Namibië deel twee
 
Namibië is voor ons reizigers een vreemd land: je verwacht een Afrikaans land en sfeer, maar het heeft weliswaar de leegte en de uitgebreide vlaktes die bij Afrikaanse woestijnen past, maar de steden, ook de kleine hebben een veel meer Europese uitstraling; de kleinere een zuidelijke sfeer en de grotere een Duitse uitstraling. Er wordt ook door elkaar Engels, Afrikaans, Duits en stammentalen gesproken; het is toch merkwaardig om een Afrikaan in het Duits tegen je te horen praten! En Afrikaans is officieus de tweede nationale taal. Nadat Zuid West Afrika aanvankelijk een Duitse kolonie werd tijdens de 'scramble for Africa' door de Europese landen, werd het na het verlies van de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog een protectoraat, allereerst onder verantwoordelijkheid van de Volkerenbond, later werd de uitvoering hiervan door Zuid Afrika op zich genomen. De ruime aanwezigheid van diamanten en vele mijnen met verschillende metalen zullen de belangstelling van Zuid Afrika zeker hebben getrokken. Daarbij wilde Zuid Afrika ook een bufferzone tussen het instabiele Angola en Zuid Afrika, om welke reden de Zuid Afrikanen altijd een sterke militaire vertegenwoordiging hadden in SWA en van daaruit ook daadwerkelijk infiltreerden en vochten in Angola. Tot in de 80er jaren wisten de Zuid Afrikanen de onafhankelijkheid van het latere Namibië tegen te houden, daarbij ook vechtend tegen de op een gegeven moment guerrilla voerende SWAPO.
Een van de gevolgen van de aanwezigheid van Zuid Afrika was dat over dit land lange tijd geen objectieve informatie was te krijgen; ook wetenschappelijke studies naar flora en fauna werden door de Zuid Afrikanen of onmogelijk gemaakt, of verdraaid zodat ze beter pasten in hun straatje; zo is er nog lange tijd gejaagd in grote delen van SWA terwijl er officieel strenge anti stropers wetgeving bestond; de blanken voelden zich boven deze wetten staan, en met name hoge regeringsfunctionarissen en zeker ook het kader van de wildlife beschermings organisaties organiseerden grootse jachtpartijen. Van de vroegere president Botha is later bekend geworden dat hij een van de grote jagers op en handelaren was in Ivoor en Neushoorn (vergeef me de kromme zin). In 1989 pas werd een overeenstemming bereikt tussen Angola, Cuba en Zuid Afrika over de terugtrekking van de verschillende militaire groepen, waarna onder leiding van de Verenigde Naties de voorbereidingen werden getroffen voor de eerste verkiezingen in Namibië, gewonnen door de SWAPO, waarna in maart 1990 het land definitief van start kon als zelfstandige natie. De Namibische grondwet wordt beschouwd als een van de meest democratische en vooruitstrevende ter wereld.
 
Huis en tuin.
 
Langzaam reizen we naar het zuiden. Ieder avond zetten we ons huis op een andere plek, en hebben 'de hele wereld' als onze tuin.
We gaan langs Twijfelfontein, Brandberg en rijden over een 'saltroad' verder langs Skeletoncoast. Skeletoncoast is vernoemd naar de vele skeletten die daar gevonden zijn. Strandde een schip vroeger op deze kust, dan was er niet veel hoop. Waar de zee stopt begint een woestijn, en weg was de hoop op overleven.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Waarom Twijfelfontein?
 
In Twijfelfontein woonde tientallen jaren geleden een man, die op zoek was naar water. Hij bouwde zijn huis in de afgelegen vallei, ver weg van andere huizen. Daar werkte hij aan een installatie om water op te pompen. Ondanks het feit dat hij zo afgelegen woonde, kwam een buurman regelmatig langs. 'Heb je al water gevonden?' vroeg de buurman iedere keer. 'Misschien komt het, misschien ook niet' antwoordde de man steevast. En zo kwam de plek uiteindelijk aan zijn naam: 'Twijfelfontein'.
Nu is Twijfelfontein vooral bekend om zijn vele rotstekeningen, die al duizenden jaren oud zijn. Behalve de tekeningen bezoeken we ook het oude huis en het werktuig waarmee de man het water probeerde op te pompen. Hij is er uiteindelijk onvoldoende in geslaagd, en is na een aantal jaren vertrokken.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Natuurlijke glijbaan
 
Bij Brandberg vinden we een slaapplek vlak bij een waterval met een glijbaan. Zoals wel vaker hier in Namibië hebben we het rijk voor ons alleen.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
duizenden zeehonden
 
