Mozambique
 
inleiding
 
Al vroeg in de westerse geschiedenis(15e eeuw) hebben de Portugezen het kustgebied van wat nu Mozambique is gebruikt en spaarzaam gekoloniseerd als ondersteuning voor hun handelsroutes naar het verre Oosten; meerdere malen hebben Nederlanders en Engelsen geprobeerd om de forten over te nemen maar altijd zonder resultaat; als gevolg daarvan hebben de Hollanders uiteindelijk gekozen voor kaap de goede hoop als ondersteuningspost, wat de geschiedenis van het zuidelijk gedeelte van Afrika duidelijk bepaald heeft. Pas vanaf de verdeling van de kolonieen in Afrika in de 19e eeuw onder de Europese naties is Portugal begonnen wat meer werk te maken van het exploiteren van het binnenland van het huidige Mozamique, maar in tegenstelling tot de omringende Engelse kolonieen is er niet veel aandacht geweest voor ontwikkeling; Portugezen hebben zich ook maar zeer spaarzaam permanent gevestigd. Portugal heeft erg veel moeite gehad om zich neer te leggen bij de golf van onafhankelijkheid die eind 50er -begin 60er jaren door Afrika trok. Door Frelimo werd dan ook een langdurige bevrijdingsstrijd gevoerd, hetgeen uiteindelijk na de militaire coup in Portugal leidde tot onafhankelijkheid in 1975; in de overgangsperiode van 9 maanden vertrokken 200.000 Europeanen uit Mozambique, daarbij boerderijen, fabrieken en winkels achterlatend, schepen laten zinken en putten volgestort met beton. Het gehele ambtenarenapparaat had het land verlaten.

klik hier

klik hier
 
Na de zelfstandigheid bleven een aantal milities actief, overigens zonder een duidelijk alternatief, maar volop gesteund door westerse mogendheden omdat deze verzetsgroepen tenminste een alternatief leken te vormen tegen de communistische regering onder leiding van Samora Machel. Ook Zuid Afrika (en in de eerste jaren het vroegere Rhodesie, waarvan aangenomen wordt dat het de Renamo zelfs heeft opgericht ter destabilisering) heeft zeer actief de Renamo gesteund, gebaat als dit land in de tijd van de Apartheid was bij instabiliteit in de aangrenzende kustlanden (zo werd ook in Angola actief ingegrepen). Pas vanaf het begin van het tijdperk Mandela in Zuid Afrika stopte de ondersteuning van destabiliserende groepen en kon er in 1992 een einde komen aan de slepende burgeroorlog. In het straatbeeld zie je nog regelmatig mensen met geamputeerde benen als gevolg van landmijnexplosies. Overigens was in de tijd van de burgeroorlog de gezondheidszorg zodanig onmogelijk gemaakt door oa het ombrengen van artsen, verpleegkundigen en onderwijzers door Renamo, dat velen een traumatische amputatie niet hebben overleefd.
 
Reizend door Mozambique zijn de sporen van dit turbulente verleden -bijna 20 jaar na dato- nog duidelijk zichtbaar. Grote verlaten huizen en gebouwen, omgeven door huizen in Afrikaanse stijl, verlaten en instortende fabrieken op de meest onwaarschijnlijke plaatsen, mensen die je argwanend bekijken, hoewel je bij de jongeren toch weer de typische Afrikaanse vrolijkheid en uitbundigheid terugziet. Er wordt hard gewerkt aan de wederopbouw, waarbij Mozambique zich niet veel gelegen laat liggen aan de dictaten van de donoren, maar zijn eigen koers vaart; het is de tweede snelst groeiende economie van Afrika.

klik hier
 
Van Milange naar?
 
