Tanzania
 
Naar links of naar rechts?
Vlak voor het donker rijden we Tanzania binnen. De weg voert door een eindeloos groen landschap, met veel bomen, gras en in de verte bergen die blauw afsteken. De leegte is opvallend. Weg zijn de vele mensen die Oeganda en Rwanda zo vol maken, weg zijn ook de huizen en akkertjes. Hier is plaats voor de natuur. Gaan we straks naar links, langs de parken, naar de kust en Dar es Salam of gaan we naar rechts, naar het westen, naar Kigoma en het Lake Tanganyika. We twijfelen over wat we willen gaan zien in Tanzania. Voorlopig maar rechtdoor, en een plek zoeken voor de nacht.
Twee piepkleine dorpjes laten we achter ons liggen. In een bos langs de weg slaan we een zandweg in. Die volgen we een stuk, dan parkeren we de wagen op een open plek. Onverwachts komt er toch nog een voorbijganger langs, een jongen, op een oude fiets. Hij zwaait ons vriendelijk gedag en blijft niet kijken zoals meestal wel gebeurt. Hopelijk belt hij zodadelijk niet met zijn mobiel (wat iedere Afrikaan tegenwoordig lijkt te bezitten) naar de politie om ze op onze aanwezigheid te attenderen. Voor de zekerheid zetten we, voor het slapen, de auto wel klaar om weg te rijden.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Tanzania (Tanganyika+Zanzibar)
 
Vanaf de onafhankelijkheid in 1961 is Tanzania een populair land geweest bij alle hulpverleningsorganisaties in met name Europa; voor Nederland is het lange tijd een concentratieland geweest wat betreft ontwikkelingshulp. Het charismatische leiderschap van Julius Nyerere die betrouwbaar en onzelfzuchtig overkwam in de internationale gemeenschap droeg daar zeker aan bij. Vooral toen Nyerere in 1967 zijn socialistische filosofie in de praktijk bracht werd hij natuurlijk de oogappel van de verschillende socialistisch georiënteerde regeringen. In eerste instantie was de overgang naar communegeorganiseerde dorpen vrijwillig, maar nadat al snel bleek dat de individuele boer in de praktijk zijn eigen landje niet wilde opgeven werd begin jaren 70 onder dwang een resettlement van een groot deel van de verspreid wonende boerenbevolking in nieuwe dorpen geëffectueerd. Hiermee kon weliswaar gemakkelijker infrastructuur als onderwijs, water en medische zorg worden aangeboden, maar de productiviteit daalde dramatisch. Nadat ook het onroerend goed bezit van de rijke midden en bovenklasse (voor een groot deel Indiërs) werd genationaliseerd samen met de financiële instellingen, exportfirma's en verzekeringsmaatschappijen raakte Tanzania al snel in een neergaande economische spiraal, waarna hulp en met name voedselhulp steeds noodzakelijker werd. Nog steeds bleef Tanzania voorbeeldig het beste jongetje uit de klas, want in tegenstelling tot de meeste Afrikaanse leiders trad Nyerere vrijwillig terug, hoewel hij wel voorzitter bleef van de enige politieke partij in Tanzania. Zijn opvolger Mwinyi hield zich aan de voorschriften van de Wereldbank, en startte grootschalige hervormingen. Een groot aantal bedrijven werd weer geprivatiseerd, mede met de stimulus van subsidie door de Wereldbank. Enige merkwaardige gevolgen had dit hier en daar wel; met ontwikkelingsgeld opgezette projecten werden gesubsidieerd overgedragen aan individuen in het land met een goede positie om de beste krenten uit de pap te plukken. Wat Jules Nyerere kost wat kost had willen voorkomen, zelfs bestrijden, namelijk de opkomst van een rijke bovenlaag (welke vaak toch ten koste gaat van de levensstandaard van de onderlaag) was door het faillissement van zijn politieke systeem in een klap een feit. Vanaf 1992 werden meerdere politieke partijen toegestaan onder druk van de buitenlandse donoren. Na een succesvol presidentschap van Benjamin Kapa met economische opbloei wordt het land sedert 2005 geleid door de charismatische Kikwete, die in staat bleek de ingeslapen en corrupte regering in 2008 te ontslaan.
Het land heeft weinig natuurlijke hulpbronnen maar heeft zijn toeristenindustrie al lange tijd beter op orde dan de meeste andere Afrikaanse landen, met natuurlijk de parken in het Noordoosten en de kust in het oosten met de Zanzibar archipel als extra attractie. Tanzania heeft er bewust voor gekozen om niet een goedkoop vakantieland te worden voor westerlingen!
Ondanks de heftige economische onrust is het land, ook weer in tegenstelling tot vrijwel alle andere Afrikaanse landen politiek altijd rustig gebleven sedert de onafhankelijkheid. De ruimhartige hulp die het land geboden werd zal hier mede toe hebben bijgedragen, maar zeker ook het gebruik van het Swahili naast het Engels als de officiële taal van het land, terwijl er daarnaast meer dan 200 stammentalen worden gesproken, waarbij een aantal geen enkele verwantschap met elkaar hebben. Omdat iedereen mede ten gevolge van het uitgebreide en relatief goed georganiseerde basisonderwijs Swahili beheerst is er een duidelijke eenheid in dit land.
Wat ook opvalt in vergelijking met de omringende landen is dat de landbouwgronden rond de dorpen nog steeds gezamenlijk worden bewerkt, waardoor er grotere arealen ontstaan zijn die ook beter machinaal te bewerken zijn; tevens wonen er weinig mensen geÔsoleerd en zien we bij het reizen weliswaar cultuurland, maar veel minder verspreid wonende families, maar meer concentraties in grotere dorpen. Het land heeft ruim 40 miljoen inwoners, met als belangrijkste problemen armoede, aids en de enorme bevolkingsgroei.
 
