Oeganda deel twee
 
Lake Nkuruba
 
We ontdekken de 'community-based campings' in Oeganda: campings gerund door mensen van het dorp, die zelf profiteren van de winst. We kunnen er ook eten krijgen, een mix van Oegandees en Westers eten, als je tenminste de tijd hebt, want het gaat op z'n Afrikaans; op je bestelling moet je soms heel lang wachten.
Als Hans en Ingrid arriveren roepen ze gelijk: 'Hier zou je wel een heleboel dagen kunnen blijven!' en dat doen we dan ook. De camping ligt aan een kratermeer, zonder krokodillen, nijlpaarden of Bilharzia, dus veilig om te zwemmen.
Helaas zijn voor Ingrid, Hans, Bram en Maarten alweer de laatste dagen aangebroken. Samen met Paul gaan ze naar Kibale Forest National Park.

klik hier

klik hier

klik hier
 
KIBALE NATIONAL PARK
 
(door Paul)
 
De familie Schut en ik gaan op de laatste dag voor hun vertrek naar het Kibale national park. Na een lange rit komen we uiteindelijk bij de plaats aan waar we moeten zijn. Daar horen we als we een chimpansee tocht gaan doen in een echt regenwoud dat dat meer dan 200 dollar is. We besluiten het niet te doen en een 'nature walk' te doen. Vlak voor dat we gaan begint de lucht te rommelen en we horen dat de kans op regen 50% is. We gaan toch, en we krijgen een gids mee. We zien prachtige bomen die meer dant 100 meter hoog zijn en meer dan 300 jaar oud. Na enige tijd zegt hij dat we toch de 'chimp walk' doen. Ingrid vraagt of we dan toch niet de prijs voor de 'chimp walk' wandelen; nee dat is niet zo maar we moeten ons mond houden tegen de rest anders zou hij zijn baan verliezen. Na enige tijd vraagt de gids om stil te zijn omdat hij chimpansees hoort, en we ze anders zouden verjagen. We rennen naar de plek waar we ze horen als Bram ineens een olifant de bosjes in ziet springen. Iedereen is verbaast want we wisten niet dat er olifanten in jungles leefden; veel tijd hebben we niet om te bedenken wat we doen want drie tellen later springt er een olifant uit de bosjes die ons aanvalt...
 
De gids roept naar iedereen 'run!!! run!!! run!!!'
 
Wij rennen als gekken naar het wat dichter begroeid gebied. Wij zijn van ons allen nog nooit zo hard over de bosjes en boomstammen heen gerend. Later als we weer allemaal terug zijn bij elkaar en de olifant is gestopt met aanvallen zegt de gids dat het op het nippertje was tussen leven en dood, letterlijk!!! Daarna zegt hij 'this is the second time that an elephant was chasing me, but elephants are very funny animals because they hide themselves'!!! erg bemoedigend nadat zo'n levensgevaarlijk beest je heeft aangevallen, dat ze zich zelf ook nog eens kunnen verstoppen om dan plotseling te voorschijn te komen...
De reden dat die olifant ons aanviel was dat wij onbedoeld op hen af kwamen rennen om die chimpansees te zien, daarom zagen ze ons als een bedreiging en viel er een ons aan. Bram, Maarten en ik zijn zo van slag dat we bij elk krakend takje weg willen rennen en ons achter een boom willen verstoppen. Op een gegeven moment zegt de gids vrolijk: kijk dit zijn verse olifanten sporen die voor ons uit lopen! De gids gaat nu steeds vooruit om te kijken of er geen olifant om de hoek staat.
Als de gids zegt dat hij even gaat kijken in een pad wat door olifanten word gebruikt en waar verse sporen in staan horen we luid gekraak en geritsel aan de andere kant van het pad. De gids komt naar ons toegerend en roept CHIMPS!!! we gaan kijken en zien inderdaad chimpansees, maar Bram ik en Maarten kunnen er niet van genieten omdat elk krakend takje op een olifant lijkt!!!

klik hier

klik hier
 
Door de intercom van de gids wordt ons verteld dat de groep die een half uur later was dan wij waren ook is aangevallen door dezelfde groep olifanten!!! Nadat we de chimps hebben gezien gaan we verder en komen dan bij een gedeelte met verse olifanten sporen waarbij de gids zegt 'this is elephant area'. Bram, Maarten en ik zijn nog steeds doodsbenauwd voor die beesten en vragen ons af waarom hij dat verteld, wil hij ons bang maken??? we komen er heelhuids doorheen en komen dan bij de weg uit die ons terug leidt naar het beginpunt. De hele dag hebben we tot laat in de avond gepraat over 'die' olifant.
 
