Botswana
 

klik hier
 
We rijden een eigenlijk heel bijzonder land binnen; tijdens de grote verdeling van Afrika in Straatsburg was er min of meer geen belangstelling voor dit deel van Afrika; Het was dunbevolkt, de volkeren die vanuit Zuid Afrika werden verdreven vonden hier een plek ten koste van de hier wonende Bosjesmannen, oftewel San, die verder terug werden gedreven de nog onvruchtbaardere gebieden in, zoals de Kalahari, waar ze daarna een eeuw met rust zijn gelaten. Het gebied bleef dan ook een protectoraat in plaats van een kolonie, en bij de eerste wens tot onafhankelijkheid werd deze dan ook grif toegewezen; veel geluk heeft het land dan ook gehad met het feit dat de werkelijke rijkdom van het land pas na de onafhankelijkheid werd ontdekt, namelijk zeer productieve diamantaders. Daarnaast heeft dit land natuurlijk het grote geluk gehad dat de eerste leiders deze onverwachte rijkdom aanwendden om de infrastructuur in het land te verbeteren, zoals wegen, scholing en gezondheidszorg, welke twee laatsten gratis zijn. De grote doorgaande wegen zijn prima, goed van kwaliteit en snel; zodra je van de doorgaande wegen afgaat is er echter geen onderhoud meer; de overige wegen zijn dirt-roads waarvan het onderhoud wordt overgelaten aan de passerende auto's; dit betekent dat het op sommige stukken voor onze wagen wel wat smal was...

klik hier

klik hier

klik hier
 
Botswana toont nog een ander fenomeen; het is behoudens de nationale parken -waarover later meer- eigenlijk volledig geprivatiseerd, wat zich uit in eindeloze afrasteringen langs de wegen; elk stukje Botswana lijkt wel door een privépersoon te worden bezeten, die het dan ook wil weten ook door er een groot hek omheen te zetten. Onze gebruikelijke manier om ergens naast de weg uit het zicht te overnachten wordt hierdoor wel enigszins gedwarsboomd. Een ander bijzonder verschijnsel zijn de kuddes koeien en geiten die volstrekt zonder enig toezicht zelf lijken te bepalen waar ze wanneer naar toe zullen lopen; ook al lopen ze vaak binnen de hekken die langs de wegen zijn aangelegd, gaat dit nu beter dan in andere landen waar er altijd kinderen bij waren die op de dieren moesten letten en al dan niet met opzet het voor elkaar wisten te krijgen dat er altijd vee op de weg stond op het moment dat je moest passeren.
Het land heeft de beslissing genomen om toeristische attracties aan te bieden in het bovenste segment van de markt, daarbij kunstmatig de prijzen van bijvoorbeeld toegang tot wildparken hoog houdend, mikkend op een laag volume goed betalende toeristen. De toeristenindustrie in Botswana is dan ook een belangrijke leverancier van de schatkist.
Gelukkig concentreert men zich hierbij op Moremi/Okavangadelta en Chobe national park. Er zijn aan de randen van deze parken, op de zoutvalktes en in de Kalahari echter nog steeds juweeltjes van natuurgebieden te ontdekken waar het commerciële toerisme nog niet is doorgedrongen, en waar ook meer dicht bij de lokale mensen, zoals de San, een alternatieve route kan worden gevolgd.
 
Francistown
 
De grensovergang met Botswana is weer eens vlot, geautomatiseerd en zonder verrassingen; bijna Europees, als we het Carnet niet hadden hoeven laten afstempelen. De eerste Campsite is wel erg aangeharkt, op het gras mogen we niet komen met de wagen, wel kunnen we aan het zwembad staan, verwarmd met zonne-energie. Zoals altijd springen de kinderen er direct in om nog sneller weer het water uit te schieten, want verwarming betekent verwarming direct door de zon op het water, en overdag mag het dan nog wel boven de twintig graden komen, maar we merken al snel dat het 's nachts tegen het vriespunt wordt. Cathelijn trotseert ook nog even het koude water om mij ook te verleiden, maar ik besluit er niet in te trappen.

klik hier
 
's Ochtends doen we als altijd eerst school, maar voor het eerst tijdens onze hele reis krijgen we te horen dat de uitchecktijd van deze tot nu toe duurste kampeerplek toch echt 9 uur is! De camping is overigens helemaal verlaten. We pakken dus maar in, en rijden richting zoutpannen, nadat Cathelijn eerst een halve dag in Francistown zich heeft uit kunnen leven in de moderne supermarkt; hoe Europees het land zich ook presenteert, op de parkeerplaats gaat het er toch weer heel Afrikaans toe rond de grote en kleine bussen die er wachten op passagiers, zodat ook wij weer een heerlijke locale maaltijd uit een stalletje kunnen krijgen.