Nadat we 200 dollar wegenbelasting en een nieuwe autoverzekering (dertig dollar) betaald hebben mogen we het land binnen. We zijn in Milange, een redelijk grote stad, tegen de grens met Malawi aan. We wanen ons in een Mediterrane sfeer: er staan veel huizen in 'Portugese stijl'. Bijna allemaal zien er oud en verwaarloosd uit, de verf bladdert van de muren, maar het is sfeervol. De huizen staan leeg, want de Mozambikanen bewonen hun eigen hutten en huisjes 'in Mozambikaanse stijl'. We laten het asfalt achter ons en vervolgen onze weg naar het oosten over smalle zandwegen. We rijden zo'n 20-30 km per uur. Het landschap is overwegend vlak met enkele 'plotselinge' bergen, die als grote punten uit het landschap steken. Langs het zandpad staan overal hutten met wat landbouwgrond eromheen; het leven van de Mozambikanen.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
angst
 
Als we voorbij rijden staren mensen ons met grote ogen aan en rennen sommige kinderen weg. Zouden de mensen hier niet gewend zijn aan vrachtwagens? Als we stoppen voor een koffiepauze, nadert er een vrouw over de weg. Om niet langs onze wagen te hoeven, neemt ze een grote omweg; we zien dat ze zich een weg baant door de bosjes. Een andere vrouw neemt ook geen enkel risico en legt het stuk langs onze wagen rennend af. Wat is dit, waarom zijn ze bang? In een dorpje kopen we broodjes die gebakken zijn op een houtvuur, tomaten, uien en pepers. Er is geen enkele toeristische voorziening, geen lodge, hotel, camping of eetgelegenheid, dus zoeken we tegen de avond een plek in de natuur. We koken en lezen de kinderen voor. Het is hier vroeg donker, al om half zes. We gaan daarom ook vroeg slapen, al om acht uur liggen we in bed. We hebben hier in Afrika een ander ritme: we slapen vroeg en staan op als het licht wordt, tussen vijf uur en half zes. In Guere, een stadje in de bergen van Mozambique, overnachten bij een priester in de tuin.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Woman power
 
Het valt ons in Noord Mozambique op dat, in tegenstelling tot de rest van sub-Sahara Afrika, we de mannen veel zien sjouwen met lasten op het hoofd en zelfs met kinderen; wat we verrassend vinden is dat we nu juist de vrouwen zien slapen op de veranda's en plaatsjes voor de huizen. Ons wordt verteld dat in deze regio de vrouwen de dienst uitmaken, ook de bezitters zijn van de huizen en de grond, en dat hun enige taak is het aanvoeren van water. Toch vind ik het opmerkelijk dat nu de andere sekse ligt te luieren. Daar zou je weer een hele filosofie over de aard van de Afrikaan aan op kunnen hangen, nietwaar?

klik hier
 
Mossuril
 
Onze bestemming is Mossuril, een klein dorpje aan de zee, in het Noord-Oosten van Mozambique. Vanaf de grens is het nog 800 km rijden. Mossuril heeft een bescheiden ziekenhuis/kliniek. Vanuit Nederland is Chalmer gevraagd om een rapport te schrijven over dit ziekenhuis. Wat voor een soort ziekenhuis is het, welke zorg leveren ze, en wat missen ze, wat hebben ze nodig? Er is geld beschikbaar (vanuit Nederland) maar hoe kan dat het beste besteed worden? Aan Chalmer de opdracht dat te inventariseren. 'Bellen jullie als jullie in Mossuril zijn?' mailen Mees en Lisa. We hebben geen idee wie Mees en Lisa zijn en wat ze precies doen. We weten alleen dat zij ons bezoek begeleiden in 'hun' dorp Mossuril. Na 350 km zandweg en bijna 400 km asfalt buigen we weer een zandpad vol kuilen op om Mossuril te bereiken. We doen er vanaf de hoofdweg drie kwartier over om er te komen. Het is hier rustig want er komen hier nooit toeristen.
 