Gewone reisleven
 
Maandag nemen we afscheid van de familie Schut .Het was heerlijk om weer even bij te kletsen en voor de kinderen weer fijn om met hun vrienden op te kunnen trekken. Ze hebben heel veel van het land gezien, veel meegemaakt en zouden die dag, op de terugweg naar Kampala en het vliegveld, nog meer mee gaan maken...
Nu zij weg zijn, begint voor ons het gewone reisleven weer. We halen de schoolboeken uit de kast. En blijven nog drie dagen om de draad weer op te pakken.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Semuliki Valley, Congolees oerwoud
 
In Fort Portal doen we boodschappen. Tot onze vreugde vinden we kaas en ongezoet bruin brood! We rijden door de Semuliki Vallei in. We volgen de smalle kronkelende weg omlaag over de bergrug. Het landschap is spectaculair, de weg ook. Ik zit met samengeknepen billen op mijn plek. We kijken allemaal stil mee met Chalmer die rustig en onverstoorbaar verder rijdt langs de afgronden.

klik hier

klik hier
 
's Avonds, net voor het donker, komen we aan bij 'de uitlopers van het Congolese oerwoud'. We zien de heet water bronnen, rijden onder de lianen van het dicht begroeide oerwoud.
Helaas blijken de campings, die in de reisboeken staan, niet meer te bestaan. Er is nog een camping over, waar niemand te bekennen is. We zijn de enige gasten, als je de 'red tailed monkeys' niet meetelt. Er is een overdekte plek op palen, waar we kunnen zitten, en een eenvoudig toilet, verder niets. De lucht is warm en vochtig, om ons heen klinken geluiden van insecten, apen die in de bomen slingeren en vogels. Een vogel maakt het geluid van een CTG apparaat (hartslag van een foetus). Ik word me er telkens bewust van als hij er even mee stopt, word er een beetje onrustig van.
Omdat we onbegrijpelijk weinig stroom hebben op de dagen dat we stil staan, haalt Chalmer de stoelen weg om te sleutelen aan de elektriciteit.
Ik zet de pannen op de brander voor ons avondeten. Een campingbeheerder komt aanlopen, Mozes heet hij. Mozes vraagt of we 110 euro voor deze nacht afrekenen, de camping ligt namelijk net binnen de grenzen van een National Park! Help, wat nu. Ik leg uit dat we dat niet wisten. Het is nu donker, ergens anders heen rijden zou ons uren gaan kosten en is bovendien onverantwoord met zo'n weg. Mozes belt met zijn baas, en wij beginnen toch maar, ook nu alles net overhoop ligt, met inpakken. Dan maar langs de weg slapen, 30 meter verderop, net buiten het park, ook goed.
Als we alles hebben ingepakt komt Mozes met een voorstel. Voor 3 euro pp mogen we toch blijven slapen op de camping. Gelukkig is het avondeten nog gelukt ook.

klik hier

klik hier

klik hier
 
's Avonds liggen we vroeg in bed. Slapen lukt nog niet zo goed, iets verder zitten dorpsbewoners bij elkaar met een TV kei hard aan, de herrie schalt door het natuurpark en over onze camping.
Het plan was eigenlijk om hier enkele dagen te blijven, school te doen en ook nog een dag in dit oerwoud gaan wandelen, wat toch wel bijzonder zou kunnen zijn omdat het erg afgelegen ligt en de weinige bezoekers alleen maar in het eerste gedeelte met de heetwaterbron komen en dezelfde dag weer terugrijden naar Fort Portal; gezien de kosten die bij het kamperen in rekening gaan worden gebracht zien we hier verder maar vanaf, maar moeten dan wel een andere plek vinden om rustig school te hervatten, aangezien het ritme van voor de Kerstvakantie er nog niet echt inzit.
 