klik hier
 
Makgadikgadi pans
 
Ik voel al aankomen waar Chalmer heen wil gaan in Botswana: Hij wil natuurlijk naar het meest desolate en uitdagende gebied, de Makgadigadi zoutvlaktes. Zolang het maar veilig is, ga ik graag mee. Maar eerst lees ik me goed in.
'Ga op z'n minst met 2 4X4 auto's, met voldoende water, eten en brandstof, en reserveonderdelen, GPS en een satelliettelefoon' staat in de Bradt reisgids. 'Het gebied is onbegaanbaar als het nat is. Er is geen schaduw en er zijn geen bomen (en hout) om te helpen een vastgelopen auto eruit te krijgen' De gids sluit af met: 'There are periodic deaths of people who visit the area without the proper back-up and preparation and then get into difficulties.'
 
Koeiencamping
 
Goed voorbereid dus gaan we op pad, weliswaar in ons eentje. Na een paar uur rijden verlaten we de lange, eenzame asfaltweg en slaan rechtsaf de bush in. We passeren nog een enkel dorpje. Net als het begint te schemeren, zien we een bordje: 'campside'. Ik spring uit de wagen om te kijken. Ik zie wat tenten en een enkele krakkemikkige hut van hout. Het lijkt alsof er niemand is, maar dan zie ik twee mannen die op het punt staan weg te rijden.
'Het is hier eigenlijk voor de koeien' leggen de mannen uit, als ik vraag of we hier kunnen staan, 'Maar jullie zijn ook welkom.' 'Is it safe here?'vraag ik, me onmiddellijk realiserend hoe raar deze vraag is. Als ik voor iemand bang moet zijn, dan is het voor deze twee cowboys zelf; andere mensen zullen hier vannacht niet komen.
De koeien zijn er vandaag niet, dus hebben we het rijk alleen. 's Avonds komen de cowboys voor een praatje, zodat ze weten wie wij zijn, en vice versa.
Volgens de cowboys, die hier al jaren werken en het gebied goed kennen, heeft het in geen maanden geregend, en is het gebied dus droog genoeg om in te rijden. De volgende ochtend gaan we verder, op weg naar 'Kubu Island'.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Kubu-island
 
De track valt mee, maar het is soms heel nauw. De harde takken van de struiken slaan en krassen tegen de wagen aan. Soms moeten we van het pad af, en soms gaan we de struiken zelf te lijf met zaag en bijl.
We kamperen op Kubu Island, een eiland van stenen en grote baobabs, midden in de onafzienbare zoutvlaktes.
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Iemand die op zijn auto staat
 
Over de track rijden we verder door een adembenemend landschap richting Gweta. Alles is boeiend, de afstanden, de eenzaamheid, de struisvogels die voorbij hopsen, ja zelfs de kleur van het gras intrigeert; het heeft een prachtige overgang van groen naar licht geel. 'Misschien is het raar, maar ik zou graag een foto van het gras willen' zeg ik op een lang en eenzaam stuk. We rijden al kilometers lang langs ditzelfde gras, en er ligt nog kilometers gras voor ons, maar Chalmer stopt meteen de wagen.
'Ik zie iets bewegen, in de verte' zegt Chris terwijl Chalmer op zijn buik ligt om de foto te maken. 'Zou het een dier zijn?' We pakken de verrekijker erbij. 'Het is iemand die op zijn auto staat te zwaaien met iets wits' zegt Chalmer. 'Misschien ziet hij een dier en wil ons dat laten weten?' oppert Chris. 'Nou, die zit vast vast en zwaait voor hulp!' zegt Paul.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Vast
 