In zien we hoe moeder en kind zeehond, door heel hard roepen, elkaar weer vinden. Kennelijk zijn heel veel moeders hun baby kwijt, want het is een groot kabaal.
Paul vindt het er maar stinken, dus gaan we weer. Op de terugweg zien we verschillende jackals op weg om een klein babyzeehondje te scoren. Zo blijft de populatie constant op zo'n 80-100 duizend zeehonden.

klik hier

klik hier

klik hier
 
De python krijgt eten
 
We bezoeken het slangenmuseum. De slangen, grote en kleine, gevaarlijke en ongevaarlijke, krijgen hun wekelijkse hapje van de slangenman.
De grote python krijgt, net als wij er zijn, zijn twee maandelijkse maaltijd: twee (levende) konijnen. We zien hoe de python een konijn opeet. 'Het hoofd duurt het langste, maar na de schouders gaat het snel' zegt de slangenman. Gek, we hebben een heel verschillend beroep, maar toch zeggen hij en ik soms hetzelfde.

klik hier

klik hier
 
Café Anton
 
Na het museum, waar we leren dat wij maar watjes zijn in vergelijking met de 'Dorslandtrekkers' (de eerste blanken die door Zuid-West Afrika trokken) eten we een gebakje en wanen we ons in Zwitserland bij 'café Anton'.

klik hier
 
Volgeboekte Campings
 
Daarna op zoek naar een camping, maar die blijken allemaal volgeboekt te zijn; de Zuidafrikanen hebben vakantie.. We worden doorverwezen naar een camping buiten de stad. Maar uiteindelijk weten we ons door de poort van de jeugdherberg te wurmen, en staan we op een heerlijke Afrikaanse camping midden in Swakopmund. Heerlijk Afrikaans, omdat op de binnenplaats de hele dag een stel vriendelijke, goedgehumeurde Afrikanen liggen te hangen/luieren/slapen, terwijl de toiletten best een poetsbeurtje kunnen gebruiken. Maar ja, we betalen er ook bijna niets voor.

klik hier
 
Sandwichharbour
 
'I hope we get stuck with this car' zegt Anton nadat hij zich heeft voorgesteld aan Wayne, onze gids, die ons in zijn Landrover meeneemt. We rijden langs Walvisbay en dan verder over het strand en door de duinen naar 'Sandwichharbour'.
Deze plek werd vroeger bezocht door de Nederlandse VOC schepen. Ze bevoorraadden zich hier met vers water en gedroogd vlees. Ze noemden het toen 'Zandvishaven'. Later is de plek overgenomen door de Engelse vloot, die er 'Sandwichharbour' van hebben gemaakt.
'We moeten nog even wachten op eb', zegt Wayne, als we er zijn. Ondertussen rijden we door de duinen en komt Antons wens uit! De lunch (van overheerlijke lasagne) is daardoor verlaat, maar daarna rijden we over het smalle stuk strand tussen de branding en de zandduinen.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Kamperen in Namib-Naukluft
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Kaokoveld
 
Een gebied in Namibië blijft maar in ons hoofd; Koakoveld. Het is ver weg en afgelegen, 'terug' naar het noorden. Er zijn alleen tracks, geen wegen, geen tankstations en winkels. Er is alleen maar natuur. 'Laten we gaan!' zeggen we zo'n beetje op hetzelfde moment, we hebben een 'nu of nooit' gevoel.
We tanken, nemen water in en doen boodschappen voor 10 dagen (acht dagen kamperen en twee extra in geval van pech).
 
dieren
 
In een dag rijden we door tot Sesfontein, een dorpje, waar het gravel ophoudt. Daar tanken we voor het laatst. We reizen verder langs en door de droge rivierbedding. We zien giraffen, springbokken, gemsbokken en kudu's.
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
ontstoken oog
 
Als we ver weg van alle 'beschaving' zijn, klaagt Chris over een pijnlijk oog. Het is inderdaad helemaal rood en gezwollen. Helaas, de oogzalf die ze nodig heeft, hebben we niet. Wel aan gedacht, maar toch vergeten... 'Dan keren we maar om' zegt Chalmer. Nu zijn we allemaal stil. Er lijkt weinig anders op te zitten dan helemaal terug rijden en op zoek te gaan naar een apotheek.
We zien een auto onze kant op komen, een safariwagen. Per dag zien we maar twee, hooguit drie andere auto's. Niet geschoten is altijd mis, denk ik, dus spring uit de vrachtwagen en leg ons probleem voor. 'Rij maar naar de lodge' zegt de ranger. Een lodge? Hier?
 
