Zuid Afrika deel twee
 
We zijn nu echt bezig met de laatste etappes van onze reis; doordat we lang in Namibië zijn gebleven en daar ook wat omwegen hebben gemaakt kunnen we in Zuid Afrika niet zoveel tijd spenderen aan het zoeken naar het land achter de facade zoals we dat in de andere landen hebben gedaan (we blijken in Namibië in 6 weken tijd 7000 km te hebben gereden waarbij we nauwelijks een asfaltweg gezien hebben!). We rijden door het gamepark wat zich aan de grens met Namibië bevindt, zien daar weer veel moois en genieten weer met z'n allen, maar daarna is het toch vooral een kwestie van naar Port Elisabeth rijden om de wagen gereed te maken voor verschepen. Omdat we de laatste tijd de olifanten wat gemist hebben maken we nog een kleine omweg door een olifantenpark, maar we zien daar wel onze eerste elanden, maar geen olifanten.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
We hebben nog overwogen om de auto hier in Zuid Afrika te laten staan, maar gedoe met het Carnet de Passage weerhoudt ons daar toch van; het zou ook wel direct een hoop stress met zich meebrengen, hoewel we al een groot aantal Zuid Afrikanen tegen zijn gekomen die ons uitgenodigd hebben om de wagen op hun terrein te stallen. Echter ivm het Carnet zouden we dan toch weer voor half juli de wagen uit ZA moéten hebben, wat een flinke claim legt op de te plannen vakantie volgend jaar, tevens betekent het dat het vervoersklaar maken ook in de relatief korte vakantie moet gebeuren, wat een ontspannen trip door ZA ook niet bevordert. Verkopen is ook geen optie in ZA omdat het sedert enkele jaren niet is toegestaan om een auto met linkszijdig stuur te importeren; dezelfde regel geldt sedert kort ook voor Namibië.

klik hier

klik hier

klik hier
 
In Port Elisabeth hebben we twee volledig versleten banden van de wagen en de velgen gehaald, deze blijven hier achter, en vervolgens uiteraard grote schoonmaak gehouden. Alles wat versleten is gaat weg, verdelen wat in de wagen blijft en wat in het vliegtuig mee moet. Vandaag een hele dag regen en kou; zo kunnen we wel wennen aan Nederland denken we maar. De hele dag dan ook besteedt aan Cathelijns favoriete bezigheid, namelijk 'shoppen', aangezien de kinderen toch of uit hun kleren zijn gegroeid, of hun kleren zijn niet toonbaar meer. Tevens ook een auto gehuurd voor het laatste deel en de laatste 5 dagen in en naar Kaapstad; tot teleurstelling van de kinderen zat er geen stoere 4-wheel-drive in.
Wat wel mogelijk een probleem lijkt te zijn is ons visum voor Zuid Afrika: Omdat we al op 5 mei in het Krugerpark kwamen verloopt ons visum op 5 augustus; bij informeren bij de ZA ambassade in Windhoek, Namibië werd verteld dat we aan de grens een nieuw visum zouden krijgen; aan de grens konden we geen nieuw visum krijgen, maar moesten we dat aanvragen inde eerstvolgende plaats; daar aangekomen werd ons verteld dat we geen nieuw visum konden krijgen maar als we dat 1 maand van te voren aanvragen misschien wel een verlenging. Die verlenging hebben wij nu aangevraagd, ervoor betaald, maximum is 1 week, prijs hetzelfde bedrag als voor een visum, met grote kans dat we aan de grens alsnog worden beboet, omdat de verlenging er misschien wel zal zijn maar alleen maar afgehaald kan worden in Upington in het noorden wat een omweg van 2000 km betekent want het kan niet naar een andere plaats gestuurd worden. We zullen dus geen geldig visum kunnen laten zien wanneer we Zuid Afrika verlaten, maar we zien wel, zoals we met name van Zuid Afrikanen hebben geleerd: Hakuna Matata.
 