Zouden wij dan nu, vanwege een foto van het gras, iemand gaan redden? 'Er komt ook iemand naar ons toe lopen' zegt Chalmer, die nog steeds door de verrekijker kijkt. 'We zullen er maar heen proberen te rijden en ze eruit trekken' De kinderen willen niets liever!
We bekijken de grond naast de track. Die ziet er precies hetzelfde uit als de track zelf: kurkdroog. We starten de reddingsoperatie en draaien de zoutpan op. Het gaat meteen anders dan op de track, zwaarder. Na ongeveer zes meter rijden, willen de wielen al niet meer. De low gear en de 4X4 gaan erop, de wielen slippen, de wagen schokt, maar gaat niet meer voor, en niet meer achteruit. Ik spring uit de auto, deels om deze situatie te ontvluchten, maar ook om eerst hulp te bieden aan het slachtoffer wat in onze richting loopt. Wie weet hoe lang ze daar alvast zitten. Zal ik alvast een fles water voor hem/haar meenemen?
Chalmer en de kinderen beginnen met het uitpakken van de rijplaten. De kinderen weten precies wat ze moeten doen in zo'n situatie en beginnen nog net niet te juichen, zo leuk vinden ze het! Voor onszelf ben ik nu niet ongerust; we hebben liters water bij ons, veel eten en zitten dicht bij de track. Ik probeer deze situatie maar weer zo nuchter mogelijk te bekijken. In de felle zon ga, ik, over de eindeloze vlakte, in de richting van het slachtoffer. Wat als we nu eens niet heel toevallig juist hier een foto wilden maken van het gras, dan hadden we hem of haar nooit ontdekt...
Nadat ik enkele zinnen met de man, een Botswaan, heb gewisseld, wordt me duidelijk dat we hier niemand hoeven te redden van de dorstdood. 'We hebben genoeg water en wijn' vertelt de man. De man reageert als een Afrikaan: Ze zitten 'maar' 24 uur vast. Of wij ze er even uit willen trekken, dat is alles.
We lopen terug naar onze wagen. Die zit niet in het zand, niet in de modder maar in een soort klei. Toch denken we dat het snel gepiept is.
We graven en scheppen, verzamelen stenen, plaatsen en verplaatsen de rijplaten en verlagen de bandenspanning. Na drie en een half uur gezamenlijk klussen en meerdere pogingen zijn we los! Moe, tevreden en onder de klei zitten we op de weg. Nu nog alles opruimen.
De Botswaan begrijpt dat wij hem niet gaan helpen, maar met de satelliettelefoon wordt er gebeld voor hulp. Het blijft wel onduidelijk of die hulp er komt en zoja, wanneer. Het ziet er naar uit dat ze hier nog een nacht doorbrengen. Met water, eten en onze schop loopt de man over de vlakte terug naar zijn kameraden en zijn wagen. Met de verrekijker zien we dat zijn kameraden al een tentje hebben opgezet.
Omdat we Gweta vandaag niet zullen bereiken, overnachten wij ook in de natuur.
De volgende dag controleren we bij de vriendelijke Gweta lodge of de Botswaan en z'n twee kameraden zijn gered. Dat zijn ze, uiteindelijk eruitgetrokken door een ranger die we onderweg tegenkwamen en er ook naar toe hebben gestuurd, maar de auto's die hen zijn gaan helpen zijn in de problemen gekomen. De ene is verdwaald, de ander zit ...vast.

klik hier

klik hier
 
SMS uit Nederland
 
Net als ik onrustig op bed lig met vermoedelijk een galsteen aanval (bijwerking van de malariaprofylaxe?) piept mijn telefoon. Chalmer kijkt, het is mijn zus: Of we met spoed willen bellen. Chalmer belt; mijn vader ligt opgenomen in het ziekenhuis met een hersenbloeding. Gelukkig gaat het nu beter, maar de komende twee dagen is 'het afwachten'. We besluiten voor de zekerheid morgen naar Maun te rijden, een stad met een vliegveld. Na een hele slechte nacht voel ik me de volgende dag goed genoeg om te reizen.
 
Maun
 
In Maun vinden we een mooi hotel met zwembad, wel weer koud, met iedere avond lokale dansgroepen, Wifi op de fraaie camping en veel vogels; we blijven hier dan ook een paar dagen, en komen zelfs nog eens terug, terugkerend uit Chobe. We hebben een paar keer contact met Cathelijns familie, gelukkig krijgen we over haar vader positieve berichten, zodat we toch weer verder gaan met plannen maken. In Maun kunnen we toegang regelen tot een community geregeld deel van de Moremi en Chobe wildparken, waar we dan ook enkele dagen geheel in het wild kamperen terwijl overdag impala's en olifanten door het kamp lopen, en 's nachts we zelfs bezoek krijgen van een luipaard, op jacht naar wat eetbaars zoals een van de impala die eerst door ons kamp kwamen rennen. Een van de kampeerders verderop moet zelfs snel een andere plek zoeken omdat een olifant een boom, naast zijn auto, aan het neerhalen is.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Kalahari
 
Tevens regelen we in Maun toegang tot de Central Kalahari, een erg afgelegen gebied waar we ook pas na 70 km zandweg (volgens ons GPS programma 'serious deep sand') aankomen en waar we ons af en toe helemaal alleen wanen.
Ditmaal worden we voor de vrachtwagen (voor het eerst) inderdaad afgerekend als een privé 4x4 voertuig ipv een commerciële vrachtwagen met 30 betalende passagiers (zg overland trucks), zodat een en ander zodanig betaalbaar blijft dat we inderdaad enkele dagen gaan blijven.
 