Modder.
 
Na een ongestoorde nacht besluiten we de volgende ochtend naar rechts te gaan, naar het westen, naar het grote meer Tanganyika. We kiezen voor het niet toeristische deel van Tanzania. Asfalt maakt plaats voor een hobbelige zandweg. Zou dit de goede weg zijn? De hoofdweg naar Kigoma? We kunnen het ons bijna niet voorstellen.
De huizen veranderen in hutjes, de mensen lopen rond in oude, kapotte kleren, waar ze zo te zien al jaren in rondlopen. Er zijn in deze landen vrijwel alleen tweede hands kleren te koop, afkomstig uit de containers die achter onze westerse supermarkten staan. Tanzanianen gaan ervan uit dat al die kleren van overleden mensen zijn geweest. Want waarom zouden die westerlingen anders hun kleding wegdoen?
Dit is wel een erg slechte en smalle weg. We rijden door diepe kuilen, gleuven en los zand. Ik controleer de navigatie, zou hij ons wel over de hoofdweg sturen? Volgens Garmin is dit echter de enige weg naar Kigoma, een grote stad in het westen, aan het meer van Tanganyika Vooruit dan maar. In de verte zien we donkere wolken opdoemen. Het zal niet lang meer duren of het zal gaan regenen.
In de dorpjes die we passeren zijn enkele kleine winkeltjes, die allemaal nagenoeg hetzelfde verkopen: schoonmaakmiddelen, zoetigheid, en wat onduidelijke blikjes en tubes in groezelige verpakkingen. Op de toonbank staan zakken met gemalen producten, waarvan we geen idee hebben hoe we die moeten verwerken tot een maaltijd. Meel gemaakt uit graan is er niet, brood ook niet, wel chapati, een vettig soort pannenkoek en geroosterde mais. Ook goed, we eten dat als middageten.
Het is gaan regenen, en niet zo'n beetje ook. Dit is een klassieke tropische regenbui. De weg verandert in no-time in een modderpoel, en langs de weg stromen rivieren die er net nog niet waren. "Zullen we toch niet omkeren en op asfalt gaan...." probeer ik nog, maar Chalmer en de kinderen zien er het natuurlijk de lol van in. Bovendien ontmoeten we straks misschien onze reisvrienden Gerdie en Siggy. Een extra reden om deze weg te vervolgen.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Voor mij wordt het nu wel erg het wilde westen. Ver weg van alles wat bekend is, in de stromende regen met wielen die hun eigen gang lijken te gaan. "Soms maakt wagen een dansje op de modder" zegt Chalmer. De snelheid zakt naar 15 km per uur, we moeten nog 300 km afleggen. De kinderen kijken vlak achter onze schouders mee. Dan komt er een vrachtwagen op ons af, een tegenligger. Chalmer stuurt de wagen zoveel mogelijk naar links (ze rijden hier links), maar de auto zelf besluit nog verder aan de kant te gaan: we glijden langzaam weg en hangen nu scheef in de greppel/rivier. "Nu wil ik dit niet meer, we gaan terug!" begin ik te roepen. Chalmer stuurt uiteindelijk de wagen probleemloos uit de greppel. De tegenligger is inmiddels gepasseerd, had nu natuurlijk alle ruimte.
Niet lang hierna begint de zon te schijnen, en ziet het er vrolijker uit. We vervolgen de weg want we zijn immers al op een kwart. Binnen een half uur is een groot deel van de weg opgedroogd. De potholes (gaten in de weg) herinneren nog aan de regen, ze zijn veranderd in ronde moddermeren.
 