Eigenlijk lijkt het leven hier weer heel veel op de situatie thuis, het enige verschil zijn de uitgebreide veiligheidsvoorzieningen, zich oa uitend in hoge prikkeldraad hekwerken met daarbij schrikdraad om ieder huis en zo ook om onze (luxe) camping. In de stad is de verhouding blank/zwart ook niet zo heel erg verschillend van de situatie in Nederland. Het is zo al prima acclimatiseren met de koude en de voortdurende regen.
 
Intussen bereiken ons berichten over hongersnood in de Hoorn van Afrika; afschuwelijk, we zijn -behalve in Somalië- daar overal geweest, hebben gezien hoe basaal (of volgens sommigen arm) de mensen daar leven, hebben gezien hoeveel mensen er wonen, hebben de enorme aantallen kinderen gezien, hebben gezien dat in de vruchtbare gebieden werkelijk ieder stukje land bewerkt wordt, zelfs op zulke steile hellingen dat de mensen vastgebonden aan touwen het land bewerken, hebben gezien wat een beetje regen aan erosie daar weer door veroorzaakt, hebben gezien dat in andere delen van de landen helemaal niets meer wordt verbouwd, omdat daar de voedselhulp in de zin van wekelijks uit voorbijrijdende vrachtwagens gegooide zakken graan iedere vorm van initiatief wegneemt, zien hoezeer de hele hulpbusiness een zeer goed lopend en rijk bedrijf is geworden, en weten zeker dat dit niet de oplossing is voor de lange termijn, en zelfs vragen wij ons af wat korte termijn hulp nu werkelijk betekent.
De -schaarse- projecten in Afrika die werkelijk succesvol zijn gebleken zijn allen uitgegaan van de lokale bevolking, in samenspraak met hen gestart, opgezet door hen, waarbij zij volledig eigenaar werden van het project, verantwoordelijk zijn en zich ook voelen voor het resultaat, rekening houdend met hun tradities, kennis en vaardigheden.
Het droppen van voedsel, hoe eenvoudig en humaan dat ook lijkt, blijkt keer op keer de mensen in zeer korte tijd apathisch te maken, er is ook geen incentive om verantwoord te boeren of te plannen, want de zekerheid van hulp als het verkeerd gaat neemt iedere vorm van vooruitkijken en -denken weg. Daarnaast zit met name het arme deel van Afrika in een vicieuze cirkel die leert dat arme mensen veel kinderen krijgen, die dus geen of weinig scholing ontvangen, die vele te voeden monden opleveren, en die dus relatief arm en zwak zelf aan een arm leven beginnen; Kenia had na de tweede wereldoorlog 5 miljoen inwoners; nu meer dan 40 miljoen; Malawi groeide van 5 miljoen in 1983 naar nu 13 miljoen. Overal in Afrika wordt heel hard gewerkt om de economische productiviteit (landbouw, toerisme, in mindere mate industrie en handel) te verhogen, maar nergens lukt het om deze ongebreidelde bevolkingstoename hiermee bij te houden.
Wat de situatie nog verergert is de situatie rond AIDS die in sommige delen meer dan de helft tot zelfs 80% van de jong volwassenen heeft getroffen; enorme aantallen wezen zijn het gevolg in delen van Afrika. Dezen worden voor een groot deel opgevangen door hulporganisaties, wat ertoe leidt dat deze kinderen een heel andere opvoeding krijgen dan hun leeftijdgenoten; naast jaloezie voor de vaak betere scholing die deze weeskinderen krijgen krijgen deze kinderen een vanzelfsprekende afhankelijkheid en gemakzucht die weer een nieuw project vereisen namelijk om deze kinderen weer een zelfstandig leven met eigen verantwoordelijkheden te leren leiden. Het komt voor dat jonge mensen van boven de 20 gunsten blijven vragen met als argument dat ze weeskinderen zijn!
Deze kinderen zijn natuurlijk in de Afrikaanse situatie ook enigszins gehandicapt door het ontbreken van een normale gezinsopvoeding met het inleven van de eigen gebruiken en tradities.
Dat leidt er vervolgens ook weer toe dat deze mensen minder goed in een zg 'community based project' kunnen worden meegenomen.
 
