie, wordt de dief ontmaskerd door een van de andere kinderenen; na opvoeren van de druk wordt de moer ook weer teruggegeven. Inmiddels hebben we de aangever en de dader alweer vanalles beloofd, zodat die moer na de giften in natura (broeken) en geld (voor de onderwijzer en de twee politiagenten die daar allen expliciet om vroegen) erg kostbaar is geworden. Het blijkt erg gebruikelijk om van zware moeren een knuppel te maken, zodat dat dus de verklaring is voor de populariteit van onze wielmoeren. Misschien is het ook wel voorstelbaar: wat is nou een moer als zo'n wiel wel met 10 moeren vast zit! Nadat alles weer op z'n plaats zit rijden we verder; we bereiken uiteindelijk in het donker Nyahururu, waarbij de laatste 30 km echter voorbeeldig asfalt is, reden waarom we toch maar doorgereden zijn omdat we bij deze plaats een mooie campsite bij de Thomson's falls lodge wisten. Daar hebben we onze kerstontberingen helemaal goed kunnen maken; erg goed gegeten, op een prachtige plek gestaan, een fantastisch ontbijt gehad: als je zo 10 dagen in de wildernis hebt gestaan en zelfs met honger op kerstavond naar bed bent gegaan kun je een rijk gevuld ontbijtbuffet waarderen als nooit tevoren. De kinderen bleven maar teruggaan voor nog meer porties van al het lekkers.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Na ook nog eens koffie gedronken te hebben zijn we vertrokken richting Oeganda; we namen afscheid van Josh, onze Zuidafrikaanse passagier, die weer zover opgeknapt was dat hij weer verder ging fietsen richting Kaapstad. We dachten nog een redelijk eind richting grens te kunnen rijden maar het vergeten van de kaart en een probleem met de remmen hielden ons zodanig op dat we niet veel verder kwamen dan Nakuru; dan van de nood maar een deugd gemaakt: Nakuru is een grote plaats, dus misschien zijn hier wel banden te koop? Derde kerstdag was de enige vrachtwagenbandenzaak echter dicht, maar deze zou de volgende dag wel open zijn; na wat rondzwerven en een poging om voor weinig of niets een park daar in de buurt binnen te komen voor een campsite (mislukt, we moesten toch de hoofdprijs betalen, zodat we daar maar van afgezien hebben) hebben we gecampeerd op het terrein van een retraitecentrum, waar we nog een maaltijd konden regelen.

klik hier
 
De volgende ochtend naar het bandencentrum, dat onze maat helaas niet op voorraad had, maar waarschijnlijk wel in een van de filialen verderop langs onze route naar Oeganda; het was echter niet geheel duidelijk welke route we dan moesten nemen, telefonisch contact met de filialen mislukte, en na een uur wachten besloten we maar verder te gaan, onderweg zouden we een telefoontje krijgen welke stad we aan moesten doen. Zowaar telefoon onderweg: de banden waren alleen in Nairobi beschikbaar. Dan maar in een ruk doorrijden naar de grensovergang met Oeganda; voor de zekerheid kiezen we dan toch maar voor de grensovergang die ik in noord Kenia opgegeven heb als plaats waar we het land gaan verlaten, maar ik had me daar niet druk over hoeven maken, want de vriendelijke Charles M Ninju had toch nog niet contact gehad met het betreffende douanekantoor, of de douanebeambte wist van niets, in ieder geval werd ons verteld dat er dus een groot probleem was met ons illegaal verblijf in Kenia. Na veel overleg werd uiteindelijk besloten om ons toch maar een uitreisstempel te geven, waarbij nog wel even moeilijk werd gedaan over het feit of wij nu 6 of 7 dagen in Kenia waren geweest; 6 dagen betekent geen roadtax, 7 dagen wel roadtax betalen. Ik was allang blij met het uitreispermit zodat ik maar accooord ging met een 7-daags verblijf. In de toekomst hebben we nog een dag Kenia tegoed.
 
En weer reden we tijdens schemering zonder een goede kampeerplek. We hebben nog even gespeeld met de gedachte om op het douaneterrein te blijven staan maar dat was in Malaba wel erg rommelig en ongeorganiseerd. Bij de afslag van Tororo 10 km verdervonden we het Rock Classic hotel waar we in de tuin mochten kamperen; de kinderen mochten gratis gebruik maken van het zwembad wat ze dan ook zodanig overmatig deden dat het hen zelfs opviel dat anderen het water verlieten als zij erin kwamen, terwijl het toch echt een 25 meterbad was. Van de sauna, stoombad en andere faciliteiten hebben we geen gebruik gemaakt, wel was de douche heerlijk.

klik hier
top