Ruwanzori Mountains
 
We rijden terug richting Fort Portal, gaan dan via een prachtig binnenweggetje langs en door de oostkant van de Ruwenzori Mountains naar Nyakalengija waar we kamperen in een community camp. Ditmaal gelegen in het dorp, maar afgezien van de voortdurend nieuwsgierige kinderen ook erg aardig om eens wat meer voeling te krijgen met het dorpsgebeuren.

klik hier

klik hier
 
In dit kamp kunnen we zowaar dagelijks een warme douche krijgen, die dan ook, nadat we daar de eerste dag om gevraagd hadden, daarna ongevraagd iedere avond klaar stond; het water werd op een open vuur verwarmd, vervolgens in een drum naast de openluchtdouche gegoten en voila! Dat vuur was er toch; omdat we hier iedere avond toch eten bestelden moest er toch gekookt worden.
We gaan een dag op bezoek bij twee families in het dorp. De vrouwen hebben medelijden met mij (Cathelijn). Ik heb maar drie kinderen, wat weinig! Hoe komt dat zo? En er komen er toch wel bij? In Oeganda krijgt een vrouw gemiddeld 7,3 kinderen. Dat is goed te zien, overal zijn hordes kinderen.
 
Op bezoek bij de families
 
(door Chris)

klik hier
 
We zijn bij twee families geweest, om te kijken hoe zij leven en wat zij deden. Bij de eerste familie hadden ze 13 kinderen. Als ontbijt kregen we maispap.
Daarna gingen we water halen. Het was bij een klein stroompje (omdat je bij de grote stroom het water eerst moet koken) toen, nadat de kannen waren gevuld, sjauwden wij het water terug.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
De rest van de dag kookten ze. We zagen hoe ze de casaveplanten eruit trokken en de matoke afsneden. Ze kookten tot half een. En het was echt heel lekker. De matoke en casave was in een schaal gedaan, met bonen en wat groenten. We moesten eten met onze handen en dat was wel een beetje heet.