Central Kalahari Game Reserve
 
(door Anton)
 
Central Kalahari
 
We sloegen van de asfaltweg af en reden over een gravel road, we zagen geen mens behalve soms een paar koeien die herkauwend ons aan keken als we langs reden.
Toen het donker begon te worden gingen we van de weg af en zochten een goede slaapplek, uiteindelijk stonden we op een open plekje waar niemand ons vanaf de weg kon zien.
 
Toen we 's ochtends vroeg weer op de weg reden zagen we nog een black backed jackal en kwamen we op een gegeven moment een auto tegen, de man die in de auto zat zei dat wij hem moesten volgen om naar de Central Kalahari te gaan, we reden een paar kilometers verder en stopten toen voor de Entrance Gate. Toen we alles geregeld hadden gaven we nog een bal aan de drie mensen die hier aan het wachten waren op iemand die het park in wou, maar omdat hier bijna niemand komt zitten ze zich de halve dag te vervelen, daarom waren ze (denk ik ook) heel blij met de bal.
Toen we om de bocht reden zagen we al meteen een Kori Bustard, dat begint al goed ! Toen we een eindje reden, merkten we we op dat we al een tijdje aan het rijden waren tussen allemaal bosjes, en op de kaart staat; ''Central Kalahari Desert'' terwijl dit wel droog is, maar zeker geen (echte) desert is ! Een beetje vaag maar ja,

klik hier

klik hier

klik hier
 
Op een gegeven moment kwamen we in een soort plane, daar zagen we voor het eerst Oryxen, grote beesten met enorme horens, toen we al een tijdje reden, hadden we al een paar honderd jackals gezien maar het werd al snel donker dus we zochten ons campsite op.
Toen we alles hadden staan schenen we om de minuut rond met een zaklamp, omdat wij midden in de natuur stonden, kan er elk moment opeens een hyena of een paar leeuwen voor onze neus staan, hongerig van het vlees dat op het vuur lag. Niemand was verder op het camp dus dat maakte het ook leuk.
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Het eerst wat we al vroeg in de morgen op de Deception Valley zagen, was al meteen een cheeta! de cheeta ging vlak naast onze vrachtwagen zitten en keek ons aan, ging weer staan en weer zitten,( heel goed om foto's te maken ) maar op een gegeven moment had hij het gezien en wandelde rustig weg met een jackal en een soort golden cat achter hem aan. Toen we een eindje verder reden, zagen we opeens een enorm mannetjes leeuw, die recht in de richting van een verdwaald klein oryxje liep die net voor ons helemaal paniekerig de weg over rende. Maar ja, als je die leeuw in een flits had gezien, dan zou je denken dat het geen leeuw kan zijn omdat dat beest dan veel te groot zou zijn voor een leeuw. Toen we verder reden zagen we allemaal springbokken, ze waren rustig aan het grazen maar toen wij er aan kwamen renden er een paar weg en sprongen opeens recht in de lucht. Als ze dat doen dan springen ze kaarsrecht in de lucht terwijl ze er dan niks mee opschieten, beetje vaag, maar het was zo grappig dat pap uitstapte en achter de springbokken ging aanrennen, de een naar de ander sprong recht in de lucht echt leuk ! Maar op een gegeven moment hadden ze het door dat we ze niet wilden opeten dus bleven ze gewoon op een afstandje staan kijken.

klik hier

klik hier

klik hier
 
We zagen heel veel dieren, kuddes, springbok, oryx, struisvogel, jackal enz. maar toen we een water hole kwamen zagen we niks, dat zijn we in de central Kalahari niet gewent, dus we reden naar de waterhole en zagen daar dan ook twee grote mannetjes leeuwen ! Ze zaten lekker te zonnen en wij hadden dus meteen een hele goede plek om te ontbijten.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Toen we als maar meer in het zuiden kwamen, werd het steeds zanderiger, als we iemand tegenkomen moeten wij van de weg omdat auto's te laag zijn om over de zandbanken naast de weg te komen. Na een tijdje word het al spannend, het zand word steeds muller en we komen soms maar net op de heuvels met nog muller zand, op een gegeven moment groeven we te veel op een heuvel en moesten we zelfs de low gear er op zetten, vooral om te denken dat je misschien de bandenspanning moet verlagen tussen de leeuwen is niet zo fijn, maar bij schemer kwamen we maar net bij onze campsite.