paradijs
 
Tegen de avond parkeren we de auto op een modderveld langs de zandweg, weg van mensen en hutjes. Toch komen er nog een tiental mensen kijken, vanavond zijn wij voor hun de televisie. Weer hopen we dat we een ongestoorde nacht krijgen.
We slapen heerlijk en de volgende ochtend komen we aan bij een paradijs: Jacobsen Beach, aan het meer van Tanganyika.
We kamperen aan een privéstrand, samen met onze reisvrienden en een stuk of 15 vervetapen, die voortdurend ons eten proberen te stelen.
Er wordt gezamenlijk gekookt, we zwemmen en snorkelen in het heldere, zoete water en doen natuurlijk aan school en reparatie van de vrachtwagen... de cabine wordt gelift, een gebroken veer wordt vervangen, de cabinebevestiging wordt verstevigd, de startmotor gereinigd en de beschermingsplaat onder de tanks gefixeerd.
De kinderen vangen een waterslang en een krab. Een varaan en een serval (grote kat) komen langs evenals drie zebra's. We eten ananas, passievrucht, bananen en mango en verse vis.... Hoe komen we hier ooit nog weg?

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Gombe park, Chimpansee tracking
 
Verhaal Anton
 
We stonden om kwart voor zes op omdat de boot om zeven uur bij het strand kwam om ons op te halen, we aten snel ochtend eten en om 2 voor zeven stonden we op het strand met nog twee andere Belgische vrouwen die ook mee gingen naar het park. Zij konden gewoon Nederlands praten dus dat was ook heel fijn, we praatten ook heel veel met hen maar op een gegeven moment was het al 30 min. over zeven, pap ging kijken of ze niet op het andere strand stonden te wachten maar toen hij terug kwam was de boot er nog steeds niet en op het andere strand ook niet.
Een van de Belgische ging boven kijken en bellen naar de eigenaar van de boot, hij zei dat ze er meteen aan kwamen, en na anderhalf uur wachten op het strand kwam de boot aan !
 
De boot trip was op het begin wel leuk, maar toen we al 1 uur onderweg waren werd het toch wel heel saai. Maar toen we na twee uur bij het park arriveerden en het oerwoud zagen was het al meteen leuker. We moesten nog een kwartier wachten want de receptie was gesloten en de man met de sleutel en die het daar regelde moest nog komen, ondertussen aten we binnen onze lunch want buiten en in het park mocht je niet eten want anders kon je aangevallen worden door een baboun.
 
Toen we klaar waren was de man van de receptie er al en werden de volwassenen ingeschreven, maar toen zei hij opeens dood leuk: "children are not allowed to go into the park'' Wat!!
maar hier, staat toch in jouw folder : kinderen van 5 tot 14 jaar 20 $ !! nou dan denken wij toch dat kinderen zijn toegestaan in het park ! Jaajaa... maar kinderen kunnen aangevallen worden door de chimps en ze kunnen de trek niet aan, en je kunt je kinderen hier laten, en dan hoef je er niet voor te betalen en...... zo ging het maar door en iedereen dreigde er mee dat niemand dan nog ging en die andere twee vrouwen protesteerden ook, en daardoor, na twee uur discussiëren moest pap een ondertekening zetten dat hij de verantwoording heeft over ons en dat hij alle gevaren enz. snapt
en eindelijk mochten we gaan met een gids en een guard.......
 