lodge
 
We volgen het zandpad en even later zien we enkele mooie, nette huisjes. Dat moet de lodge zijn. De huisjes passen precies in het landschap; ze zijn van dezelfde kleur steen als de berg waar ze op gebouwd zijn. Binnen ziet het er prachtig uit. Rondom een zwembad staan grote, luxe stoelen met uitzicht over de vallei.
'Kijk maar in deze dozen' zegt Andrea, de vriendelijke Italiaan van de lodge. Hij heeft vier kartonnen dozen vol medicijnen tevoorschijn gehaald. Chalmer en ik gaan zoeken.
'Het is hier rustig' zeg ik, om een praatje te maken. 'De baas is met de gasten vissen op zee' zegt de Italiaan, 'Hoe zijn ze daar dan heen?' vraag ik. Ik weet dat er geen tracks of wegen lopen van hier naar de kust. Een brede strook van zandduinen maakt de kust zo goed als onbereikbaar vanaf deze plek. 'De baas vliegt erheen met zijn vliegtuig' zegt de Italiaan.'Vanavond zijn ze weer terug' Ik knik. Overal in Afrika vind je deze exclusieve lodges. Voor prijzen van 500 tot 1000 euro per dag worden de gasten ingevlogen en vermaakt.
We kunnen geen oogzalf vinden, en besluiten weer van voor af aan te beginnen bij de eerste doos. Gelukkig kletst de Italiaan gezellig verder. 'Ons eten laten we overkomen uit Italië' vervolgt hij.' In Afrika zijn geen goede olijfolie en tomaten te koop. Brood en pasta maken we iedere dag vers'. Het begint me te dagen hoe deze lodge in dit afgelegen gebied kan functioneren.
Dan vinden we een heel klein doosje. 'Dit is het!' zegt Chalmer. We mogen het zo meenemen van de vriendelijke Italiaan Opgelucht nemen we afscheid, Chalmer smeert zalf (volgens Chris is het lijm) in Chris haar oog en we kunnen verder!

klik hier
 
Pastelkleuren
 
We rijden door een landschap vol pastelkleuren. Zachtgeel gras, violette bergen, lichtblauwe lucht en een weg van zacht oranje zand of grijze stenen. We kamperen een keer vlak bij een grote kudde zebra's, twee keer bij een rots vol uilen (dat was niet zo rustig) achter heuvels en bij de Kunene rivier. 's Avonds maken we een vuur waar we ons eten op bereiden.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Rolling stones?
 
We rijden tot de Hartmannvalley en de Marienfluss. Vooral de laatste is prachtig. 'Zullen we de bergweg nemen?' zegt Chalmer op de terugweg. 'Bedoel je die met die 'very steep slope with rolling rocks?'' Ik moet grote moeite doen om het rustig te vragen, het lukt niet. De 'tracks for Afrika' geeft mij die info. Terwijl ik ons al over die 'rolling stones' de berg af zie glijden, wil Chalmer het liefst testen of die informatie nou wel klopt. Wat te doen?
We nemen (terecht of onterecht?) 'mijn' weg, alhoewel ik me daar wel weer rot over voel.
 
Brandberg
 
Bij Brandberg nemen we nog een laatste track, die meer dan een dag duurt. Bijna op het einde moet Chalmer de wagen een smalle, modderige helling afrijden. De achterkant van de wagen begint te schuiven, zijwaarts naar beneden, als hij halverwege is. We zien het allemaal gebeuren, het ziet er naar uit. Maar Chalmer geeft gas en stuurt naar het dal (dit is tegengesteld aan wat je gevoelsmatig zou doen) en komt veilig beneden aan.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
sandboarden
 
In Swakopmund willen de kinderen (van opa's en oma's geld) nog een keer sandboarden. Chalmer en ik gaan mee. En zo razen we (liggend) met 70 km per uur de berg af, terwijl de drie jongens met Chris de 'standing up' variant uitproberen.

klik hier

klik hier

klik hier
 
In het zuiden van Namibië is alles strak georganiseerd en zien we vooral veel hekken. We zijn blij dat we onze zes weken Namibië vooral in het Noorden hebben doorgebracht. De San, de Himba en de Natuur zijn onvergetelijk mooi. Via een kasteel Duwisib, een privépaleis van een bijzonder stel uit het begin van de 20e eeuw, bereiken we het Kgalagadi transfrontier park van ons laatste land: Zuid Afrika.

klik hier

klik hier
top