Er is niets
 
Mees en Lisa wachten ons op aan het begin van het dorp. Mees is een 60+ Nederlander en Lisa een 55+ Engelse. Acht jaar geleden hebben ze zich hier gevestigd. We kamperen achter Lisa's guesthouse, waar overduidelijk geen gasten komen. 'Het loopt nog niet' zegt Lisa. 'Maar dat komt wel in de toekomst'. We merken dat de mensen uit het dorp niet gewend zijn aan bezoekers. Hun kinderen zitten bijna in onze vrachtwagen, zo nieuwsgierig zijn ze. 'Waar kunnen we wat inkopen doen?' vraag ik aan Lisa. Het is me onderweg al opgevallen dat ik geen tomaten, bananen of ander eten zag langs de kant van de weg. 'Er is hier nauwelijks wat te koop' antwoordt Lisa. 'Ook geen groenten en fruit, of brood. Dit is een onderontwikkeld gebied, de mensen verbouwen of maken het niet.' Zelf gaan Mees en Lisa voor boodschappen naar Ilja de Mozambique. De boot doet er twee uur over om ze erheen te brengen. De 'locals' eten vooral rijst, bonen en maispap. Gelukkig hebben wij inkopen gedaan in Nampula, de hoofdstad van het Noorden, 200 km hier vandaan.
 
Bestseller
 
Mees houdt zich bezig met een toekomstig golfterrein wat de economie van Mossuril moet gaan opkrikken. Lisa is schrijfster, van verhalen en romans. 'Want dat kan je overal doen, dus ook hier' legt ze uit. Ik knik en vraag verder, om een indruk te krijgen van wat voor een soort schrijfster zij is. 'Is je werk ook vertaald?' vraag ik. Lisa knikt. 'In meerdere talen, ook in het Nederlands. Enkele boeken zijn bestsellers geworden' Ze voelt mijn interesse en geeft me twee boeken. De dagen erna verlies ik me in de boeken van Lisa St Aubin de Teran.
 
De kampeerplek
 
'Wanneer kan ik het ziekenhuis bezoeken?' vraagt Chalmer. We zitten samen aan het avondeten met Lisa en Mees. Kip, rijst, saus en heerlijke piri-piri, gemaakt van scherpe pepers. Geen groentes, want die zijn er niet. Het is even stil. Ondanks het feit dat Chalmers bezoek ruim van te voren is aangekondigd, blijkt het nog niet zo eenvoudig te zijn om een afspraak te krijgen met het ziekenhuis. Lisa en Mees vertellen eerst wanneer het niet kan. Chalmer stelt voor om er toch morgen maar eens heen te gaan, om tenminste een afspraak te maken. 's Nachts slapen we onrustig en Chalmer slaapt zelfs niet. Het dorp heeft bijna niets maar wel elektriciteit, helaas, en onze buurman een radio (met overstuurde boxen), waarmee hij de hele omgeving van 'muziek', een afgrijselijk soort Afrikaanse rap, voorziet, van 's morgens tot diep in de nacht.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Onze wagen staat vlak bij zee, maar om het strand te bereiken moeten we eerst door een zwarte modderpoel Dan kunnen we ons schoonspoelen in de zee, en dan weer door de modder terug naar de wagen..De kinderen komen steeds zwart thuis. De waterput, die er nieuw uit ziet, werkt niet meer. Dus behalve geen eten ook geen vers water. (Gelukkig hebben we voorraad in de vrachtwagen.) Als Chalmer 's morgens naar het toilet gaat, vindt hij een dode rat in de waterton. De kinderen zien ook nog levende ratten en er zouden slangen zitten in het hoge gras wat ons omgeeft. Het is zowel overdag als 's nachts verlammend heet, ik denk wel de heetste plek tot nu toe. En we hebben het gevoel dat we de vrachtwagen continu moeten bewaken, de kindertjes houden geen afstand, ze zitten erop en eraan, of staren ons onafgebroken aan. Als een van de kinderen wat gepakt lijkt te hebben, is Chalmer het zat. Hij rent achter hem aan, en probeert de ouders te vinden; de groep stuift weg, geen van de volwassenen in de omringende huizen reageert op aanspreken. Het effect is goed, want ze houden nu afstand. Toch zal deze actie nog een staartje krijgen.
 
Een afspraak?
 