We liepen de hele tijd om hoog door het oerwoud en met al de tassen op onze ruggen zaten we soms vast in de lianen,maar na ongeveer een half uur zagen we de eerste chimp langs het pad in het oerwoud op blaadjes te knabbelen, ook zat een eindje verder op ook nog een man die hem had gevonden en gaat achter hem aan als hij weg loopt, en door de walkietalkie geeft hij aanwijzingen aan de gids, en daarom konden wij de chimp ook zien.
Toen we hem net allemaal hadden gezien was hij het zat en liep weg door het oerwoud, de man sprong ook meteen het oerwoud in en ging achter hem aan, maar op eens keerde hij om en liep in de richting van het pad, waar wij op stonden, en drie meter voor ons kwam hij uit de bosjes gewandeld
en liep op het pad naar beneden zonder dat hij last had van de steilheid, wij konden er gewoon achter aan lopen en af en toe draaide hij zich en keek ons aan. Maar toen sloeg hij op eens weer de wildernis in en de volg-man ging er meteen weer achter aan.
Wij gingen via het pad naar beneden en het pad werd steeds kleiner en smaller, toen we even later de achtervolg-man weer zagen lopen in het oerwoud zei hij dat hij hem kwijt was, maar 1 seconde daarna zagen wij hem uit de bosjes op het pad lopen !wij gingen er snel achter aan maar de chimpansee ging weer naast het pad zitten in het oerwoud en begon weer op een plant te knagen, en over zijn schouder keek hij om naar ons.
 
Het is eigenlijk wel grappig dat een chimpansees zo'n lief hoofd en ogen hebben op zo'n groot gespierd lijf ! En de gids zei even later dat onze chimp Fax heet, en dat het een mannetje is.
 
Hij liep alweer weg en de man die hem volgde ging er weer achter aan. Wij liepen via het paadje en even later zagen we hem weer zitten eten, een eind van het pad. Drie seconden daarna liep hij weer weg en de achtervolg-man ging er weer achteraan.
 
Ik weet niet of wij er ook achter aan gingen of dat wij gewoon naar nieuwe chimpansees gingen zoeken, maar in ieder geval zagen wij andere rare apen, ze hadden rode strepen op hun hoofd en zaten in de boom. We keken er een tijdje naar en gingen toen weer verder.
 
Omdat we hier nu in het regenseizoen zijn, zijn de chimpansees heel moeilijk te vinden. Dat komt doordat er overal water is en dat ze niet een of twee keer per dag naar een bron hoeven.
Dat zei ook onze gids toen we naast de achtervolg-man stonden en hij Fax nu echt definitief kwijt was en dat al de andere achtervolg-mensen de chimpansees ook kwijt waren. Dat was wat minder maar we besloten om eerst naar het uitzichtpunt te gaan en daarna naar de waterval, en dat we misschien onderweg een chimp konden zien......
 
Het pad liep steil omhoog, zo steil dat een van de Belgische vrouwen zat te hyperventileren en zat te huilen omdat ze echt niet meer kon, pap pakte haar tas af en die moest Paul gaan dragen, ook haar fototoestel werd af gedaan en ging in een van de rugzakken, ze moest voorop lopen want dan kon ze haar eigen snelheid bepalen.
 
Het pad liep eerst nog steil naar boven tot we bij het uitzichtpunt aankwamen. We stopten daar een tijdje en de bavianen sprongen ondertussen door de bomen. Het pad ging meteen over van steil naar boven, naar steil naar beneden, dat was nog irritanter want je had de nijging om naar beneden te rollen, je viel/gleed uit om de 5 minuten, maar uiteindelijk kwamen we uit bij de waterval.
 
Dat was de enige plek waar je buiten en in het park mocht eten, ik weet niet waarom maar de gids zei het. We aten wat en we hoorden ondertussen het krijsen van chimps ! We hoorden ze boven op de berg. We wouden daar dan wel heen en we gingen. De eerste 20 stappen was normaal omhoog, maar daarna moesten we een paadje in wat ongelofelijk steil omhoog ging. De vrouwen kwam er maar met moeite op en het was een wonder als je niet om de 5 seconden uitgleed. Ik droeg ondertussen al de rugzak van de andere Belgische vrouw en zo speelden Paul en ik voor drager.
Het pad ging maar door met steil om hoog gaan, en toen we uiteindelijk bij twee paden uitkwamen, moesten wij even stoppen en toen gingen de gids en de guard kijken welke richting we moesten bepalen, want we hadden al een hele tijd de chimps niet meer gehoord.
Ondertussen hadden we al 5 en een half uur gelopen en we wisten echt niet waar de chimps waren.
Dus we gingen maar terug naar beneden via een ander pad.
Toen we al 10 minuten aan het lopen waren ging het regenen, steeds harden en het pad naar beneden werd spiegel glad, en met een rugzak op je rug gleed je nog eerder weg. Toen we 6 uur hadden gelopen kwamen we in stortregen aan bij de office, we dronken daar nog wat tot de regen was opgehouden. Daarna gingen we in de boot en voeren we weg.
Het eerste wat ons opviel was dat er hoge golven op het meer waren. Ze werden steeds groter en de boot vloog heen en weer. Toen we een uur aan het varen waren vroeg ik of ik mocht varen, ja dat mocht maar we waren nu nog een beetje te ver weg.
Maar toen had een Belgisch mevrouw een probleem, ze dacht dat haar vriend die ook mee ging maar die toen hoofd pijn had, geld had gestolen uit haar tasje. ( want hij moest daar op passen )
het werd een heel gedoe en het werd al donker, hij ontkende alles maar hij betaalde een deel van zijn boot tocht. Toen we weer in het donker bij het strand aan kwamen hadden onze vrienden, ( de vier motor rijders ) al voor ons gekookt en we konden meteen beginnen met eten.
 