Wij weten het antwoord niet hoe Afrika 'te helpen'; Ik heb na mijn verblijf in de 80-er jaren steeds gezegd dat het het beste zou zijn om Afrika de kans te geven om zich zelf te ontwikkelen en een richting te geven. Dat is natuurlijk naïef en in het kader van de onstuitbare globalisering niet realistisch, maar toch, waar in Afrika de mensen zelf, helaas wel op stam niveau, een project starten en vanuit hun eigen gemeenschap opbouwen gaat dit vaak goed; de kwaliteit van de uitvoering is in onze Westerse ogen vaak toch nog onder de maat, maar met die speciale Afrikaanse vriendelijkheid en vrolijkheid maakt de charme van basale, dicht bij de natuur en ecologisch verantwoorde voorzieningen weer veel goed. Toerisme, zolang het zonder schade aan de natuur wordt ontwikkeld, en ten goede komt aan de lokale bevolking is een weg uit de negatieve spiraal die veel gebieden in Afrika kenmerkt. De snel verdien plannen van veel West Europeanen die op de mooiste plekken van het continent dure lodges en hotels neerzetten, waar comfort en exclusiviteit ruim voor ecologie en verantwoord ondernemen komen, ook niet gehinderd door een zich met alles bemoeiende overheid, passen zo niét echt in een duurzame ontwikkeling. Wat dat betreft kunnen wij een derde kolonisatie golf identificeren in vele delen van Afrika, wat de verzuchting van een Italiaan die wij ontmoetten in zo'n lodge een aparte bijsmaak geeft: 'Ons eten laten we uit Italië komen; iedere maand een container met pasta's en olijfolie, want de kwaliteit kan hier niet geleverd worden'.
 
Wij gaan in ieder geval weer terugkomen in Afrika; we zullen voorlopig niet meer kunnen reizen zoals we het gedaan hebben in het afgelopen jaar, maar we weten wel waar we op moeten letten om de mensen te respecteren en in hun waarde te laten; met een paar bussen of dure gehuurde landrovers door wat populaire reservaten te rijden en dan weer naar de volgende overgewaardeerde toeristische trekpleister te vliegen is in ieder geval niet constructief en zal het weinige wat overblijft van dat prachtige continent snel vernietigen. We willen allemaal dat de Afrikaan zich verantwoordelijk voelt voor de natuur en natuurbehoud, maar hij krijgt niet de kans om die natuur zelf te bezitten; waarom zou hij zich dan inspannen voor zoiets esoterisch waar hij niet direct van kan eten?
De uitdaging voor dit prachtige continent zal zijn om zonder de voordelen van onze westerse maatschappij toch een goed scholingssysteem op te zetten, verantwoordelijke en ontwikkelde burgers te creëren die een constructieve rol kunnen spelen in de geglobaliseerde consumptiemaatschappij en tegelijkertijd mee te doen met onze 'wereldwijde' eisen om minder te consumeren om ecologische redenen.
Intussen wordt heel Afrika opnieuw economisch gekoloniseerd door China, waardoor 'the scramble for Africa' een nieuw hoofdstuk krijgt; net zoals de Europeanen in het begin zijn ook de Chinezen volstrekt niet geïnteresseerd in ontwikkeling of natuurbehoud of ecologische belangen; voor hen telt het economisch gewin, het verkrijgen van de alleenrechten op de unieke bodemschatten van Afrika, waardoor wij weer kunnen blijven telefoneren: kijk maar eens waar je mobiele telefoon is gemaakt.
top