Het is gelukt om een afspraak te maken. Morgen, om half negen, gaat Chalmer praten met de basisarts van het ziekenhuis. Ik vind het fijn, want de plek, heet, zonder eten, vers water, telefoon en internet (de netwerken liggen chronisch plat) benauwt me. De kinderen vermaken zich goed, ondanks (of dankzij?) de modder. Iedere morgen werken we aan school ook al is het om acht uur al 30 graden. 's Middags vlucht ik weg in de boeken van Lisa, ze houden me geboeid voor uren. Een van de boeken gaat zelfs over de plek waar we nu zijn, over de ontwikkelingshulp-projecten (een school, restaurant, een boerderij en waterputten) die Lisa heeft opgezet. De volgende dag vertrekt Chalmer voor zijn afspraak met de basisarts. Als hij aankomt, is de arts er niet. 'Spoedgeval' legt de zuster uit. 'Dan wacht ik wel even, want zonder operatiemogelijkheid kan een spoedgeval nooit lang duren' laat Chalmer weten. 'Eh, eigenlijk' zegt de zuster, ' is de dokter naar Nampula (200 km verderop)....' Verbaasd neemt Chalmer afscheid. Hij besluit het ziekenhuis nog een kans te geven. 'Morgen kom ik hier nog een keer want wij moeten echt verder' laat hij weten. 'Graag of niet' denkt hij.
 
aanklacht
 
Op de terugweg hoort Chalmer van Lisa dat hij op het politiebureau moet komen: Er is een aanklacht tegen hem ingediend. 'U heeft een kind bedreigd' zegt de hoofdagent, die Chalmer niet eens een hand wil geven. Hij blijkt te doelen op het achterna zitten van de kinderen, gisteren bij onze wagen. Na uitleg mag Chalmer gaan en moeten we alleen terugkomen om onze paspoorten en autopapieren te laten zien.
 
We voelen we ons niet welkom hier. Zelfs de mensen in de straat kijken ons niet vriendelijk aan. Misschien heeft het te maken met onze vrachtwagen en het achterna zitten van de kinderen? Recent zijn er met grote wagens Mozambikaanse kinderen ontvoerd naar Zuid-Afrika. Misschien zijn de mensen daarom afstandelijk? Door een andere Nederlander, die hier al 23 jaar woont, zijn we gewaarschuwd voor het bijgeloof van de bevolking. 'Wees daar maar voorzichtig mee' vertelde hij, 'en bovendien zijn de mensen nauwelijks geschoold, en zijn ze voorzichtig met buitenlanders.' Dit klopt met ons gevoel. 'Laten we hier maar zo snel mogelijk vertrekken'zeg ik tegen Chalmer en de kinderen. 'Morgenvroeg gaan we sowieso' zegt Chalmer. Mees en Lisa laten zich niet meer zien, maar dankzij het boek van Lisa, wat behalve de ontwikkelingshulp ook haar eigen leven beschrijft, hebben we toch het gevoel ze te leren kennen.

klik hier

klik hier

klik hier
 
verhelderend
 
De volgende dag pakken we onze spullen in en rijden met de wagen naar het ziekenhuis. De arts laat zich nu wel zien, en Chalmer interviewt hem en ik maak de foto's met een groothoeklens. De kinderen blijven in de vrachtwagen om te lezen en tekenen. Het is een verhelderend bezoek, de arts is vriendelijk en geeft eerlijke antwoorden. We wisselen telefoonnummers uit en vertrekken via een prachtige weg naar het noorden, naar Nacala, waar we hopen op een fijne kampeerplek en een goede duikschool. Maar eerst bezoeken we nog de ontwikkelings hulp projecten van Lisa. Met behulp van de beschrijving uit haar boek vinden we de plekken. We zien alleen maar verlaten gebouwen. Slechts enkele jaren na het opzetten van de school voor toerisme, het restaurant en de boerderij (met veel geld van oa de Rabobank en stichting 'Doen!' vanuit Nederland) blijken ze niet meer operationeel te zijn.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Ilja de Mozambique
 
Via Nacala, waar we helaas niet mogen duiken (vanwege onze tabletten tegen Malaria!) rijden we naar Ilja de Mozambique, een prachtig schiereiland vol oude, Portugese vergane glorie. Wat een sfeer! We struinen rond, bezoeken een museum, drinken limoensap, eten pizza met seafood en vieren zo Chalmers verjaardag.