Anton

klik hier
 
Hulp
 
We zijn negen dagen aan het strand gebleven. Wat we ons niet konden voorstellen, gebeurt toch: we krijgen weer zin om te reizen. Ik vraag me af hoe dat over een half jaar moet, terug in Nederland.. Zijn we negen dagen in ons huis, krijgen we ook "zin om verder te reizen"? We pakken de vrachtwagen in, nemen afscheid van een Amerikaans gezin wat we hebben leren kennen, en gaan. De hele vrachtwagen is in orde, alleen is er nog iets met de startmotor. Hij maakt een vreemd, raspend geluid. "Daar moet je wel mee uitkijken" waarschuwde Thibault, Chalmers broer (en DAF kenner) vanuit Nederland. We rijden er een poos mee rond maar het rare geluid wordt helaas niet minder. De weg, een zandpad van 600 km lang, voert door een heuvelachtig, groen gebied. De zon schijnt, het is zo'n 25 graden, lekker windje. We halen een snelheid van zo'n 15-40 km per uur. Er zijn nauwelijks andere mensen, soms een voetganger of fietser en eenmaal een andere vrachtwagen. Er zijn wel dorpen maar die liggen een eind van de weg af, we zien ze niet. Ik denk na over de verjaardag van Anton. In Afrika kun je eigenlijk geen leuke cadeautjes kopen en als er wel iets is, is het gemaakt in China, en van slechte kwaliteit. Als het meezit passeren we een grotere plaats, en kunnen we daar nog iets lekkers voor hem halen. Plots horen we een vreemd, tikkend geluid, wat we niet kennen. Chalmer stopt, we staan midden op de zandweg.. Hij kantelt de cabine, en Paul ziet als eerste de geknapte V-snaar(een van de twee was geknapt en vastgedraaid in de ventilator). "Ben wel even bezig" zegt Chalmer. Een achteropkomende vrachtwagen stopt ook. Vijf jonge Tanzanianen springen eruit, waarvan er twee zonder veel woorden de mouwen op stropen en gaan helpen! Omdat ik niet veel anders kan begin ik met het avondeten. Dat geeft afleiding. Ik snijd wortel, zoete aardappel, ui, knoflook, kool en paprika, zo'n beetje alles wat er te koop was. Paul en Anton helpen de mannen en Chris maakt een tekening. Een uur later: de auto is klaar! Wat aardig van de jongens om ons te helpen. Wat zullen we ze geven als dank? Verwachten ze nu geld, en zoja, hoeveel? Of iets anders, of niets, is elkaar helpen hier heel normaal? We besluiten ons eten en drinken te delen. Ze lijken er blij mee. We bedanken ze hartelijk , starten de motor (weer dat raspende geluid) en vervolgen onze weg. De nieuwe V-snaar zit goed. De rest van de dag komen we geen andere auto meer tegen, deze vrachtwagen was de laatste.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
We rijden door Katavi national park, gewoon over de doorgaande weg. "We zullen wel niets zien in de regentijd" zegt Chalmer. Nog geen minuut later: "Daar staat iets, daar staat iets!" roepen wij. We schieten oa de volgende plaatjes:
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Tsee-Tsee vlieg
 
We kunnen niet uit de auto in dit National Park. Niet vanwege het wild, maar vanwege een ander beest: de tseetsee vlieg, een grote vlieg, met een pijnlijke beet. Heel soms bezorgt hij mensen de slaapziekte. De kinderen zijn druk bezig met meppen om de auto vlieg-vrij te maken. We plaatsen de ramen van gaas in de deur, zodat de vliegen buiten blijven en er toch verkoeling binnen komt. Net buiten Katavi kamperen we op de oever van een rivier vol nijlpaarden, 's nachts lopen ze rond de wagen.