klik hier

klik hier
 
De volgende morgen wouden we nog een klein rondje doen maar we keerden al snel om omdat we het soms maar net haalden en we er geen lol meer in hadden om zonder verlaagde bandenspanning verder te rijden dus rijden we uit ons aller leukste park waar we ooit zijn geweest.
 
D'Kar
 
Na de Kalahari blijven wij op een campsite bij D'kar welk gerund door een plaatselijke San gemeenschap; deze functioneert al een 20 tal jaren met wisselend succes, nu hebben ze een Engels echtpaar aangesteld, Greg en Ann die als managers optreden, om de zaak weer op te bouwen. Naast de ecologisch verantwoorde camping, met koude douches door het niet functioneren van de solar heaters, bieden ze wildtochten en zelfs jachtgelegenheid aan, een wandeling door het bos met San, participeren in 'arts en crafts' (vervaardigen van pijl en boog, sieraden, maken van vuur zonder moderne hulpmiddelen of zelfs een vuursteen). Uiteraard doen we dit (behalve het jagen), maar een en ander valt in de uitvoering toch wel tegen, zodat we de managers toch maar wat adviezen over verbeteringen om het project levensvatbaar te maken meenden te kunnen geven. Wat het bezoek nog redde was de aanwezigheid van Jennifer, een Duitse studente, die een proefschrift schrijft over de San en met name over San gecentreerd toerisme, en zeer goed op de hoogte bleek van de San gebruiken, maar ook andere plaatsen wist waar de oorspronkelijke San kunnen worden bezocht.
 
steek
 
Als ik de ovenwanten in de kast wil proppen voel ik opeens een nare steek in mijn vinger. Nog nooit zoiets gevoeld, pijnlijk! 'Wat is dit?' roep ik. Chalmer gaat op zoek naar de oorzaak. Hij pakt de zaklamp en controleert eerst de ovenhandschoen. 'Niets te zien' zegt hij. De pijn bereikt inmiddels via mijn vinger mijn hand. 'Het trekt helemaal naar mijn hand!' Laat ik weten.
Potje voor potje laadt Chalmer de voorraadkast uit. Wat kan het zijn? De pijn verspreidt zich nu langs de onderkant van mijn arm verder naar boven. Mijn arm begint te tintelen. Zou ik het me verbeelden? Maar nee, dit is toch echt.. Ik wil afleiding gaan zoeken, er niet meer aan denken, wil gaan afwassen, maar Chalmer houdt me tegen. Hij heeft nu de hele kast leeg en nog steeds niets gevonden. Mijn vinger, hand en onderkant van mijn arm zijn nu pijnlijk. Dadelijk doet mij hele lijf nog pijn, denk ik nog. De kinderen kijken me lief en bezorgd aan. Dan zegt Chalmer 'Ja, een schorpioen!' Hij slaat het kleine beestje dood. 'De kleinste zijn het giftigste' laat Chris weten..daar zit ik nu echt op te wachten!
De kinderen zoeken in Paul z'n survivalgids informatie over schorpioenen. De gevaarlijkste komt hier gelukkig niet voor, en dat stelt me gerust. Een 'local' laat ons weten dat de pijn maar een paar uur duurt, en dat het geen kwaad kan. En alhoewel ik mijn vinger nog dagen voel tintelen, krijgt de local gelijk; de volgende dag voel ik al bijna geen pijn meer. Na enkele dagen is het tintelen ook weg.

klik hier
 
Heilige bergen
 
Via een bezoek aan Tsodilo hills , de heilige bergen van de San, waar we een mooie wandeling door de sfeervolle heuvels maken, de vele millennia oude rotstekeningen bewonderen en onder de indruk raken van de sereniteit en sfeer in het gebied, verlaten wij Botswana in het noordwestelijke puntje; we gaan niet door de Caprivi strip, want dan zouden we weer door Chobe moeten rijden, en waarschijnlijk hebben we niet nog een keer zoveel geluk met de toegangsprijs van de wagen.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
top