klik hier

klik hier
 
Typisch een Afrikaanse brug
 
(door Chris)
 
We gingen naar een eiland over een smalle onstevige 4 kilometer lange brug, waar wij, omdat hij zo smal en onstevig was, niet op mochten. Hij was zo smal dat er inhammen gemaakt moesten worden om tegenliggers te passeren. Wij gingen erover fietsen, maar omdat we maar 3 fietsen bij ons hebben gingen papa en mama lopend. We wachtten onder een hele grote boom op papa en mama. Toen liepen we naar een fort bij het strand. Naar het fort toe waren daar op dat strand prachtige schelpen, we liepen verder over een pad wat bij vloed onder water was. Toen we bij het fort aankwamen moesten we een trapje op welke helemaal was verroest en kapot. Er waren gewoon traptreden weg! Toen moesten we over wat rotsen. We gingen het fort binnen en klommen naar boven, na een tijdje gingen we weer terug naar beneden. We liepen nog wat rond op het kleine eiland. Op een gegeven moment werd het vloed en klotsten de hoge golven van de Indische Oceaan tegen de hoge wal muren, we werden zelfs nat! We gingen weer terug over het eiland, over de smalle, onstevige brug terug naar ons huis, met onze prachtige schelpen.
 
Chris

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Echt reizen
 
De dagen daarna reizen we echt zoals reizen hoort te zijn: 's Morgens vertrekken we en vervolgens weten we niet waar we 's avonds kunnen overnachten. Zo slapen we verscholen in de natuur, bij telefoonmasten en een enkele keer bij een missiepost. Brood en eten proberen we onderweg te kopen. We overbruggen een enorme afstand, 2000 km, door het grote, dorre, soms wat saaie Mozambique. We genieten van het steeds weer verder trekken, van het gevoel van vrijheid, van het niet weten wat er komt.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Gelukkig doet de pin het niet
 
In Inhassoro, een dorpje aan zee willen we weer eens camping bezoeken. We moeten nog wel even pinnen, want de Meticais zijn op. Ik probeer al onze kaarten. Twee keer wordt de kaart door de automaat opgegeten. Een jongen die bij de bank werkt en dronken is (het is twee uur 's middags), krijgt ze er gelukkig weer uit. Maar geen meticais. 'No money' laat ik andere mensen, die ook willen pinnen, weten. En zo kom ik in gesprek met Bill, Charmaine en hun kinderen uit Zuid-Afrika. Na een poosje praten zegt Bill: 'Why don't you come and stay at our place?' We rijden13 km over het strand naar hun prachtige vakantiewoning. Voor Bill en Charmaine is het de normaalste zaak van de wereld dat ze hun (heerlijke, Zuid-Afrikaaanse) eten delen, en bij iedere maaltijd worden er 5 borden extra bijgezet. Met hun boot varen we naar 'Paradise Island' waar we tijdens het snorkelen onder andere een grote waterschildpad zien. Na twee dagen trekken we weer verder.

klik hier

klik hier
 
Kokosnoten
 
We vinden in Morrungulo een prachtige camping, waar we onder de kokospalmen staan, waar de kinderen zich enorm weten te vermaken met het openen van vers afgevallen kokosnoten. We gaan naar een duikschool verderop langs het strand, spreken ivm de drukte af dat we pas na het weekend met de duikcursus zullen beginnen; ondertussen weten we ons op het prachtige strand, de mooie camping en met name met de kokosnoten goed te vermaken. Als we echter op de afgesproken dag en tijd bij de duikschool arriveren wordt ons verteld dat het weer de komende dagen te slecht is om op zee te duiken, en of we niet elders de cursus zullen gaan volgen; omdat ik dat een te grote teleurstelling voor de kinderen vind wil ik dan toch in ieder geval alvast de zwembadsessies doen bij deze duikschool. Dan komt de aap uit de mouw: bij nader inzien, ondanks ons informeren vooraf, hebben ze toch geen wetsuits voor de kinderen! Wat natuurlijk het meest ergerlijke is, is de wijze waarop geprobeerd werd om onszelf de vervelende boodschap te laten geven plus de manier waarop! Uiteraard ging Cathelijn later nog eens verhaal halen, uitgebreide excuses, er werd nog een telefoontje gepleegd naar een bevriende duikschool in Tofo, waar we de volgende dag welkom zouden zijn.