klik hier

klik hier
 
Verjaardag in Tanzania
 
"Anton, waar zou je graag willen zijn op je verjaardag?" "In de natuur, en niet op een camping of in een stad" antwoordt hij. Ik ben wel een beetje opgelucht met dit antwoord, voor een camping zouden we namelijk uren om of verder moeten rijden. In dit gebied is er niets. Hij heeft 1 cadeauwens voor zijn verjaardag: een hoofdlamp. In deze landen is daar moeilijk aan te komen, dat weet hij. We hebben ze nergens gezien, en kampeerzaken zijn er alleen in grote hoofdsteden. Voorlopig komen we niet langs een hoofdstad. Iedere avond is het hier al vroeg donker; vanaf een uur of zes 's avonds. De Afrikaanse avonden zijn lang en zo'n lamp zou dus goed van pas komen. In een grotere plaats, Sumbawanga gaan we op zoek naar taart of gebak, maar het valt niet mee. Ik vraag meerdere mensen naar een bakery, maar niemand verstaat mij. Swahili is hier de officiële (landelijke) taal, niet Engels. We doorkruisen de stad, maar vinden niets. Ook geen boter om iets zelf te bakken in onze (opvouwbare) oven. Wel koekjes, fruit en groenten. Een leuk restaurant dan? We zien alleen wat smoezelige tentjes met lokaal eten: witte rijst met een beetje groenten. We laten de stad achter ons. Het wordt een verjaardag zonder taart. Het is even schakelen, vooral voor mij. Een verjaardag zonder taart?? Voor Anton en de rest lijkt het gelukkig heel normaal.
 
In de natuur zingen we voor hem. We eten er een chocoladekoekje bij. Van het fruit maak ik een fruitsalade, Chalmer bakt van cassave chips waar ik weer guacomole bij maak. Voor het avondeten maken we zelf patat, ook van cassave. Anton vind het allemaal heerlijk. Hij mag een stuk off-road rijden (op schoot) en....hij krijgt zijn hoofdlamp! Gekregen van de Amerikanen in Kigoma, ze hadden er nog een thuis liggen, en hebben hem aan ons gegeven, zo aardig. Het is een gezellige, bijzondere dag en Anton is met alles blij. 's Avonds stappen we tevreden in ons bed, midden in de prachtige, Tanzaniaanse natuur. Daar kan geen taart tegenop.
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Afwasmiddel
 
De volgende dag trekken we, na een paar lessen school, verder over het zandpad, richting Mbeya in Zuid Tanzania. Chalmer rijdt een helling op, zit in een verkeerde versnelling, de motor valt uit. Startmotor aan...alleen maar het raspende geluid. Nog eens proberen, en nog eens, maar enkel en alleen maar het raspende geluid. Chalmer rijdt de helling af en de motor slaat aan, we rijden weer. Maar voor hoe lang? "Moeten we soms op een helling parkeren vannacht?" vraag ik aan Chalmer "En scheef slapen?" Ik fantaseer over scheve parkeerplekken. In een groter dorp probeer ik afwasmiddel te kopen. Ook hier alleen maar Swahili. Er is een man die een beetje Engels spreekt, maar volgens mij hoeft hij nooit de afwas te doen thuis, want hij heeft geen idee waar we het over hebben. Met een stuk ouderwetse zeep komen we thuis. Soms zou ik willen dat hier zomaar een Albert Heijn zou verrijzen. Even lekker gemakkelijk inkopen doen. Maar, als ik over een half jaar weer in die AH sta, zou ik natuurlijk wensen dat ik in Afrika zat, met als enigste zorg: afwasmiddel. Nou ja, en de startmotor dan, die ook. De ouderwetse zeep werkt niet, voor de afwas gebruiken we voorlopig Andrelon haarshampoo.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Meteoriet
 
Vanaf Tunduma rijden we, na 600 km zandweg, op asfalt richting Mbeya. We slapen naast een meteoriet die hier vanuit de ruimte op deze plek is gevallen. De volgende dag bekijken we hem goed. De bewaker geeft ons een A4 tje met info, getypt in 1965 en steeds gekopieerd. Veel ijzer en 13 ton zwaar is de steen.