klik hier
 
Bij de tweede familie was het koken, wij keken hoe ze het avondmaal maakten. Het meel maalde ze met een steen. Ze stampte de pinda's in een houten pot, met een stok. De gedroogde casave stampten ze ook in zo'n pot en deed het pindapoeder (wat er nog van over was) en het casavepoeder samen met het meel in de pan. Deed er water bij en zette het op het vuur en maakte er een sausje bij.
Een van haar oudste kinderen maakte bananensap. Hij vermaalde het met gras tot het sap eruit liep, deed er jammergenoeg geen schoon water bij en iedereen kreeg daar een rommelmaag van. Maar het eten was wel heel lekker.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Bwindi Impenetrable, Gorilla's.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Via een nacht naast een lodge en de derde passage van de evenaar wat we dan toch maar eens vastleggen, arriveren we in een ander oerwoud: Bwindi Impenetrable. Hier staan we (net als bij de lodge) voor de camping, omdat we te groot zijn om erop te staan.
Toeristen reserveren hier maanden van tevoren hun ticket voor het bezoeken van de beroemde berggorilla's. Terwijl Chalmer nogmaals met de elektriciteit van de vrachtwagen in de weer is, komt er een Oegandese naar ons toe. Ze biedt ons met korting twee tickets aan. Twee toeristen niet zijn op komen dagen, daarom is er plek voor ons. Wat zullen we doen? We denken er over na, het is namelijk met korting nog enorm duur (400 dollar!) Zou het dat echt waard zijn? Is dit niet een hype, worden al die toeristen niet vreselijk voor de gek gehouden met dit idiote bedrag?
Ook de kinderen zijn danig onder de indruk van het geld wat hier gevraagd wordt, we voeren hele gesprekken over geld met ze. Zelf mogen ze niet mee. Kinderen kunnen kinderziektes overbrengen op de apen, waardoor hun gezondheid in gevaar kan komen. Om diezelfde reden mogen volwassenen met luchtweginfecties ook niet mee.
We besluiten dat ik de volgende dag ga. Wat me toch over de streep trekt? Nieuwsgierigheid, en het feit dat je, door te gaan, het behoud en de bescherming van de beesten ondersteunt. Daarna wil Chalmer graag van mij horen of hij ook moet gaan.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
De kinderen nemen uitgebreid afscheid van me. Vooral Chris krijgt een extra grote knuffel, ze heeft haar knie bezeerd de vorige dag. Het doet nog veel pijn. Ik loop naar het vertrekpunt toe, voeg me tussen voornamelijk Amerikanen. De meesten hebben zich al een jaar lang verheugd op dit bezoek, zijn helemaal ingelezen over de verschillende groepen, weten alles over deze mensapen. Met zeven toeristen, twee guards, een gids en een helper trekken we het woud in.
'Ben jij van die truck?' vraagt een Amerikaanse aan mij. Ik beaam het.' Oh dan heb ik vanmorgen een foto's van jullie gemaakt', gaat ze verder, 'toen je afscheid nam van je kinderen, so cute!'
Het smalle pad voert omhoog, eerst langs de boeren, daarna door het bos wat langzaam veranderd in een dicht woud.
Tijd om om ons heen te kijken hebben we niet, het pad is zo steil en onregelmatig dat we alle aandacht nodig hebben om te checken waar we onze voeten neerzetten. Als we op het bergplateau zijn aanbeland, wordt het pad minder steil.
De gids praat via de walkietalkie met de speurders. Drie mannen en een dierenarts zijn vanmorgen vooruit gegaan, om de gorilla's te traceren. Na twee uur lopen meldt de gids: 'Ze hebben ze gevonden! Er is een grote kans dat we ze te zien krijgen vandaag!' Onzeker kijk ik om me heen, moeten we nu gaan juichen? Eerlijk gezegd heb ik nog niet eens rekening gehouden met de mogelijkheid dat we ze niet zouden zien. Zelfs de Amerikanen reageren lauw, zijn te veel buiten adem.
Zelfs al vind ik aan die apen niets aan, de wandeltocht zelf is ook al veel waard, houd ik mezelf voor. We lopen door een mooi stuk regenwoud. Het pad wordt nauwer, donkerder.
Het laatste stuk wordt voor ons weggekapt door de speurders. We lopen/struikelen nu verder het woud in. Dan horen we gebrom.
We moeten onze tassen af doen, zachtjes praten en niet onverwachts bewegen. Het belangrijkste is dat we blijven staan als er een gorilla op ons af komt. Niet wegrennen dus. Alsof dat hier kan met die begroeiing. Maar hoe zit dat met het oogcontact, mag ik ze aankijken? Bij Bokito uit Rotterdam was dat toch het probleem? Ik besluit het te vragen, ook al ben ik waarschijnlijk de enige die het niet weet tussen deze al-wetende Amerikanen. Ja, ik mag ze aankijken.

klik hier
 
We zetten nog een paar stappen. Goed verscholen tussen de bladeren zien we iets harigs, zwarts. De speurders kappen nog meer woud weg, zodat we ze nog beter kunnen zien. Een vrouwtjes gorilla stopt nonchalant bladeren en bloemen in haar mond (of is het bek?), haar kind speelt om haar heen. Een grote mannetjes gorilla, de silverback, houdt alles in de gaten. Even later maken we kennis met een andere gorilla, die aan takken hangt, kunsten doet, het is wel een uitslover zeg. Hij gromt (een vriendelijk teken, volgens de Amerikanen, de gids bromt terug), en rent dan plotseling op ons af. 'Staan blijven!' roept de gids. We blijven staan. Het mannetje pakt mijn been/broek vast. 'Nu langzaam achteruit lopen!' Langzaam loop ik achteruit, de aap laat los. 'foto's maken!' Oja, ook nog foto's maken, bijna vergeten. Wat is zo'n gorilla breed, wat heeft hij een sterke armen! Dan loopt hij op een andere vrouw af. Legt zijn grote sterke poot (of is het hand?) op de hare. Dan moeten we weer achteruit lopen, afstand houden. 'Volgens mij wilde hij je fototoestel pakken' fluister ik tegen de vrouw. Een beetje fel zegt ze dat dat echt niet zo was, en ik besef dat ik helemaal het verkeerde heb gezegd. Dom! Het beest was geïnteresseerd in de vrouw zelf, zo zit het uiteraard in elkaar. Zou ik soms een beetje jaloers zijn?