klik hier

klik hier

klik hier
 
PADI
 
Vandaar vertrekken we naar Tofo, een bekend badoord, maar de beloofde duikcursus moeten we nog steeds volgen (inmiddels hebben we onze malariaprofylaxe aangepast), en verder naar het zuiden wordt het alleen maar kouder. Ook daar worden we eerst nog wat aan het lijntje gehouden voor de cursus, maar uiteindelijk wordt de Paddi cursus succesvol afgesloten, hoewel de zee eenmaal zo ruw was dat we met de boot niet door de branding konden komen naar de duikplek. We hebben enorm genoten van het duiken -Anton wil in de toekomst wel duikinstructeur worden-, echter de zee was voor Cathelijn dermate onrustig, ook op diepte met een doorgaande deining daar dat ze na een duik twee dagen ziek is geweest en maar verder afgezien heeft van meeduiken, dat was natuurlijk een tegenvaller. We konden daar ook nog Ocean safari's maken om de whale-sharks te zien en ermee te zwemmen, maar in verband met de drukte hebben we daar maar van afgezien; het leek mij ook niet de tijd van het jaar voor deze beesten. Ons werd echter verzekerd dat ze toch regelmatig deze dieren zagen: de groepen die we echter zagen vertrekken kwamen allen terug zonder de dieren waar ze zoveel voor betaald hadden, gezien te hebben. We weten weer waarom we toeristische centra zoveel mogelijk hebben willen vermijden.
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Kreeft
 
Wij trekken weer verder naar het zuiden van Mozambique, naarmate we verder naar het zuiden komen wordt Mozambique duidelijk meer ontwikkeld, de scholen zien er moderner en nieuwer uit, de kinderen lopen weer allemaal in schooluniform, de wegen worden beter, al met al ook meer verkeer op de weg. We proberen te overnachten op campings, maar eenmaal blijkt de gezochte camping voor onze vrachtwagen onbereikbaar, ondanks de verzekering van ons tegemoetkomende bestuurders dat we er zeker zullen kunnen komen. Nadat we hier en daar wat takken uit bomen gezaagd hebben lopen we vast tegen een schuin over het smalle pad groeiende palmboom; eromheen gaat niet, want het pad ligt bijna twee meter diep, omhakken vinden we toch geen optie, want het is nog enkele kilometers naar de camping, en wat gaat er nog volgen? We rijden terug, verliezen een van onze toplichten uiteraard, nadat al eerder de beschermbeugel was verdwenen, willen bij een school overnachten maar horen daar dat dat toch niet veilig is. Ons wordt verteld dat we wel in het vorige dorp bij een Zuid-Afrikaan kunnen blijven overnachten, maar waar deze woont wordt niet duidelijk. Ik heb echter op weg naar dit pad in het vorige dorp een huis gezien dat mij wel het verblijf van een welgestelde Zuid-Afrikaan leek; Cathelijn gaat informeren en inderdaad zijn we bij het goede adres; we zijn welkom, zeker als blijkt dat de heer des huizes in het gips zit met een enkelbreuk, waarvoor hij graag mijn beoordeling wilde hebben. Na een medisch consult, advies en opnieuw aanleggen van de gipsspalk hebben we daar een heerlijk maal, wat zo overdadig is, inclusief een aantal kreeften, dat we van de 'left overs' die we de volgende dag meekrijgen nog een hele maaltijd met z'n allen hebben. Na uitvoerig advies over de te bezoeken en met name ook te vermijden gebieden in Zuid Afrika vertrekken we de volgende dag naar Zuid Afrika, waarbij we een mooie binnendoor route nemen door het Limpopo game reserve, het Mozambikaanse deel van het Krugerpark

klik hier

klik hier

klik hier
top