klik hier
 
Fietsen
 
Op de Karibuni missiepost in Mbeya, waar we kunnen kamperen, horen we opeens: "Hé, Nederlanders!" We drinken gezellig koffie met twee Nederlanders die hier al enige jaren werken. Hun (puber)kinderen wonen in Dar es Salam, 600 km verderop. "Wat voor een werk doen jullie hier?" vragen we. "Bijbelvertaalwerk" antwoorden ze. Huh? De bijbel zal toch allang vertaald zijn in het Swahili? Wat zouden ze dan precies bedoelen met "bijbelvertaalwerk?" Ik besluit deze vraag te bewaren voor een ander moment, eerst moeten we naar een garage voor de startmotor. Ons wordt een christelijke garage aanbevolen, in een dorp verderop. Paul, Anton en ik hunkeren naar wat lichaamsbeweging, we willen gaan fietsen. "Zouden wij nooit doen" ontmoedigen de Nederlanders. "Veel te gevaarlijk met dit verkeer". Zij gebruiken voor alles de auto. Ik kijk om me heen. Op de parkeerplaats staan dure Landcruisers, in de nieuwste uitvoering, een MPV- Toyota en enkele 4x4 Landrovers. Allemaal in gebruik van de missionarissen. Een moment twijfelen we, wel of niet fietsen? We besluiten toch de fiets te pakken. We vertrouwen de jongens, een gewaarschuwd mens telt voor twee en de Tanzanianen zelf fietsen ook volop. We mountainbiken door de stad, over hobbelige zandpaden, zigzaggend tussen hutten, stalletjes en mensen. We worden begeleid door muziek: er is nu stroom dus staan de radio's hard aan. Chris en Chalmer gaan met de vrachtwagen naar de garage. "I'll show you the problem" zegt Chalmer tegen de monteurs. Hij draait de sleutel om, het raspende geluid....en verder niets. Nog een keer, maar niets. De motor besluit om niet meer te starten, precies in de garage.
 
Slapen in de garage.
 
De monteurs gaan aan het werk en wij ook. School en (onverwachts) een wifi internet verbinding. Er wordt gesproken over een nieuwe startmotor, of toch een reparatie? Het wachten is op de technicus, die is boodschappen doen. Aan het einde van de ochtend komt hij terug. Tegen de avond zeggen de monteurs: "Morgen verder". "Okay, maar dan moeten we hier slapen" zegt Chalmer. De monteurs kijken ons verbaasd aan. "Hier slapen?" "Yes, because this is our house.." Ze lopen naar de chef, een missionaris uit Zwitserland. Ik ga mee, en leg nog eens uit dat we ons huis nu onmogelijk kunnen verplaatsen. De vrouw maakt er gelukkig geen punt van. We maken kennis met de vier waakhonden de zes bewakers en overnachten op het garageterrein.

klik hier
 
Een antwoord op mijn vraag?
 
De volgende dag gaat het eerst niet lukken met de startmotor, dan wel, dan niet, maar gelukkig uiteindelijk wel. Als we weer rijden, voel ik me alsof ik zojuist een nieuwe auto heb gekocht! Terug naar de missionarissen, met mijn vraag over het bijbelvertalen. Helaas, de auto van de vriendelijke Nederlanders staat er niet. Dan maar een gesprek aanknopen met een missionaris uit de VS. Ik vind hem in een zaal met moderne computers, tezamen met andere (blanke) bijbelvertalers en Tanzaniaan. Na het uitwisselen van wat beleefdheden kom ik tot de orde: "Wat doen jullie precies hier? De bijbel zal toch allang vertaald zijn in de nationale taal van Tanzania, het Swahili?" De ook weer vriendelijke Amerikaan antwoordt: " In totaal zijn er 209 verschillende stammen en talen in Tanzania. Wij zorgen dat de bijbel vertaald wordt in die talen. We zijn nu bezig met negen talen". Ik laat het even tot me doordringen en denk aan hetgeen ik heb gelezen over dit land. In Tanzania zijn er al heel lang geen oorlogen tussen de verschillende stammen. Het hebben van een Nationale taal, het Swahili, zou daar aan bij gedragen hebben. Ik kan het niet nalaten de Amerikaan mee te delen dat volgens mij het hebben van een taal goed is voor de natievorming (het zich 1 volk voelen) in Afrikaanse landen. Moet dat niet juist gestimuleerd worden? Hij antwoordt iets over de bijbel en het bereiken van alle mensen. Wíj zullen elkaar in ieder geval niet gaan bereiken, de Amerikaan en ik. Ik voel dat ik nu moet stoppen met praten en (kritische) vragen stellen. De missionarissen zitten hier met het gevoel dat ze iets goeds doen, en ze zijn veel te vriendelijk voor een verschil van mening. Bovendien denk ik dat de bijbel niet behoort tot de eerste levensbehoeften van de Tanzanianen. Maar voor de missionarissen staat de bijbel centraal in hun leven. We verlaten het Karibuni centrum.

klik hier

klik hier
 
Give me job!
 