klik hier

klik hier
 
Helaas mogen we maar een uur naar ze kijken, bij ze zijn. De Amerikanen nemen uitgebreid afscheid. De apen kijken niet op of om. In stilte lopen we naar beneden.
In het basiskamp krijgen we een gorilla-tracking certificaat. De Amerikanen beginnen te klappen voor iedereen die er een krijgt, de rest klapt ook gezellig mee. Als we willen kunnen we iedere dag via de e-mail op de hoogte gehouden blijven van 'onze' gorilla groep. Tot mijn eigen schrik merk ik dat ik het in overweging neem. Wat is er met me gebeurd daar bovenop die berg?
 
Een beetje in verwarring loop ik terug naar mijn eigen soort. Ze hebben zich uitstekend vermaakt vandaag, Paul, Anton en Chris hebben de hele dag bergen, wegen, lodges en campings in het zand uitgegraven. De Oegandezen en andere toeristen hebben er ook van meegenoten, vertelt Chalmer.
'Moet ik ook gaan?' vraagt Chalmer.
Twee dagen later is hij aan de beurt:
Dus laat ik me overhalen om ten eerste een dag langer te blijven, daarnaast nog eens een aantal dollars af te dragen en inderdaad de grootste groep ga bezoeken in Bwindi; eerst 2 uur rijden om het park heen, daarna tweeÎnhalf uur lopen tegen steile hellingen op met wegkappen van de begroeiing; je waant je een ontdekkingsreiziger, totdat duidelijk wordt dat er voor je uit meerdere mensen bezig zijn om de gorilla's voor je op te sporen. Tja en dan kijk je een uur naar gorilla's die toch voornamelijk hun eigen gang gaan, of hoog in een boom blijven zitten, of in het dichte kreupelhout half verscholen blijven. Het is absoluut een mooie wandeling door een dicht regenwoud, duizenden jaren oud, het meeste leven weliswaar hoog in de bomen, maar auditief wel duidelijk aanwezig. Kosten? Tja er zijn wel het grootste deel van de dag 7 mensen voor je bezig, de betalende groep was in ons geval 6 personen groot. Ik denk dat de wandeling die Cathelijn met de kinderen gemaakt heeft onder leiding van een zeer goede vogelgids (Fred Tugarurirwe, als je in de buurt bent is hij echt een aanrader, tel +256775204131) minstens zo leuk en informatief was, maar deze mensapen zijn natuurlijk wel uniek en kunnen op deze toeristische wijze overleven.
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Chalmer komt thuis met twee knappe Australische boerenzonen. We beleven een gezellige avond, en krijgen van hen te horen dat een visum voor Rwanda tegenwoordig een heel gedoe is. We starten gelijk dezelfde dag met de aanvraag.

klik hier
 
Bwindi ziekenhuis
 
We bezoeken het ziekenhuis. Het ziet er beter uit dan de andere ziekenhuizen die we tot nu toe hebben bezocht, al schrikken we van de ouderwetse apparatuur (echo, rontgen).

klik hier

klik hier

klik hier
 
Op de verloskamer krijg ik een rondleiding door een collega verloskundige. Gelukkig bevallen er steeds meer vrouwen in het ziekenhuis, onder leiding van geschoold personeel, verloskundigen en basisartsen. Als ik informeer naar de bewaking (van de hartslag) van de foetus kijkt de verloskundige me verbaasd aan, pakt de houten toeter en laat me die zien. Alsof er niets anders bestaat dan dat. Ik knik en laat het zo.

klik hier
top