We doen de laatste inkopen in een van de buitensteden van Mbeya. "Sister, sister!"roepen de vrouwen naar mij. "avocado!" Minstens 10 vrouwen willen mij allemaal hetzelfde verkopen: hun avocado's. Chalmer krijgt andere verzoeken. "Sir, give me job!" klinkt het indringend. Om hem heen staan de mannen. Allemaal op zoek naar een baan. We zien overal mannen, rondlopen, zitten, hangen, niksen. Als we Tanzania uitrijden klinkt het wanhopige "give me job" nog steeds in mijn hoofd.

klik hier

klik hier
 
Lieren
 
Verhaal Anton

klik hier

klik hier
 
We waren op een klein weggetje dicht bij het kratermeer, we gingen weer achteruit uit het pad wat leidde naar het kratermeer. Mam was even lopen naar de uitgang en wij gingen met pap mee.
 
Toen we bijna aan het einde van het pad waren, en op de iets grotere weg wouden rijden, gleden we opeens een hele grote greppel in. (we zagen het niet omdat die tot de rand vol begroeid was.)
 
De motor sloeg af omdat die te weinig toeren maakte, we dachten dat het gewoon een beetje modder was, dus we zette maar de low gear er op, maar nog steeds slipten al de 4 wielen door!
 
Toen we na een paar hulpeloze pogingen er nog steeds niet uit kwamen gingen we maar even kijken. We zagen dat de achterwielen in een mega droge, modderige sloot zaten. Onze bumper was in de grond geboord, bij de voorwielen hadden we ook geen grip, en de tank-beschermplaten waren ook helemaal de grond in geboord. Kort om, we zaten voorlopig goed vast ! (dus de enige manier om de vrachtwagen uit de sloot te halen was lieren!)
 
Eerst begonnen we maar met graven onder de tanks, het was hele harde grond, maar gelukkig kwamen er al snel twee mannen die het overnamen en konden wij de lier vast maken. Toen we eindelijk de lier via een katrol om een boom hadden gedaan en de twee mannen ook klaar waren met graven, stapte pap in, gingen wij ver weg en begonnen we!
 
De banden slipten door, je hoorde opeens een doffe krak en in plaats van Pacci kwam de boom in beweging !!! de boom kwam met veel gekraak en een klap naar beneden. ( gelukkig stond de boom ver genoeg zodat die niet recht op Pacci zou vallen )
 
Oké, we hadden een boom omgelierd, nu werd het toch niet meer zo grappig ! We deden alles om hem er nu uit te krijgen, we groeven nog meer, pakte de high jack en krikken om de vrachtwagen op te tillen en er dan vervolgens stenen in te gooien, rijplaten er beter onder leggen en onder tussen waren Paul en ik de lier aan een dikkere boom aan het vast binden via een katrol enz. ondertussen kwam mam terug die misschien wat later mocht komen.....
 
toen we alles hadden gedaan om te zorgen dat we Pacci er uit kregen ging iedereen weer ver weg. Het ging eigenlijk heel snel, want pap ging achter het stuur zitten met de lierschakelaar in zijn hand, je hoorde het draaien van de motor, het kraken van de rijplaten en toen opeens was hij er uit!
 
De bumper was een beetje verbogen en het spatbord, maar verder hadden wij geen schade. ( behalve een gat in de weg en een vervormde sloot en een boom )
 
Anton
 
Uit Tanzania
 
Na een koffieplantage, een zwembad en nog een keer vastzitten verlaten we het land. We hebben een van de gemakkelijkste grensovergangen. Binnen een uur zijn we in Malawi. Tanzania, het land waar we alle standaard toeristische dingen (de parken, Zanzibar) hebben ontlopen. Waar we eindeloos veel natuur hebben gezien, veel vriendelijke mensen hebben ontmoet en een paradijselijk privéstrand hebben gevonden (bij Kigoma). Het land heeft iets: een sfeer, een tikje magie. We hebben het gevoel dat we diep Afrika in zijn geweest.

klik hier

klik hier

klik hier
top